The Avengers 3D – Superheldengenre eindelijk volwassen


Hoe hoog mag je de lat leggen voor een film waarin een keur van de leukste, opvallendste en markantste superhelden hun intrede doen? Zo hoog mogelijk, omdat een groep superhelden meer waard zijn dan slechts één superheld. Zo laag mogelijk, omdat het nog niet eerder voorkwam dat diverse superhelden uit verschillende films samenkwamen in één film. Slotvraag: hoe goed is The Avengers nu eigenlijk?

avengers1

Met zoveel superhelden lijkt het haast onbegonnen werk om een gedegen, maar kort, oordeel te geven over deze film. Laten we beginnen bij het verhaal. Dankzij de films waaruit we alle superhelden, op twee na, kennen heeft The Avengers al een aardige introductie gekregen. In vrijwel alle voorgaande films van de superhelden werd al wat aan namedropping voor The Avengers gedaan.

Het is dus niet zo dat deze film uit de lucht komt vallen. Helemaal niet zelfs. In zowel The Hulk, Captain America, Iron Man en Thor wordt op het einde van die films al verwezen naar een op handen zijnde overeenkomst tussen deze superhelden. Voor de echte liefhebbers is het voorbereidende werk al lang en breed gedaan.

Maar hoe verhoudt de film zich ten opzichte van bioscoopbezoekers die niet zoveel op hebben met stripboeken en superhelden films? Verbijsterend goed, is mijn conclusie na het zien van de film vorige week. Om deze laatst vraag echt goed te kunnen beantwoorden nam ik mijn vriendin mee naar de bioscoop. Zij is een uitstekende graadmeter om te peilen of de film echt het superhelden genre kan ontstijgen en ook voor haar (lees: gewone kijker) aantrekkelijk is.

Zij raakte na afloop niet uitgepraat over de film, hoewel mannen in strakke, felgekleurde pakken met nietsontziende superkrachten haar doorgaans niet kunnen bekoren. Maar zij was lyrisch. Zonder enige schroom durf ik te stellen dat The Avengers het superhelden genre ontstijgt, en het verhaal van de film zelf aantrekkelijk genoeg is om een gemiddelde kijker geboeid te laten kijken.

Het verhaal is ietwat vergezocht, maar tegelijkertijd met het schrijven besef ik me dat dat een opmerking is die in de magische wereld van superhelden die er eigenlijk niet toe doet. Om een doorsnee superhelden film te kijken is nu eenmaal een flinke dot fantasie en inlevingsvermogen nodig.

Het leuke aan The Avengers is dat het de climax is van al het beste dat superhelden films ons de laatste jaren te bieden hadden (met uitzondering van Batman, uiteraard). Iedereen krijgt een even grote rol in de film en ook de nieuwkomers worden aardig snel en zonder al te veel omhalen geïntroduceerd. Zo weten we na het eerste verhoor van Black Widow direct wat haar superkrachten zijn.

avengers2

Ook de slechterik, die in dienst is van weer een leidende slechterik, is ook een oude bekende, namelijk de broer van Thor, Loki. Zo weten we na een goed half uur in de film hoe de verhoudingen staan. Daarna volgen natuurlijk de standaard Hollywood stappen die gemaakt moeten worden om een spanningsboog te creëren. Maar als we in de film dan bij de actie aankomen (lees: als de slechterik zijn ultieme poging doet om de wereld waarin we leven te onderwerpen) weet je eigenlijk al dat het goed zit.

Zo plotseling als The Hulk verschijnt als dr. Banner boos wordt, zo plots wil ik graag mijn oordeel uitspreken over deze film: FANTASTISCH! Ik had op voorhand nooit gedacht dat ik tot die conclusie zou komen, maar The Avengers hebben mij op alle mogelijke manieren van mijn benen geblazen. De special effects zijn werkelijk om de vingers bij af te likken. Zo is The Hulk, meer nog dan in de eerste twee films waarin hij te zien was, als computeranimatie volledig geïntegreerd in de werkelijke omgeving. Op een gegeven moment in de film gebruikt hij Thor als boksbal, en zelfs bij herhaling van die scene blijkt hoe nauwkeurig de computerbeelden zijn verwerkt in de echte beelden.

