REIZEN | De oudste wijnmakerij van Europa


Weet je waar de oudste wijn regio in Europa ligt? Het is niet Bordeaux, het is niet Porto in Portugal en het is ook niet Chianti in Italië.

Bron: Amos Chapple

Bron: Amos Chapple

Voor wie nog altijd geen idee heeft: het ligt in het noordoosten van Hongarije, in Tokaj. Hier zijn veel wijnkelders gebouwd in het midden van de 16e eeuw, waarmee het het oudst geclassificeerde wijngebied in Europa is. Wat je hierboven ziet zijn wijnflessen, de oudste komen uit 1912. De uitslag op de flessen is schimmel welke gevoed wordt door de verdampende wijn. De wijnmakerij waar deze flessen staan levert aan president en koninklijke families van over de hele wereld.

Bron: Chris Warde-Jones

Bron: Chris Warde-Jones

De wijnmakerij heet Oremus, welke bekend staat om de witte furmint (een Hongaars druivenras). Het is een van ’s lands grootste en meest bekende wijnmakerijen en Oremus wordt omgeven door een heuvelachtig landschap, wijngaarden en geisoleerden boerderijen. Bovengronds lijkt Oremus op een laboratorium waar op moderne wijze wijn gemaakt wordt. De kelder is een door schimmel aangekoekte kamer waar het wijnproeven plaatsvindt.

Bron: Benjamin Weinberg

Bron: Benjamin Weinberg

Een bezoeker beschreef het als volgt: “Voordat we binnengeleid werden, stonden we ietwat nerveus te wachten op de aankomst van iemand op het dorpsplein. Al snel kwam er een oude man aangefietst op een piepende, roestende fiets. Hij zei tegen mijn vriendin dat ze mooi was voordat hij ons in de wijnkelder voorging. Na een rustige toer kregen we van hem een glas van de door zijn vader gemaakte wijn uit 1956. Deze was gemaakt tijdens de Hongaarse revolutie.”

Bron: Benjamin Weinberg

Bron: Benjamin Weinberg

In 2010 bezocht een criticus van de New York Times Oremus: “Staand in het schemerachtig licht rook ik en proefde ik. Hoewel de kelderlucht vochtig en muf was, was het aroma dat uit het glas kwam aromatisch en bloemrijk. De wijn, een Tokaji aszu, was gevuld met citrus bloesem en fruit in de neus. In de mond proefde ik knapperige smaken van abrikoos en ook de sinaasappel barstte eruit, gevolgd door een verfrissende, scherp einde dat smeekte om nog een slok. Die schimmel heeft geluk, dacht ik direct.”
wijn5
Voor wie Tokaj wil bezoeken: het ligt op ongeveer 2,5 uur rijden van Boedapest. Het Grof Degenfeld kasteel hotel is een nabij gelegen, stijlvol hotel met vriendelijk personeel welke speciale aanbiedingen heeft waarbij twee overnachtingen, twee diners in het hotel restaurant een wijnproeverij, een bezoek aan de wijnkelder en wijnproeverij bij twee andere, nabij gelegen wijnmakerijen inbegrepen zijn. Meer informatie hierover vind je op hotelgrofdegenfeld.hu.

REIZEN | Niet storen!


Een van die voorwerpen die je tijdens je reizen altijd wel ziet liggen of gebruikt, zijn de bordjes die je aan de deurknop hangt met daarop ‘Niet storen’. En het grappige is nu juist dat deze bordjes razend interessant zijn qua ontwerp. Laat het nu zo zijn dat een verzamelaar genaamd Eduardo (uit Turijn, Italië) deze tot in den treuren heeft verzameld en gecatalogiseerd (zie hier). Eduardo is inmiddels met pensioen maar heeft gedurende zijn werkende leven bizar veel gereisd als butler en als persoonlijk assistent. Toch rijst de vraag: hoe kom je dan aan zoveel ‘Niet storen’ bordjes?

“Ik nam mijn eerste bordje ruim twintig jaar geleden mee naar huis vanuit Pakistan. Een bordje leidde tot het volgende bordje en voor ik het wist werd het een verslavende hobby. Ieder bordje vertelt een verhaal. Daarbij heb ik zelf bij ieder bordje een fantastische herinnering.”

Hieronder een overzicht van de bijzondere verzameling van Eduardo uit Turijn.

SNT1

Block Hotel in Kenya

Block Hotel in Kenya

Links: Sheraton Waikiki in Honolulu, Hawaii. Links: Ming Court Hotel in Singapore

Links: Sheraton Waikiki in Honolulu, Hawaii.
Links: Ming Court Hotel in Singapore

Rechts: Sir Francis Drake in San Francisco Links: Rüdesheimer Schloss. Rüdesheim am Rhein in Duitsland

Rechts: Sir Francis Drake in San Francisco
Links: Rüdesheimer Schloss. Rüdesheim am Rhein in Duitsland

Onbekend hotel in Duitsland, uit de jaren twintig

Onbekend hotel in Duitsland, uit de jaren twintig

Links:  Hotel onbekend Rechts: Hilton in Tel Aviv, Israel

Links: Hotel onbekend
Rechts: Hilton in Tel Aviv, Israel

Links: Valley View Casino & Hotel in San Diego  Rechts: Hellsten Hotel in Stockholm, Zweden

Links: Valley View Casino & Hotel in San Diego
Rechts: Hellsten Hotel in Stockholm, Zweden

SNT8

Barringer Hotel in de Verenigde Staten van Amerika

Barringer Hotel in de Verenigde Staten van Amerika

Villa Medici Hotel Florence

Villa Medici Hotel Florence

Links: Penang Mutiara Beach Resort in Penang, Maleisië Rechts: Renuka Hotel in Colombo, Sri Lanka

Links: Penang Mutiara Beach Resort in Penang, Maleisië
Rechts: Renuka Hotel in Colombo, Sri Lanka

Ana Mandara Villas Dalat Resort & Spa in Dalat, Vietnam

Ana Mandara Villas Dalat Resort & Spa in Dalat, Vietnam

Links: Centara Grand Beach Resort & Villas in Krabi, Thailand Rechts: Yaang Come Village in Chiang Mai, Thailand

Links: Centara Grand Beach Resort & Villas in Krabi, Thailand
Rechts: Yaang Come Village in Chiang Mai, Thailand

REIZEN | Het nieuwste lid van het Google Street View team


Heb je je weleens afgevraagd hoe Google Street View beelden uit, bijvoorbeeld, een woestijn verzameld? Ziehier het nieuwste lid van het Google Street View team, genaamd Raffia. Raffia is een tien jaar oude kameel die, wanneer de weersomstandigheden perfect zijn (lees: helderblauwe hemel), om zes uur ’s ochtends met een camera op de rug de woestijn in trekt. Met de high tech camera ‘Trekker’ op haar rug geplaatst maakt ze 360 graden beelden in de Liwa woestijn van de Verenigde Arabische Emiraten.

Klik hier om te zien welk schitterend vergezicht er achter de volgende duin te zien is.

Liwa ligt ten zuiden van Abu Dhabi en bezit vele oasis gebieden welke steeds meer in trek zijn als vakantieoord. Deze glooiende zanderige heuvels waren ooit de thuisbasis van de nomaden aan het einde van het Stenen Tijdperk. Daarmee is Liwa een van de oudste gebieden in de Verenigde Arabische Emiraten. Volgens Google heeft dit project een bijkomend positief effect: het geeft de toerisme in dit gebied een behoorlijke boost.

En dat lijkt geen overdreven statement. Want wie Raffia even volgt, raakt aangetrokken door het bijzondere landschap en de schitterende oases die talrijk zijn. Wie raakt er nu niet geïnteresseerd in die gebouwen die tussen de palmbomen liggen?

