De dodenruimer van de Taliban


Abdul Hakim krijgt het eerste telefoontje nadat de bom is geëxplodeerd en nadat het vuurgevecht is geëindigd, wanneer de doden alles zijn wat nog rest op het slagveld.
De stemmen aan de andere kant van de lijn zijn stemmen van Taliban commandanten, die Hakim door de jaren heen bijna heeft leren dromen. De eerste zin is vrijwel altijd: “We zoeken een lichaam.”

In de zuidelijke provincie van Afghanistan is meer geweld sinds het uitbreken van de oorlog dan in welke provincie dan ook. De Taliban weet dat Hakim de man is die lichamen van overleden Taliban strijders kan terug halen van de Amerikaanse en Afghaanse autoriteiten en ze kan bezorgen aan de familie en vrienden van de overledenen.

In de laatste zes jaar heeft hij maar liefst 127 keer deze actie uitgevoerd, steeds weer op dezelfde wijze. In een aftandse gele taxi rijdt hij, vergezeld van de benodigde documenten van zowel de Afghaanse overheid als die van de Taliban. In de kofferbak liggen de lijken van de Taliban strijders. Zwarte zakken voor hen die gedood zijn in vuurgevechten. Kleine houten kistjes voor wat er over is van zelfmoordterroristen. “Het doet er niet toe wie de overledenen zijn of tot welke organisatie ze behoren”, zegt Hakim, “ze verdienen alleen een fatsoenlijke Islamitische begrafenis.”

Het Amerikaanse leger volgt enkele vastomlijnde en ceremoniële procedures over het terughalen van de doden en de gehele afwikkeling van zaken die daar op volgt. In een asymmetrische oorlog heeft de Taliban een soortgelijke procedure ontwikkeld. Eentje die, op zijn ongepolijste en duistere wijze, minstens zo effectief is als die van de Amerikanen.

De Taliban strijders staan er bekend om dat zij hardnekkig vechten om hun overleden strijdmakkers terug te halen en de pogingen om dat te bewerkstelligen gaan ook door nadat het slagveld verlaten is. Wanneer de lijken van Taliban strijders worden verzameld door buitenlandse troepen, wordt steevast hetzelfde riedeltje afgedraaid: een paar keer per maand vliegt een NAVO-helikopter naar een mortuarium naast het Kandahar vliegveld, waar de lichamen gecontroleerd worden bommen die nog niet ontploft zijn. Ze worden in dezelfde ruimte gelegd als waar men de Amerikaanse gevallenen legt. Een met de Amerikaanse vlag omwikkelde lijkkist voor de Amerikaanse overledenen staat gewoon naast een haastig in elkaar getimmerd houten doosje voor de overleden Taliban strijders.

Hakim staat bekend als een malik, een gerespecteerde vertegenwoordiger wiens autonomie van de overheid én Taliban hem in staat stelt zich in beide werelden te begeven. Ook al proberen deze twee werelden elkaar te vernietigen.

“Hakim is enorm belangrijk, hij is de man die alles kan. Hij voorziet in diverse behoeftes en behoudt tegelijkertijd zijn neutraliteit”, aldus Julien Lerisson, vice-voorzitter van de ICRC delegatie in Kandahar.

Sollicitatie niet nodig
Hakim kreeg zijn baan per toeval. Eind jaren negentig deed hij een vrijwilligerscursus voor het Afghaanse Rode Kruis. Voor de Taliban werd toen al snel duidelijk dat Hakim de connectie zou kunnen zijn die hun verloren strijdmakkers weer terug kon halen.

In 2005 nam een Taliban commandant voor het eerst contact met hem op over een overleden persoon. Nadat Hakim erin slaagde om deze terug te halen en af te geven aan familie en vrienden, bleven de verzoeken komen. Op een briefhoofd van de Taliban is te lezen dat hij schriftelijke toestemming heeft om deze actie te vervolmaken.

“Hierbij meld ik aan alle Mujahidin in dit gebied, dat deze man met ons samenwerkt ten einde onze martelaren weer naar huis te brengen. Als u een probleem met hem heeft, neemt u contact met ons op”, zo staat er in de brief. De brief is ondertekend door Jabar Agha, de vertegenwoordiger van de Taliban voor het Zhari gebied in Kandahar. In de brief wordt er naar Hakim verwezen als taxichauffeur.

Als de vechters dan eindelijk in hun graven worden geplaatst, kunnen de families afscheid nemen. Soms doen ze dat door de dode te verwijten dat hij verkeerde keuzes heeft gemaakt. Soms doen ze dat door hun toewijding te eren en te vieren.

Hakim, 65-jaar oud met diepe groeven in zijn voorhoofd, een lange witte baard en een litteken onder zijn rechteroog, probeert nog voor de begrafenisceremonie begint te vertrekken. De oorlog heeft hem een persoonlijke tragedie gebracht en hij wil er alles aan doen om die pijn van vroeger niet weer op te rakelen. Maar de meeste families klampen hem aan voordat hij kan vertrekken, om hem te bedanken voor de mogelijkheid tot afscheid nemen van hun overleden geliefde.