Al met al mag The Avengers worden gekenmerkt als een hoogtepunt in het superhelden genre. Niet zo’n goede verhaallijn en karakterontwikkeling als Batman. Niet het visuele spektakel dat Watchmen ons gaf. En toch spat deze film van het scherm. De combinatie van alle elementen werkt zo ongelooflijk goed, dat er nauwelijks iets is aan te merken op deze film.

Maar om de objectiviteit te waarborgen: het Russisch dat aan het begin van de film wordt gesproken is dramatisch slecht. Opmerkingen lijken vragen en vice versa.

Maar verder: topfilm!

REVIEW: Le Le – Partytime


Vrijdag 16 maart verscheen het langverwachte album van Le Le, genaamd Partytime. Het vorige album, Flag, was een groot succes. Het bewees eens te meer de veelzijdigheid van rapper Faberyayo (Pepijn Lanen), die daarmee wel een zekere last op zijn schouders mee nam naar het volgende album. Is het de drie bandleden gelukt om ook van Partytime een succesvol en origineel album te maken, of vallen zij in herhaling?

Het vorige album stond bol van de grappige teksten in voornamelijk het Frans en Duits. Maar dat is een trucje dat heel snel kan gaan vervelen. Daarom is hij op Partytime te horen in het Engels en het Nederlands. Faberyayo zegt hierover in een interview met 3voor12: “Het Duits en Frans is op. Dat was wat ik kon. Sowieso staan er op de nieuwe plaat meer tracks die de radio kunnen halen. Het is niet meer zo’n rariteitenkabinet. Ga maar uit van extra veel platina hitsingles.”

De drie bandleden van Le Le.

Ook Partytime is weer het kindje van drie vaders. Piet Parra en Rimer London zijn opnieuw verantwoordelijk voor de producties. Pepijn Lanen aka Faberyayo rapt en croont de plaat vol. Faberyayo: “Eigenlijk zou Marble (EP, 2009) al een nieuw album zijn. Maar dat voelde toen niet als een afgerond geheel. Toen waren we begin 2010 vrijwel klaar, maar kreeg De Jeugd voorrang. Daarna was wel even de wind uit de zeilen wat betreft motivatie. De laatste maanden hebben we er weer veel tijd in gestoken en nu zijn we echt tevreden. Partytime hoeft alleen nog maar gemasterd te worden.”

Faberyayo vertelt dat Piet Parra ook nu weer gaat experimenteren met live illustraties. “Hij is druk bezig met nieuwe ideeën. Piet gaat het nu weer iets anders aanpakken. Tijdens Noorderslag kun je er voor het eerst wat van zien.” Verder wil de mc nog even niets loslaten over de liveshow.

De eerste single, Neen (zie de videoclip onder aan het artikel), is gelijk een flinke knaller. In drieënhalve minuut worden de do’s en don’ts voor 2012 op een rijtje gezet. Maar wat is er nou mis met Goudkuipje? “Ach, niet zo veel. Het is toch wel de belichaming van middelmatigheid. Laten we kaasresten samensmelten met wat emulgatoren en op ons brood smeren. Alsof er niets te kiezen is in het leven. Ik richt me misschien een beetje op de onwil van mensen om meer te wensen van het leven; het allemaal wel prima vinden. Maar uiteindelijk is het ook maar een liedje van iemand die veel binnen zit en maar weinig van de wereld snapt hoor.”

Partytime

Le Le - Partytime albumcover

Wat kan er inhoudelijk over het album gezegd worden? Partytime opent met het laidback, ongeveer twee minuten durende We Come To Play. Hier geeft Faberyayo alvast een voorproefje van wat we tekstueel kunnen verwachten van hem. Randomness rappen lijkt een uitstekende manier om zijn stijl van rappen te omschrijven. Hij gebruikt willekeurige woorden, maar weet het geheel op aangename wijze, enerzijds door zijn stem en anderzijds door zijn uitspraak, aan elkaar te rijgen.

Dan volgen enkele nummers die zonder twijfel deze zomer in de hitlijsten gaan verschijnen. Normal is een uiterst aanstekelijk nummer, waarvan de melodie, tekst en refrein direct vastgrijpen in je geheugen. Na enkele keren beluisteren is het niet mogelijk om de neiging tot meezingen te onderdrukken. En Pierre, de derde track, heeft qua melodie alles in zich om ook een hit te worden. Tekstueel gaan we terug naar de eerste track, We Come To Play. Ook hier krijg je het gevoel dat Faberyayo met willekeurige woorden strooit, maar de rode draad wordt zichtbaar als het refrein inzet.