Voor wiens interesse werkelijk aangevuurd is door de beelden, het is zeer waarschijnlijk dat het hier om het Tilal Liwa Hotel gaat.

Veel plezier met de reizen van Raffia, voor nu vanachter je computer.

Raffia1 Raffia2 Raffia3 Raffia4 Raffia5 Raffia6

De achtste dag (4)


Het is in Polen, zeker in het grensgebied bij Duitsland, een bijzondere eer als je een Duitser of een Nederlander in de familie hebt. Een Duitser geniet in het beginsel meer aanzien, maar dat is meer toegespitst op die regio in Polen dan op de rest van het land. Een Nederlander geniet enerzijds meer aanzien, omdat dit volk al exotisch wordt beschouwd door Polen die hun landje nooit hebben verlaten. Echter, omdat exotisch ook onbekend maakt, is het uiteindelijk de Duitser die op plaats één komt.

Desalniettemin was mijn schoonvader zeer verheugd met de Nederlandse aanwinst in zijn familie. Ik had tijdens een eerder bezoek al met enkele, mij totaal onbekende, mensen uit het dorp kennis gemaakt, en die traditie had Ziggy deze vakantie vrolijk doorgezet.
Ik had immers nog niet iedereen leren kennen. Of eigenlijk: niet iedereen had mij al gezien. En dus had ook niet iedereen de statusverhoging van mijn schoonvader gezien.

Als een soort uit de dood herrezen uitgestorven diersoort liep ik ook de ochtend van de vierde dag gedwee achter mijn schoonvader aan. Eerst in het dorp, waar we zonder aankopen te doen van winkel naar winkel trokken. Veelal keek Ziggy even binnen of hij bekenden zag. Zo niet, dan liepen we door naar de volgende winkel.
Op het marktplein verkocht een verschrompelde dame een kilo aardbeien verkocht voor minder dan 2 euro. Ik hoopte stilletjes dat Albert Heijn voortaan zijn aardbeien in Polen zou gaan halen, zodat ik iedere dag voor een betaalbare prijs aardbeien kon eten in Nederland.
Waarschijnlijk had ik te lang staan staren, want Ziggy trok me een schoenenwinkel in. Hij liep naar de afdeling voor mannen en begon willekeurige schoenen aan te wijzen. Of ik die wilde. Of die. Die dan? Beleefd bleef ik mijn hoofd schudden, al kreeg ik na tien minuten het idee dat ik wel een paar schoenen moest uitzoeken omdat we hier anders nooit meer weg zouden gaan.

Met mijn gebrekkige Poolse vocabulaire probeerde ik hem duidelijk te maken dat ik liever een shirt zou willen hebben. Direct begon Ziggy zijn hoofd te schudden. Wacht maar, geen probleem, ik weet wat je bedoelt, en hij sleurde me de schoenenwinkel uit.
We trokken door kleine, obscure straatjes waar al sinds mijn vorige bezoek ruim een jaar terug werd gebouwd aan appartementen. Blijkbaar werken de Polen in Nederland een stuk sneller dan de Polen hier. We staken een plein over en liepen langs de achterkant van de kerk naar een soort sportwinkel. Een soort, omdat alle producten die er werden verkocht replica’s leken van de echte producten.

Ziggy deed navraag bij de caissière. Hij praatte snel en opgewonden, en even dacht ik dat hij het winkelmeisje over de toonbank zou trekken en haar te lijf zou gaan met een tennisracket. Of een hockeystick, al naar gelang wat er voorhanden was.

Zover kwam het niet, maar Ziggy stormde zichtbaar geagiteerd naar buiten. Met handen en voeten en ‘Duits voor beginners’ maakte hij me duidelijk dat het shirt dat hij (en dus ik) zocht hier niet werd verkocht. Daarvoor moesten we naar de dichtstbijzijnde grote stad, Opole.

Ik zou dus vandaag geen shirt meer krijgen, want die middag zouden Iwi, Adam, Adams vriendin Ania en ik naar Wroclaw gaan. Wroclaw is een van de vier steden in Polen waar gespeeld wordt voor het Europees Kampioenschap, en aangezien Ziggy mijn vakantie al volledig had ingepland, moest en zou ik vandaag naar het stadion gaan kijken. Ik wist dat de UEFA gedurende het EK de baas zou zijn van het stadion en dat ik dus niet in de buurt kon komen. Maar ik moest gaan, aldus Ziggy.

Ziggy had die ochtend Adam al voor zes uur wakker gemaakt (Adam had de avond tevoren tot ruim 1 uur ’s nachts computerspelletjes zitten spelen), waardoor Ziggy het startsein had gegeven voor Adams ochtendhumeur die zijn weerga niet kende. Hij keek me eerst nog wat bozig aan, maar toen ik hem duidelijk maakte dat dit mij net zo overviel als dat het hem overviel, verdween ook zijn humeur.

We vertrokken aan het einde van de ochtend naar Opole. Daar zouden we Ania ophalen, waarna we zouden doorrijden naar Wroclaw (spreek uit Vrodswaf). Iwi en ik hadden vooraf niet bijster veel zin gehad in deze trip. Adam mogen we beiden erg graag, maar het probleem zit bij Ania. Ania is een heel lief meisje, maar ze is ook erg verlegen. Daarnaast heeft ze nergens zin in en zijn er maar weinig zaken die een heftige emotionele reactie bij haar losmaken. We vermoeden dan ook dat haar moeder dagelijks een dosis valium in een kopje thee doet.

De reis van Opole naar Wroclaw neemt, als men de gangbare snelheid in acht neemt, een goed uur in beslag. Eenmaal aangekomen in Wroclaw valt me de enorme wijdheid van de stad op. Ik moest direct denken aan Beijing, een stad die niet te vergelijken is met andere grote Chinese steden. Ook in Beijing zijn de straten breed, zijn er vele parken en is er bijzonder veel ruimte vrijgelaten tussen de gebouwen. Dat is ook de reden dat Beijing over niet al te lange tijd zijn 7e (!) ringweg om de stad zal openen.

Dat gevoel kreeg ik ook toen we Wroclaw binnen reden.

Omdat Ziggy iedereen had gehersenspoeld vooraf, moesten en zouden we eerst naar het voetbalstadion gaan. Nergens hingen bordjes, waardoor het een soort vreemde zoektocht werd. Adam had drie jaar in Wroclaw gewoond en gestudeerd, maar leek zich ook niet meer helemaal te kunnen herinneren waar alles zich bevond. Ruim een uur later zagen we een heel klein, blauw bordje hangen waarop een stadion stond afgebeeld. Rechtdoor, zo gebood het ons.

Bijna een half uur later zagen we plots het stadion opdoemen. Op dit punt aangekomen was mijn interesse in het stadion in het bijzonder en in het Europees Kampioenschap in het algemeen tot een historisch dieptepunt gedaald. Ieder gesprek dat we met Ania probeerden aan te knopen strandde vrijwel direct in een ongeïnteresseerde hoofdknik van haar, waarna ze weer glazig naar buiten zat te staren. Zelfs Adam zei tegen haar dat als ze wilde praten, dat ze dan wel haar mond open moest doen.

Het stadion was hermetisch afgesloten. Overal stonden UEFA-personeel langs de hekken en we zagen enkele busjes van particuliere beveiligingsbedrijven. Enkele weken terug had de UEFA besloten dat zij de controle over het stadion zou krijgen, totdat het EK voorbij was. Er was dus geen enkele mogelijkheid voor ons om het stadion te bezichtigen.

We reden door naar een winkelcentrum dat qua grootte niet onderdeed voor de Boeing fabriek waar vliegtuigen worden geassembleerd. De dames stoven de auto uit, op weg naar een toilet. Adam en ik genoten van mijn sigaret.