“Toen we mijn broers lichaam zagen, met kogelgaten in zijn borstkas, was dat een verschrikkelijk moment. Maar we konden zijn gezicht nog zien. Dat zag er nog hetzelfde als altijd uit. We hebben hem gedag kunnen zeggen”, zegt Ahmad, wiens broer jaren terug zich bij de Taliban voegde. Ahmads broer werd gedood in een vuurgevecht met de Afghaanse politie. Het was Hakim die het lichaam terug bracht.

Niet alle lichamen die Hakim vervoert zijn van de Taliban. Sterker nog, ongeveer twee derde van de slachtoffers zijn burgers en overheidspersoneel (lees: politieagenten). Hakim vervoert ze allemaal: 107 overheidsfunctionarissen in de afgelopen drie jaar en 28 burgers, naast de 127 Taliban strijders. Hij krijgt een getekende brief van locale leiders met toestemming om de lijken op te pikken; hij slaat de kopieën van die brieven op in een zwarte tas die hij thuis heeft staan. Zodoende kan hij precies bijhouden hoeveel lichamen hij al heeft opgehaald.

Door heel Afghanistan werken Hakim en anderen die hetzelfde werk doen als hij om lichamen op te halen. Soms glippen ze de grens over naar Pakistan. Maar het heeft effect gehad, want het aantal ongeïdentificeerde lichamen is afgelopen jaren in Afghanistan terug gelopen met meer dan 50%.

Tragedie dichtbij huis
Vorig jaar was het bijna zover dat Hakim het wereldje vaarwel zei. Iedereen had ook niet anders verwacht van hem.

Twee van zijn vier zonen waren vorig jaar onderweg naar een picknick. Sluipschutters van de Taliban kregen de auto in het vizier en identificeerden de chauffeur vervolgens als een doelwit. Ze schoten meerdere malen op de auto. Hakims beide zonen waren op slag dood.

“Ik hielp deze mensen. Ik deed iets voor ze, waarvoor ze mij nodig hadden. Ik vroeg hen dan ook: Waarom hebben jullie dit gedaan?”, vertelt Hakim met zichtbare moeite.

Hakim kreeg nooit een duidelijk antwoord. Hij haalde de lichamen van zijn zonen op in dezelfde gele taxi die hij gebruikt voor alle andere overledenen. Hij begroef ze, en hij rouwde twee dagen achter elkaar. Daarna nam hij weer telefoontjes van de Taliban aan. Hij ging gewoon weer aan het werk.

“Dit is hoe ik mijn land help”, zegt hij, nadat hij even tijd nodig heeft om op de juiste woorden te komen. “En daarnaast, wie gaat dit werk doen als ik het niet meer doe?”

De directeur van het mortuarium was onaangenaam verrast toen hij Hakim voor het eerst weer zag na het incident. “Het is ons totaal onduidelijk waarom hij dit blijft doen”, aldus de directeur.

De moeilijkste telefoontjes, zo zegt Hakim, zijn die als je de familie van een overledene niet kan vinden en je de lokale mullah (geestelijke) moet verwittigen. Als er namelijk geen familie te vinden is, dan is het Hakim die de begrafenis moet regelen. De mullahs komen dan naar een speciaal stuk land, ingericht voor de begrafenis van de vechters zonder familie. De mullahs zeggen een gebed, roepen dan vier keer dat ‘God groot is’ (‘Allah ackbar’) terwijl ze hun handen dan steeds op hun oren leggen.

Hakim helpt om het lichaam te wassen, te kleden in een wit gewaad en om het in de grond te tillen.

Hakim weet exact waar ieder lichaam is begraven. Hij neemt foto’s van de lijken met zijn mobiele telefoon, voor als er jaren later een familie komt om te zoeken naar hun overleden familielid. Zo kan Hakim direct aanwijzen waar iemand begraven ligt.

Een paar maanden terug kwam een man uit de Paktia provincie, zo’n driehonderd kilometer van Hakim vandaan. Hij zocht zijn vermiste broer. Hakim toonde de man een korrelige foto op zijn telefoon, waarna hij de man het graf aanwees. Samen knielden ze voor het graf en beden voor de overledene.

De grote vraag die blijft, is wat Hakim denkt van de oorlog. Over dat onderwerp laat Hakim zich nauwelijks uit. “Net als iedereen wil ik alleen maar vrede.”, zegt hij. “Ik heb respect voor beide kanten en ik wil dat mijn land gewoon weer één geheel is. Maar op dit moment is er oorlog. Mensen sterven iedere dag, en daar moeten we iets mee doen.”

Bron: The Washington Post

Advertenties