We lunchten eerst bij de pizzahut, waar met name het toetje het hoogtepunt was. Een ovenwarme brownie met een gat in het midden waarin warme chocoladesaus was gegoten. Onze ronde, gevulde buiken probeerden zichzelf enigszins te ontlasten door zo nu en dan gas te laten ontsnappen. Al boerend vroegen we om de rekening.

We winkelden wat, maar door alle vertragingen was het avonduur inmiddels verstreken. Adam bracht ons naar het centrum om te kijken hoe de voorbereidingen voor het EK verliepen. Ook het centrum was overgenomen door de UEFA. Coca Cola had een groot podium gebouwd, midden op het grootste marktplein in de stad. Wie tussen de doeken en de hekken doorkeek, kon nog iets ontwaren van de historische gebouwen die deze stad zo ongelooflijk mooi maken. Diverse bouwstijlen staan kriskras door elkaar, waardoor een toerist zijn ogen zal uitkijken.

Jammer dat Coca Cola en de UEFA dit moesten verpesten.

Inmiddels werd de klaagzang van Ania zo luid, dat wel genoodzaakt waren om weer terug huiswaarts te gaan. Adam kreeg plots een briljante inval, en wilde ons zijn oude school laten zien. Het gebouw zag er niet bijzonder uit, maar toen Adam zijn voormalig lerares mee naar buiten nam om ons te ontmoeten, beseften we pas in wat voor leuke, vriendelijke omgeving hij drie jaar moet hebben gewoond. De mevrouw was dolblij dat Adam haar niet was vergeten en dat hij de moeite had genomen om weer eens langs te komen.

De tranen stonden in haar ogen.

Ze noemde mij psustojne, wat een woord is dat alleen kan worden gebruikt met betrekking tot een man. Het is een combinatie van lang en knap. Mijn avond was dus helemaal goed na dat compliment. Ik zei, in mijn gebrekkig Pools, dat Adam van geluk mocht spreken dat hij les van haar had gehad. Haar traanbuis begon nu echt overbevolkt te raken.

We gingen, na een emotioneel afscheid, weer terug naar huis.

We hadden Ania afgezet in Opole, waarna wij het laatste half uur naar huis vulden met moppen en grappen. Nu is de gemiddelde Pool niet racistisch (al weten ze niet bijster veel van andere culturen), maar ik denk dat het een Pools mechanisme is om met gruwelijkheden als Auschwitz om te gaan door vele grappen te maken over Joden, zigeuners en Duitsers.
Ik verbaasde me tijdens dat half uur in toenemende mate over de hoeveelheid moppen die Adam kon onthouden. Er leek geen einde aan te komen. Na het vertellen van de leukste mop van de avond, over een drie jongens met het syndroom van Down die een ijsje kunnen verdienen als zij in hun handen kunnen klappen, kwamen we thuis aan in Rozmierka.

Ziggy zat al buiten te wachten en stoof op de auto af. Hoe was het stadion, was het mooi, hoe verhield het zich Nederlandse stadions, enzovoorts. Godzijdank had Adam een blik bier gekocht bij het tankstation dat we passeerden op weg naar huis (ja, in Polen verkopen ze alcohol bij het tankstation en nee, ze zien daar geen enkel probleem in) waardoor hij Ziggy kon afleiden.

Die avond kroop ik moe van het zitten in de auto, van het vele lopen en van het eeuwige gezeur van Ania, toch redelijk voldaan mijn bed in. Ik had een stadion gezien wat ik niet per se hoefde te zien. Ik had alle werken van Edgar Allen Poe gebundeld in één boek gekocht voor minder dan tien euro en ik had een van de mooiste binnensteden waar ik ben geweest gezien.

Ik droomde die nacht dat de UEFA mijn droom in beslag had genomen. Dat ik pas na het EK weer in mijn dromen mocht. Dat ik vroeg wanneer het EK was afgelopen. Dat de UEFA antwoordde: de achtste dag.

De achtste dag (3)


Op de derde dag voelde ik mij weer volledig hersteld van de desastreuze eerste dag. Alleen de temperatuur werkte niet meer mee, want deze was gestegen tot een hoogte die het zelfs binnen in het doorgaans koele huis te warm maakte om te genieten.

Vandaag stond een trip naar St Annaberg op de planning. St. Annaberg is in feite een inactieve vulkaan. Daar is niets van te merken, op de vele rotsblokken die gevormd zijn door lava en vulkanisch gesteente na. Van deze rotsblokken is een openluchtkerk gemaakt, die aan de voet van de heuvel gelegen is. Het is toegestaan om de kerk buiten de dienst om te betreden, maar het onwrikbare geloof van mijn toch vrijgevochten vriendin maakte haar huiverig om de openluchtkerk te betreden.

Boven op de heuvel staat nog een kerk, vanwaar bezoekers de gehele omgeving kunnen zien. In de wijde omtrek liggen voornamelijk grasvelden, bossen en braakliggend terrein.

Als we bijna boven op de heuvel zijn, komt een jonge poes mij tegemoet gelopen. Hij draait achtjes om mijn benen en hij laat zich met graagte aanhalen. Het mooie van deze plek is dat je met grote zekerheid kunt zeggen dat het geen zwerfkat is, omdat de huizen van de bewoners van het dorpje om de St. Annaberg letterlijk aan de voet van de kerk wonen. We zagen de kat daarna weg drentelen en bij het huis dat het dichtst gelegen is bij de kerk door een kattenluikje naar binnen gaan.

De bewoners bieden hun terrein aan als parkeerplaats (in Poolse dorpen is het normaal dat een huis een grote oppervlakte land eromheen heeft liggen) en krijgen zodoende een stevige stroom van inkomsten. Want op zondag komen niet alleen toeristen met duizenden tegelijk af op deze toeristische trekpleister, maar ook uit alle dorpen in de wijde omgeving trekken Polen naar dit bedevaartsoord.

Halverwege de heuvel staan in een cirkel om de berg allerlei kraampjes waar voornamelijk religieuze koopwaar wordt aangeboden. Mariabeeldjes, engeltjes, bidprentjes en rozenkralen zijn slechts enkele van de voorwerpen die gekocht kunnen worden.

Dan vertelt mijn vriendin me dat er achter de berg nog een bijzonder monument ligt. We gaan op zoek in de brandende zon, het middaguur had zojuist de warmste fase van de dag ingeluid, naar het monument. Via een slingerweg die afwisselend sterk stijgt en daalt komen we aan de rand van een bos, waar het monument gelegen is. Een soort vierkante boog steekt bleek af tegen het groene bos. Dit is een bijzonder monument, waar ieder jaar op een bepaalde datum duizenden nazi’s op af komen.

Het monument is na de inval in Polen gebouwd door de nazi’s. Maar de Poolse bewoners, die een hevige afkeer hadden van de nazi’s hoewel ze doorgaans Duitsland goed gezind zijn, besloten het af te breken en er een nieuw monument neer te zetten. Hoewel dit verzet opriep bij nazi’s, hebben de bewoners voet bij stuk gehouden. Vrijwel ieder jaar weer komen duizenden nazi’s vanuit heel Europa naar dit monument om het vol te kladden met hakenkruizen. De bewoners blijven echter stug tegenstand bieden, en poetsen eigenhandig het monument de volgende dag alweer schoon. Zo gaat dit al jaren.

Ik loop wat door en langs het monument. In het bos naast het monument ontwaar ik steeds meer trapjes, bruggetjes en overwoekerde overgangen. Als ik naar de achterkant van het monument loop, verschijnt er stap voor stap die ik zet, een immens amfitheater, gelegen achter/onder het monument.

Mijn vriendin en ik duiken direct het bos in. Het is er vochtig en muf, ongetwijfeld een gevolg van de hevige regenbui van vannacht. We lopen zo’n tien minuten richting de achterkant van het monument, en plots zijn we er. Het grootste amfitheater dat ik in mijn leven gezien heb.

Ik sprint direct naar beneden, naar waar het podium gelegen is. Het kost me meer dan twee minuten om daar te komen. Ik reciteer enkele passages van Shakespeare, willekeurig welk stuk. Mijn vriendin heeft inmiddels plaats genomen op de bovenste rand van de tribune, en zij klapt en juicht dat het een lieve lust is. Zelfs haar applaus kent een nagenoeg perfecte akoestiek.

Na hier zeker een half uur gespeeld te hebben, lopen we terug naar St. Annaberg. De hitte is inmiddels ondraaglijk geworden, en in het dorp stoppen we nog voor een drankje (of twee).

Het kost ons nog minstens een half uur om de auto te vinden. We rijden de 18 kilometer naar het dorp terug en mijn vriendin vertelt me in de auto dat het normaal is voor kinderen in de nabijgelegen dorpen om ieder jaar een soort pelgrimstocht naar de St Annaberg te vervolmaken. Dan lopen de kleintjes 18 kilometer heen en 18 kilometer terug, vaak voor een dienst die niet langer dan een uur duurt. Maar wie de schoonheid, de mystiek en de mysteries van St. Annaberg heeft gezien, weet dat die tocht het meer dan waard is.

De rest van de dag, ik zal het maar eerlijk toegeven, hebben we besteed aan luieren, winkelen en nog meer luieren. Deze avond zouden we het tweede deel van de verjaardag van oma vieren, maar om mij weer voor een wodkaramp te behoeden, neemt mijn vriendin me ’s avonds mee naar de film. Hoewel op de Poolse televisie bijna alle programma’s nagesynchroniseerd worden (onlogisch, want is duurder dan ondertiteling en men leert zodoende geen vreemde talen), zijn in de bioscoop vrijwel alle films voorzien van ondertiteling. The Dictator blijkt een film die eigenlijk alle grappige scenes al in de trailer had zitten.

Maar we zijn het er over eens dat we zo een luchtige afsluiting kregen van de dag. Zonder wodka. Mét foute humor, visueel onsmakelijk grappen en een middelmatige film. En mijn continu naar het amfitheater afdwalende gedachten. Maar zonder wodka.

(De foto’s van de derde dag van mijn vakantie volgen later nog. Houdt mijn blog in de gaten voor nieuwe updates)

De achtste dag (2)


dag2
Zo brak als een ballonnetje na de eerste dag in Polen

Na een tumultueuze eerste dag in Polen, waarbij de alcohol rijkelijk vloeide, had ik het grootste deel van de tweede dag nodig om bij te komen van het feestgedruis. Ik had het overleefd, maar afgaande op de vele hoopjes braaksel die ik in en rond het huis had gedeponeerd, was het maar ternauwernood goed afgelopen.

dag22
Een geschikte plek vinden om de kater weg te slapen viel geenszins mee

Vandaag stond een voetbalwedstrijd op de planning. De club uit het dorp, Rozmierka, nam het op tegen een laaggeklasseerde tegenstander. Theoretisch was een overgang naar een hogere divisie nog mogelijk, maar dan moest een overwinning behaald worden om zicht te houden op de tweede plaats. Ruim een half uur voor de wedstrijd gingen Ziggy en ik op weg naar de wedstrijd. Vrijwel iedereen die we tegenkwamen moest ik de hand schudden. Vele malen hoorde ik: ‘Aaaah, Hollanderski!’. Ik geloof dat mijn schoonvader het woord van mijn komst al tijdig had verspreid in het dorp.

Ik merkte pas tijdens de wedstrijd welk een indruk mijn komst had gewekt in het dorp. Vele meisjes en vrouwen, die normaliter niet naar een voetbalwedstrijd gaan maar eerder thuis de tijd dat hun man of vriend er niet is koesteren, bevolkten de één rij grote tribune. Ik schudde er nog meer handen dan ik had gedaan op weg naar de wedstrijd. Afwisselend in het Pools, Duits en Pools-Duits (dialect uit de streek, genaamd Silezisch) werd ik over allerlei zaken aangesproken. Ik moest aanhoren hoe Nederland had verloren van Bulgarije, hoewel ik ze probeerde uit te leggen dat een verlies juist motiverend kan werken.

Ik vocht nog altijd met de grote hoeveelheid alcohol die mijn lichaam nog niet hadden kunnen afscheiden. Toen Ziggy een biertje aanbood, nam ik deze aan als een dorstige in de woestijn. Na de eerste paar slokken voelde ik me direct wat beter.

De wedstrijd op zich bood weinig soelaas voor vermaak. Ik hield me dan ook voornamelijk bezig met de supporters (waarvan er enkele bijzonder luidruchtig en agressief waren) en met het vergelijken van het niveau van de voetbalclub waarvoor ik enkele jaren de clubkleuren heb verdedigd, DESK in Kaatsheuvel. Ziggy vertelde me dat deze club zo klein was, dat er sinds een jaar nog maar één elftal actief was. Er waren immers te weinig jongeren in het dorp om een jeugdelftal te vormen. Ik zat met Ziggy naar het enige elftal in het dorp te kijken.

dag23
’s Avonds samen filosoferen over de gespeelde wedstrijd

Het niveau verschilde niet veel van dat bij mijn tijd bij DESK. Met het verschil dat de ploeg van Rozmierka niet of nauwelijks trainde voor een wedstrijd; vrijwel alle spelers hadden vrouw en kinderen en werk en hadden geen tijd voor trainingen. Een wedstrijd op zondag was het maximaal haalbare. Bij DESK werden spelers van het eerste elftal betaald voor wedstrijden. Ook daar blonk een verschil uit: bij Rozmierka is alles op vrijwillige basis. Zelfs de shirtjes van de spelers werden vrijwillig geleverd door een kledingmaker uit het dorp. Deze kledingmaker had enkele jaren in Duitsland gewerkt en had zodoende wat geld gespaard. Hij had al zijn spaargeld uitgegeven om de club van shirts te voorzien. Ik was onder de indruk van de felheid en het enthousiasme waarmee de mensen uit het dorp hun club steunden. Ziggy zei me dat vrijwel alle mannen die ik langs de zijlijn hun club zagen aanmoedigen, ook naar uitwedstrijden gingen. Zelfs als deze 50 kilometer verderop gespeeld werden.

De harde kern van de club, zo’n tien luidruchtige, breedgeschouderde jongemannen, schreeuwde alsof Polen in de finale van het Europees Kampioenschap speelde. Het was onvoorstelbaar om te zien. Spelers werden direct aangesproken op hun fouten; in het dorp kent iedereen elkaar. Uiteindelijk bleven rellen uit, mede dankzij de scheidsrechter die tot twee keer toe een dubieuze strafschop toekende aan Rozmierka. Met een 4-2 thuisoverwinning bleef de tweede plaats binnen handbereik.

Na de wedstrijd liepen we terug en moest ik iedereen een hand geven die ik eerder nog niet had gesproken of gezien. Ziggy legde me uit dat alle grote huizen in het dorp van mensen waren die in Duitsland of Nederland werkzaam waren. Pas toen hij me de waarde van de huizen duidelijk maakte, wist ik waarom het wel heel aantrekkelijk werd om hier te wonen en om in het buitenland te werken. Er stonden huizen die in Nederland makkelijk voor 800.000 euro verkocht konden worden. Echter, de prijs in Polen voor die huizen: 700.000 zlotych, wat omgerekend neerkomt op 175.000 euro.

Naast de ‘communa sklep’ (mijn koosnaam voor alle communistisch ogende buurtwinkels in het dorp) stond een kast van een huis. Ziggy stopte voor het huis en staarde er bewonderend naar. Hij vroeg me of ik wist hoe ik kon zien dat de bewoners het rijkste van het dorp waren. Ik keek goed, naar het hek, naar de oprit, naar het huis, naar de tuin. Maar ik kon niets ontdekken. In het midden van de tuin stond een fontein ter grootte van een baksteen. Het was de fontein die toonde dat er geld aanwezig was. Met deze nieuwe, raadselachtige inkomensindicatie in het achterhoofd gingen we terug naar huis.

Die avond lonkte het bed zo intens naar mij, dat ik me al vroeg overgaf aan haar verleidingen. Morgen zou de alcohol volledig zijn afgebroken in mijn lichaam, en maakte ik mij op voor een bijzondere, nieuwe reisbestemming: St. Annaberg. In deel 3 van De achtste dag meer over dit bedevaartsoord van nazi’s.

Reis naar Polen: De achtste dag (1)


Marek Hlasko, een van mijn favoriete schrijvers, creëerde een prachtig boek over de mentaliteit van de Poolse burgers vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het boek heet De Achtste Dag en gaat over een vrouw die samen met haar broer in barre tijden wachten op de achtste dag van de week. Een dag die dus nooit komen gaat.
Het is een verwijzing naar de economische en sociale malaise waarin Polen vlak na de oorlog verkeerde. Het is voor mij echter, zij het ietwat uit de originele context getrokken, een verwijzing naar mijn vakanties in Polen. De daadwerkelijke betekenis zal ik later uitleggen.

Ik vertrok afgelopen vrijdag met een bestelbus richting Polen. Normaliter nemen mijn vriendin en ik altijd een grote bus, zo eentje die doorgaans gebruikt worden voor lijndiensten. Maar omdat we daar enkele slechte ervaringen mee hadden (overmatig drank- en drugsgebruik, stankoverlast en krappe zitruimte), besloten we om deze keer gebruik te maken van een reisorganisatie die van en naar Polen reed in bestelbusjes.

Vrijdagavond vertrokken we om acht uur. Direct liet de chauffeur het gaspedaal de vloer kussen en schoten we met ruim 180 km/u door het landschap. Her en der werden nog enkele medereizigers opgepikt, maar vanwege de (beperkte) grootte van de bus konden er niet meer dan acht mensen mee.
Omdat ik de hele dag had gewerkt kon ik vrij eenvoudig in slaap komen. Toen ik wakker schrok waren we de Poolse grens al overgestoken, en kwam onze bestemming rap naderbij.
’s Ochtends vroeg om iets na achten kwamen we aan bij de ouders van mijn vriendin. We werden hartelijk ontvangen door de familie. Danusia (moeder), Ziggy (vader), Adam (broer), Jadzia (oma) en Elmo (hond) stonden buiten al te wachten op ons.

feestpolen

Nog diezelfde dag hadden we een feest van oma, die haar 80e verjaardag zou vieren. Dus al vroeg in de avond gingen we met zijn allen naar de kerk. Het is in Polen gebruikelijk om voor een verjaardag eerst naar de kerk te gaan. Enerzijds zodat de priester de kans krijgt om de jarige extra te zegenen en te feliciteren en anderzijds is het een mogelijkheid voor gasten die niet naar het feest komen om de jarige toch te feliciteren. Ik sloeg, zoals gebruikelijk, enkele gebaren en rituelen over, simpelweg omdat ik ze niet ken of er niet in geloof. In een zelfbedachte taal zong ik met de psalmen en liederen mee, en van Ziggy kreeg ik 2 zloty in mijn handen gedrukt om in het collectemandje achter het altaar te doen.

Toen konden we op weg naar het feest, dat in een partycentrum in de buurt zou worden gehouden. We werden hartelijk ontvangen door het personeel. Nadat iedereen een zitplaats kreeg toegewezen, kon het feest beginnen. Zoals de Poolse traditie voorschrijft opende het feest met een groot diner. Schalen met deegballen, schalen met vlees, vis en kip, pierogi (een soort van ravioli, maar dan groter en met meer vulling) en natuurlijk vele flessen wodka werden op tafel gezet. De ceremoniemeester, in dit geval oom Joachim, bepaalt het tempo van drinken. Als de ceremoniemeester inschenkt, moet je meedrinken. Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor de jarige, voor bejaarden, voor zwangere vrouwen en voor kinderen.

feestpolen5

Na de vierde wodka voelde ik mijn lichaam losser worden. Toen bleek dat enkele neven van mijn vriendin de moeite hadden genomen om een cd te branden met daarop ‘Nederlandse schlagermuziek’, moest ik er wel aan geloven en dook de dansvloer op. Er werd zelfs voor de Nederlander een heuse polonaise ingezet. Wonderbaarlijk genoeg konden vrijwel alle gasten ‘Heb je even voor mij’ van Frans Bauer meezingen. Hoewel ik deze muziek doorgaans alleen gebruik om antiperistaltische bewegingen op te wekken, dompelde ik mij zonder remmingen onder in de feestvreugde.

feestpolen2

Ik was al eerder met mijn vriendin naar Polen afgereisd, maar dit was de eerste keer dat ik familie van haar vaders kant leerde kennen. Oom Joachim en tante Teresa kende ik al, onder andere van zijn homo-konijn dat weigerde de vrouwtjeskonijnen te bevruchten, maar de rest van de familie was nog voornamelijk een ‘van horen zeggen’ verhaal. Ik leerde oom Alfons en tante Christa kennen. Tante Christa wordt ook wel babcia 2 (oma 2) genoemd, omdat ze net zo veel klaagt als oma. Oom Alfons is een man die lang geleden zijn verstand heeft omgewisseld met de inhoud van een fles wodka. Saillant detail: in het Pools betekent zijn naam pooier. Oom Alfons is een racistische, ietwat alcoholistisch, narcistische en egoïstische persoonlijkheid.

feestpolen4
Mama Danusia en ik samen op de plaat vastgelegd

Dan was er nog neefje Julian, ook wel Jules genoemd. Hij heeft een afwijking aan zijn knieen, waardoor deze naar binnen gebogen staan. Het mannetje kan niet lopen zonder een looprek op wieltjes. Maar hij maakt zijn gebrek meer dan goed met de bereidheid om toch naar alle plekken te gaan waar hij naar toe wil. Zo hebben wij samen op het feest de speelhoek volledig op zijn kop gezet. Eerst leegden we de speelgoedbak, daarna vulden we deze weer en tot slot maakten we samen een rondreis over de dansvloer met enkele knuffels.

Inmiddels begon ook de ceremoniemeester het overzicht te verliezen, waardoor de tijd tussen de shotjes wodka werd verkleind tot minder dan tien minuten. Ik drink doorgaans geen alcohol, maar wonder boven wonder kon ik iedereen goed bijbenen. De ene oom na de andere neef haakten af en lieten de wodka links staan. Als buitenlander, als Nederlander en als ongeschreven betitelde hoogwaardige gast had ik wel een reputatie hoog te houden. Dat bleek toen de zoveelste Frans Bauer plaat werd opgezet.

Ik kan me herinneren dat ik met mijn schoonmoeder heb gedanst. Maar ik moest zo ongelooflijk mijn best doen om de maat te houden en het ritme niet te verliezen, dat ik het stijldansen daarna liet voor wat het was. Ik ontdekte dat het prima twisten is op Jan Smit, en dat muziek uit de jaren tachtig met genoeg wodka achter de kiezen echte feestmuziek blijkt te zijn.

Ergens tussen de veertiende en vijftiende shot wodka gaf ik me op de dansvloer over aan een dansvoorstelling die zelfs Michael Jackson versteld had doen staan. Daarna liep het feest tegen het einde aan, en begon pas toen het besef te dagen dat ik in een tijdsbestek van 48 uur slechts 6 uur had geslapen. En dat ik mijn wodka inname voor die avond inmiddels kon gaan meten in liters.

Danusia bracht ons allen naar huis, waar ik er op stond om het feest door te zetten, bij voorkeur in bar Big Ben of desnoods in de keuken. Schnaps en klaps, dat was wat alle Polen tegen me zeiden nadat ze me op het feest eens diep in mijn door alcohol vertroebelde ogen hadden gekeken. Ook thuis waarschuwde iedereen me voor schnaps en klaps. Toen ik mij op bed neervlijde voelde ik de vermoeidheid bezit van me nemen. Ik viel als een blok in slaap. Om een uur later weer wakker te worden om over te geven. De klaps na de schnaps had me als een struikrover onverwacht overvallen, toen ik lag te slapen nota bene.

Ik zou de volgende dag maar liefst tot vier uur ’s middags nodig hebben om de natuurlijke reactie van mijn lichaam om de overdaad aan gif af te stoten te verwerken. Maar mijn eerste dag in Polen, was direct een klapper geweest.

Schnaps en klaps.

feestpolen3

Trans-Mongolië Express: De laatste dag


Al vroeg in de ochtend waren we weer wakker. Ik was inmiddels 29 jaar oud geworden, hoewel ik in eigen land (lees: Nederland) nog niet jarig was. Ik zou dus, met het tijdsverschil, een verjaardag van 31 uur vieren.
Voor iemand die met het verstrijken van de jaren steeds minder uitkijkt naar alweer een verjaardag, leek dit in eerste instantie dus een dag waarop zaken nodeloos verlengd zouden worden.
We maakten gretig gebruik van het ontbijtbuffet dat door het hotel werd aangeboden. We stapten de eetruimte binnen, ook deze was geheel in de Chinese stijl ingericht, en zagen geen enkele Chinees. Er waren alleen maar Amerikaanse studenten aanwezig wat ik ergens wel een teleurstelling vond, want om onverklaarbare redenen zijn Amerikaanse toeristen voor mij een symbool van cultuurvernietiging.
In pa vond ik een medestander, waardoor we al snel onder het genot van vers fruit, geroosterd brood en een slappe koffie de andere hotelgasten bekritiseerden.
“Hoor je zijn accent? Zo overdreven hoe ze praten.”
“Ja, en iedere zin bevat minstens drie keer het woord ‘like’. I was, like, oh my God, and she was, like, I know.”
Toen we uit de eetruimte liepen stond onze chauffeur al te wachten. We checkten uit, en via een van de talloze ringwegen in en om Beijing leidde de chauffeur ons naar het vliegveld.
We waren als een van de eersten om in te checken voor onze vlucht en die mogelijkheid greep pa direct aan om te informeren of het mogelijk was om mij op te waarderen. De jongen achter de balie typte wat, belde even en akkoord gaande met de voorwaarde dat ik me eerst moest inschrijven voor de Flying Blue club, mocht ik ook in de businessclass.
Toen we de bij de elite horende businesslounge inliepen, wist ik zeker dat dit een geweldige verjaardag zou gaan worden. Gratis eten, drinken, internet, alcohol. Ik kon me als Westerlingen laven aan alle luxe die ik maar bedenken kon.
Dus wat deed ik, de tegendraadse eigenheimer die ik ben? Ik vergreep me aan de kranten en tijdschriften, en laadde zoveel mogelijk in mijn rugzak. Van de China Daily tot aan de Newsweek, van USA Today tot aan een of ander, mij onbekend, financieel tijdschrift dat vrolijk verkondigde dat in 2012 beleggen u toch echt aan de economische malaise kon onttrekken.
Hoewel ik geen enkel budget heb voor beleggingen, ging ook dit blad direct mee het vliegtuig.
Bij het inchecken mochten we net als bij de heenreis weer voordringen. Het gewone volk had maar te wachten op ons. Had ik tussen het gepeupel gestaan, dan had ik pa en mijzelf doodgestaard. Maar nu liet ik me geen enkele mogelijkheid ontzeggen om optimaal te gaan genieten van mijn laatste verjaardag waarbij het eerste getal van mijn nieuwe leeftijd een twee bevatte.
Toen we de businessclass binnen liepen in het vliegtuig, viel mijn mond open. Ik heb mijn leven lang gereisd met de economyclass, en heb daar afgezien van het ruimtegebrek voor mijn lange benen eigenlijk nauwelijks moeite mee gehad.
Maar toen ik besefte in wat voor luxe de elite reisde, zag ik in dat het uiterst noodzakelijk zou zijn dat ik voortaan iedere ticket zou opwaarderen naar de businessclass.
Iedere reiziger had zijn eigen stoel met arm leuningen. Uit de linkerarmleuning kon ik televisiescherm klappen. Via dit scherm kreeg ik de mogelijkheid gedurende de hele reis mijn eigen films, series en muziek te kiezen.
In de rechterarmleuning zat een tafelblad verborgen. Ik kon mijn benen volledig strekken, en dan nog raakte ik de stoel voor mij niet.
De stoel had drie voorgeprogrammeerde standen: de zit-rechtop-stand, de lig-stand en een stand die half tussen twee voorgenoemde zat. Maar het was ook mogelijk om handmatig de stoel in iedere gewenste positie te zetten.
Er zat een knopje op dat ik niet direct thuis kon brengen, met een M erop. Toen ik erop drukte waande ik me even in een Thaise massagesalon. Zachtjes en met intervallen masseerde mijn stoel mij tot een ultiem rustmoment.
We vertrokken met een uur vertraging, maar ik kon niet zeggen dat ik daarmee zat. De stewardess had even voor vertrek allerlei tijdschriften en kranten gratis aangeboden, en voor de tweede keer die dag stampte ik mijn rugzak zo vol mogelijk.
Mijn uiterlijk was op dit punt van de reis behoorlijk gehavend. Ik had me slechts een keer geschoren en de stoppels waren enkele dagen geleden weer naar buiten gekomen om iets van de wereld te zien. Daarbij droeg ik stevige schoenen die veel weg hadden van werkschoenen met een stalen neus. Ik droeg een broek die ik de twee dagen daarvoor ook al had gedragen en ik had mijn outfit voor de dag afgemaakt met mijn niet zo florissante, maar als een tweede huid om mijn lichaam passende hoody.
Ik voelde me even ongemakkelijk tussen het zakenvolk, maar al snel paste ik me helemaal aan. Ik waste mijn voeten op het toilet, waar vier verschillende Rituals flacons me uitnodigden om mijzelf een flink te schrobben, en terugkeert in mijn stoel trok ik mijn schoenen uit.
Ik heb tijdens de vlucht vier films gezien. Twee daarvan, Rise of the Planet of the Apes en Super 8 had ik al gezien, maar vond ik goed genoeg om nog eens te kijken. Of beter gezegd: het overige aanbod voldeed niet aan de filmeisen die ik doorgaans stel. De andere twee, Midnight in Paris (fan-tas-tische film weer van Woody Allen) en The Hangover II (een draak van een film die ik eenieder aanraad over te slaan) zorgden dat ik bijna acht uur van de reistijd afhaalde.
Pa had me voordat we in het vliegtuig gingen al benadrukt dat ik tegen de stewardess nonchalant moest laten weten dat ik jarig was. Maar ik ben niet uit dat hout gesneden, hoeveel voordelen of plezier ik daar ook uit zou halen. Maar pa liet zich niet kisten, en voor ik het wist kregen ik twee felicitaties, een gratis drankje en ook nog eens een goodybag met daarin zes kleine flesjes sterke drank, twee rollen mentos, een mars en een snicker (Waarvoor ik de KLM en haar medewerkers nog maar eens hartelijk wil bedanken).
“Maar wel pas thuis opdrinken, he!”, zei de stewardess nadat ik haar had verteld dat ik, afgezien van deze reis, geheelonthouder ben.
Het weer in Amsterdam was behoorlijk onstuimig en de piloot was gedwongen om eerst nog een rondje te vliegen voordat hij de landing kon inzetten.
De vlieglijn op het televisiescherm toonde dat de piloot een flinke bocht maakte waarbij nog even Flevoland voorbij zagen schieten.
In de ferme wind zette de piloot de daling in en op wat schokken en schommelen na plaatste hij het toestel perfect met de wielen aan de grond.
We hadden het gered.
Bij het wachten op de koffers zagen we ons beider partners met de neuzen tegen het glas gedrukt naar ons kijken. Ze zwaaiden met zelfgemaakte welkomstborden en Iwi had een ballon voor mijn verjaardag in haar handen. Het was inmiddels half vijf, en ik had nog 7,5 uur aan verjaardag te gaan.
Bij de douane, we hadden uiteraard niets aan te geven, werd ik en niet pa uit de lijn van aankomende bezoekers gepikt. Achteraf bezien was dat wel het beste, want pa had zijn koffer volgestopt met volkomen legale producten die te allen tijde mogen worden ingevoerd. Knipoog.
Met de Uggs die pa voor mijn vriendin had gekocht wist de douanebeambte direct hoe laat het was. Maar verder had ik, op een t-shirt met Chinese tekst na, niets aan te geven. Nog even werden de schoenen die ik in Polen had gekocht aan een serieuze inspectie onderworpen, waarna ik door mocht lopen.
Met een van de meest memorabele verjaardagen ooit sloot ik de meest memorabele vakantie uit mijn leven af.

En toch, af en toe, als ik alleen op bed lig, mis ik toch nog een beetje het schokken van de trein. Ik mis de lokale bevolking die probeert ons in onbekende kreten voedsel te verkopen. Ik mis de vervuiling van Ulaan Baatar. Ik mis de warmte van de mensen die vaak geen cent te makken hebben, maar die de lege plaats van het geld in hun hart hebben gevuld met liefde.
En dan bedenk ik me dat er nog een treinreis is, nog extremer en verder en dieper in onbekend terrein dan deze die we hebben gedaan.
De toekomst zal het ons leren of we het tot aan Tibet gaan halen.

Trans-Mongolië Express: treinreis Beijing dag 2


Hoewel de kwaliteit van de Chinese trein ten opzichte van de Russische in het algemeen vele malen beter was, merkte pa al snel dat de kwaliteit van de bedden geenszins verbeterd was.
We werden ’s ochtends al vroeg wakker en eigenlijk waren we vanaf dat moment al aan het aftellen.
Gek genoeg leek het landschap, zo merkten we ook direct bij het binnenrijden van China de vorige avond, direct te veranderen toen we in China waren. Er leek minder sneeuw te liggen en we kregen de indruk dat de armoede zoals we die zagen in Mongolië langs het spoor in China niet of nauwelijks voorkwam.
Iedereen in de trein was rusteloos, getuige de vele keren dat vrijwel alle inzittenden van de eerste klas verlangend uit het raam stonden te kijken.
Het landschap was bezaaid met kloven van ongeveer tien a vijftien meter diep. Maar ze waren niet natuurlijk gevormd; het was evident dat dit door mensen was uitgegraven.
Hoe dichter we bij Beijing kwamen, hoe meer we zagen dat de Chinese economie ook een huizenmarktbubbel zou krijgen. Was het niet in de nabije toekomst, dan toch zeker binnen drie tot vijf jaar. Want overal werd gebouwd.
We reden langs flatgebouwen van meer dan honderd meter hoog die net waren afgeleverd maar waar nog niemand in woonde. En het volgende moment zagen we nog eens vijftien flatgebouwen opgericht worden die minstens zo ver de hoogte in gingen als de vorige.
Alle indrukken leiden tot het doorsijpelen van het besef van hoogmoed, van onwrikbaar geloof in het eigen kunnen.
Want waarom zoveel bouwen als er nog zoveel leegstaat?
Beijing is qua oppervlakte een van de grootste steden van China. Qua inwoneraantallen blijft het achter bij andere grote steden, maar Beijing kenmerkt zich door een enorme uitgestrektheid, zowel in de stad als in de buitenwijken.
Ongeveer een uur voordat we Beijing daadwerkelijk binnenreden zagen we de buitenwijken al voorbij glijden.
Het begon arm, maar hoe dichter we het centrum van de stad naderden, hoe rijker en exorbitanter het werd.
Ik heb minstens twaalf wegen geteld die simpelweg doodliepen; men had op een gegeven moment besloten gewoon niet meer verder te bouwen.
Het was te hopen dat de Chinese regering dit ook zou toepassen op de huizenmarkt.
Ongeveer een half uur voor aankomst zagen we het ene na het andere flatgebouw voorbij komen. Zelfs in een stad waar de ruimte nou niet bepaald schaars is, gaat men zo hoog mogelijk de lucht in.
Tijdens ons vorige bezoek aan Beijing, in oktober 2009, konden we goed merken dat de lucht vervuild was. De smog was toentertijd duidelijk zichtbaar en iets minder duidelijk proefbaar. En er was te merken dat Beijing in oktober weer last had van de zandstormen die kwamen opzetten, ondanks de maatregelen die de overheid had genomen om dit tegen te gaan (het planten van speciale bomen en struiken die het opgewaaide zand moeten opvangen en laten neervallen).
Ditmaal was er nauwelijks iets van de smog en de vervuiling te merken. Natuurlijk was het verkeer weer een chaos, natuurlijk reden er weer duizenden auto’s over een klein stukje weg in de stad, maar het zag er mijns inziens een stuk beter dan twee jaar terug.
We kwamen aan bij een enorm treinstation, dus uit enthousiasme pakte ik direct mijn jas, tas en koffer en maakte aanstalten om naar de uitgang te lopen.
Totdat pa mij er op attent maakte dat dit slechts het zuidelijke treinstation van Beijing was: Beijing South Central Station. Vanaf dit station vertrokken voornamelijk de hogesnelheidstreinen. We werden links en rechts voorbij gereden door lange, kogelvormige treinen met achter de ramen honderden Chinezen die met grote belangstelling naar onze trein keken.
We reden nog een kwartier verder, met af en toe een verlaagde snelheid. Zodoende kwamen we exact op vier over twee ’s middags aan op Beijing Central Station.
Ik had nog geen twee stappen op het perron gezet of onze taxichauffeur kwam met een grote glimlach waarachter enkele tanden ontbraken of scheef stonden op ons afgelopen.
We volgden hem naar de uitgang van het treinstation, waar we werden opgeslokt door een enorme mensenmassa. Zeker duizend Chinezen probeerden tegelijk met ons het treinstation te verlaten, terwijl er bij iedere uitgang een spoorwegfunctionaris stond die de kaartjes controleerden.
Bij de uitgang.
Onze taxichauffeur schreeuwde iets in het Chinees naar de functionaris, en de twee Westerlingen mochten zo doorlopen.
Buiten wachtte ons een nog veel groter mensenmassa. Mensen die op iemand stonden te wachten, die net uit de trein waren gekomen of die doelloos rondhingen. Het was er een enorme chaos.
Onze taxichauffeur, gewend aan deze taferelen, leidde ons vakkundig en behendig door de massa. En met minstens even zoveel gemak leidde hij zijn taxi de kleinste ringweg van Beijing op. We moesten helemaal een rondje op de ringweg maken om uiteindelijk voor het treinstation linksaf te slaan.
Ook in China zijn autobestuurders dolblij dat er een claxon op de auto zit; wederom werden voetgangers en fietsers als ware het een symfonie gewaarschuwd voor aankomend verkeer.
We reden het oude, nog bewaard gebleven stadsdeel van Beijing binnen, en daar sloeg de taxichauffeur af naar rechts. Hij reed een nauwe straat in waar de speling die hij aan weerszijden had nog geen 30 centimeter was. En dan heb ik het nog niet eens over de vele auto’s en fietsen die aan de zijkant van de weg geparkeerd stonden en die de speling nog eens met twintig centimeter verkleinde.
Na ongeveer honderd meter door de straat te hebben gereden stopte voor een klassieke Chinese ingang met geribbeld dak, zo eentje die lijkt alsof je een tempel ingaat.
Dat was ons hotel, Double Happiness.
We waren zeer verbaasd toen we binnen liepen. Het pand was meer dan 200 jaar oud, en was zover mogelijk in zijn originele staat behouden gebleven. Alles deed denken aan de Qing-dynastie, die topt 1911 zou regeren in China.
De bedden waren opgemaakt met prachtig gekleurde lakens en kussen. De bedden, de stoelen, de tafels en de kast waren prachtig bewerkt met Chinese invloeden. Er stonden oude theepotten en theekopjes in de kast. Naast de theekopjes stonden twee vazen met daarop de beeltenis van Moa Zedong.
Na het omkleden trokken we stad in om op zoek te gaan naar de dichtsbijzijnde markt waar we goedkope (namaak)producten konden kopen.
Toen we klaar waren liepen we de straat op. Tijdens het oversteken werd pa overvallen door drie oudere dames die portemonnees en sjaals verkochten. Na 163 keer nee te hebben gezegd, brak zijn verzet en kocht hij de hele voorraad van hen op.
We aten bij McDonalds, waar we moesten vechten om een plekje te bemachtigen.
Terug bij het hotel had een van de bedienden gezien dat ik morgen mijn verjaardag zou vieren. Ze had ook gezien dat pa en ik dezelfde achternaam hadden, maar ze bleef volhouden dat hij mijn broer was. Als ze weten waar het geld zit, weten ze ook waar de complimenten naartoe moeten.
Omdat ik morgen jarig was, kreeg een fles hele dure goedkope champagne aangeboden, die we nuttigden in de bar van het hotel. Omdat we er zin in hadden, en we de enige aanwezigen waren, gingen nadat de fles geleegd was direct door met jack&coke. En ze was niet voorzichtig met het inschenken.
Dus voor ik het wist zat pa te knikkebollen. Voor mijn vaste lezer: u weet dat met het knikkebollen zijn alcohol-waarschuwingssysteem was geactiveerd. Dus voor ik het wist deel twee lag ik om half negen op bed.
Ik viel vrij rap in slaap, en ik had het tot aan de ochtend kunnen volhouden, als pa niet door een hoestbui werd overvallen die zeker een kwartier aanhield.
Het was kwart voor twaalf, en pas vier uur later viel ik in slaap. Ik had dus maar drie uur om te slapen, voordat we zouden terugreizen naar Amsterdam, op een dag die uiteindelijk 31 uur zou duren.
Dat is tot nog toe mijn langste verjaardag ooit geweest.

Trans-Mongolië Express: treinreis Beijing dag 1


’s Ochtends om kwart over zeven vertrok de trein vanuit het vervuilde Ulaan Baatar richting Beijing, China. We stonden om zeven uur op het perron en we werden begroet door twee Chinese treinmedewerkers die strak in uniform gekleed waren.
Ze begroetten ons vriendelijk en begeleidden ons naar onze coupe. Ditmaal was de eerste klasse wel nagenoeg vol. Naast ons zat een Mongools stel. Daarnaast waren twee wereldreizigers uit Londen, hij een wazige, altijd een trainingsbroek dragende, afwezige jongeman en zij een met dreadlocks bezaaide hippie. Weer daarnaast zaten twee Amerikanen. Helaas hadden zij in hun leven geen enkele poging gedaan om vooroordelen over Amerikanen uit de wereld te hebben, want met name de vrouwelijke helft van het stel was moddervet.
Aan het einde van de wagon zat een Duitser. Hij reisde alleen, wat me deed wegdromen over een verkeerd geboekte seksvakantie.
Onze Nederlandse vrienden hadden we achtergelaten in Ulaan Baatar. Zij hadden nog zeker zes dagen te gaan waarin ze door hun vriend door heel Ulaan Baatar meegenomen werden. En een bruiloft Mongolian style, niet te vergeten.
De Chinese trein zag er stukken beter uit dan de Russische. De wanden en zelfs het plafond was keurig afgewerkt met glanzend hout. Er was tussen twee cabines, om de twee cabines, een douche geplaatst. En we hadden zowaar een stoel om op te zitten. Als we niet op het bed wilden zitten.
Een ander verschil was de locatie van het tweede bed. De Chinezen hadden besloten om de ruimte optimaal te benutten en hadden voor een stapelbed uitvoering gekozen.
Nodeloos om te melden wie er met zijn jonge lichaam boven in moest slapen.
We maakten het ons gemakkelijk in onze coupe en deden nog een klein schoonheidsslaapje om bij te komen van de korte nacht die achter ons lag.
Direct toen we op weg waren zagen we het landschap zienderogen veranderen. Eerst werd het vlakker, met enorme uitgestrekte vlaktes. ’s Zomers zou hier ongetwijfeld de woestijn al zichtbaar zijn.
Hoe meer we richting Beijing reden, hoe groter de vlaktes werden. De sneeuw leek het af te leggen tegen de eeuwige woestenij van de Gobi-woestijn.
Om het uur schoot in een flits een klein dorpje voorbij.
Ieder dorpje was echter niet vergeten dat de jeugd de toekomst heeft; in ieder dorpje, hoe klein of verlaten het ook leek, was een speeltuin geplaatst.
Het landschap veranderde na het middaguur steeds minder. We zagen dat er kleine bergen ontsproten aan moeder aarde, maar verder bleef alles hetzelfde.
We lazen nog maar een ibook, we dronken nog een thee en we luisterden naar muziek.
’s Avonds aten we, als verrassing voor u EN ons, noodles.
Die avond kwamen we aan in China. We zouden een totale wachttijd van ruim 3,5 uur hebben. Dit voornamelijk omdat de treinsporen in China smaller zijn dan de Mongoolse of de Russische. De paspoortcontrole duurde ongeveer een uur. Maar het lange wachten werd veroorzaakt door het hele proces dat we moesten doorlopen om van onderstel te wisselen.
Eerst werden alle wagons van elkaar losgekoppeld. We werden een voor een een hal ingeduwd. Wij stopten met onze wagon als laatste, met aan weerszijden twee palen. Minstens twintig Chinezen koppelden ons onderstel los, en wachtten daarna. Via de twee palen aan iedere kant werden er een soort metalen buizen onder de trein geschoven, die vervolgens de hele wagon omhoog tilden. Alle onderstellen werden door de Chinese onderstellen weggeduwd, totdat zij hun plaats hadden gevonden onder de desbetreffende wagons.
De werkers doken als een groep vogels op hun doel af en monteerden binnen enkele minuten ons onderstel.
Het hele schouwspel was een fantastische beleving. Hier werd duidelijk waarom de Chinezen ondanks de financiële crisis een land in opbouw blijven. De gestructureerde, eendrachtige samenwerking als ware zij één machine maakte dat ze deze klus binnen een uur geklaard hadden. Daarna was het wachten tot de tweede groep wagons een nieuw onderstel kreeg en ze alle wagons weer bij elkaar brachten en aaneen sloten.
We kregen onze paspoorten terug vlak na het wisselen van de onderstellen, en de Chinese vrouwelijke douanebeambte lachte lief.
We vielen als een blok in slaap na een lange, enerverende dag.
Morgenmiddag zouden we iets na twee uur aankomen op South Central Station in Beijing. Na wat we hadden gezien van de Chinese werkkracht en precisie, wisten we op voorhand al dat we daar geen minuut te laat aan zouden komen.