Pearl Necklace zou niet misstaan in welke loungeclub dan ook en is een heerlijk, laidback nummer. In Damien worden de registers van de synthesizer flink opengetrokken. En het is in dit nummer dat de zang van Faberyayo, bijgestaan door de willekeur aan elektronische geluiden, uitstekend tot zijn recht komt. In Crazy Shaped Lady is het niet Faberyayo die de zang doet, en dat is te horen. Begeleidt door een vrij simpele synthesizer riff is het voor dit nummer belangrijk dat een goede zanger dit zingt, en dat gebeurt dan ook. Dit nummer behoort ook tot het beste wat Partytime te bieden heeft. Dit is een van de twee nummers waarvan ik met zekerheid durf te zeggen dat ze werkelijke hitpotentie hebben.

In Drunken Cigarettes krijg je precies waarmee het nummer begint: een beat en melodie die maar niet op gang lijken te komen. Maar het is die keuze van de drie heren die maakt dat het werkt, ook omdat het nummer langzaam naar een climax toewerkt. De uptempo beat van Neen, de achtste track, doet denken aan enkele nummers van de Jeugd Van Tegenwoordig van hun laatste twee albums. Ook hier gebruikt Faberyayo het uiterst succesvolle idee van willekeurige woorden die toch weer samen gebracht worden in het refrein (wat wel en niet te doen in 2012). Het is een truc die voor meerdere albums zou gaan vervelen, net als bij het vorige album zijn gebruik van het Frans en het Duits, maar die bij ieder nummer op dit album uitstekend werken.

Daarna volgen nummers die muzikaal iets minder geslaagd zijn, op Komkommers en Scary Sweaters. De muzikaal minderwaardige nummers (Sexual Hair, Morning Drinks, Denise) doen eigenlijk niet heel veel onder voor de andere nummers, maar omdat er enkele tracks opstaan die zo ongelooflijk goed zijn, steekt alles wat daar niet aan kan tippen al snel wat flets af.

Al met al is Partytime een bijzonder goed album. Faberyayo lijkt een zoveelste succesvolle samenwerking te zijn aangegaan, waardoor hij nu met een aantal genres uitstekend uit de voeten kan. Partytime is het beste album van Le Le tot nu toe, en een van de beste albums waar Faberyayo een bijdrage aan heeft geleverd. Het is maar te hopen dat het nog heel lang Partytime blijft Faberyayo, en voor Le Le.

Klik hier voor een uitgebreid interview met de drie mannen van Le Le.

Bron: 3voor12

CONCERT: Bryan Adams in Ahoy 19-03-2012


bryanadams
Ik was een jaar of negen, tien toen ik voor het eerst met mijn moeder naar een concert van Bryan Adams ging. Bryan Adams, zo moet u weten, was de eerste artiest van wie ik een single en een cd kocht. Aangezien ik nog nooit naar een concert was geweest en dat koste wat kost mee wilde maken, mocht ik begin jaren negentig mee met mijn moeder naar de Kuip in Rotterdam.

Ik was niet bekend met de wetten en regels van concerten. Ik gedroeg me zoals ik als kind was: netjes, ingehouden en voorzichtig klappend om vooral niet al te veel op te vallen. Mijn moeder stond naast me te dansen terwijl ik zittend en klappend alle liedjes woord voor woord meezong.

Sindsdien ben ik nog enkele naar een concert van hem geweest. Eentje in Ahoy en eentje in Antwerpen. Gedurende de jaren verloor ik wel iets van de passie voor hem, maar ik bleef uit oogpunt van heimwee en goede herinneringen van mijn jeugd toch nog een beetje vasthouden aan hem.

Gisterenavond was het dan zover. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nu al jaren geen cd meer van hem heb opgezet. Ik ben al jaren niet meer naar een van zijn concerten geweest en ik heb zijn laatste cd niet beluisterd. Ik was dus wat sceptisch vooraf. Zou dit nog leuk zijn voor me? Sta ik hier niet vanwege jeugdsentiment?

Al mijn zorgen bleken voor niets. Het begon al met het aanwezige publiek. Ik had verwacht me te moeten nestelen tussen vijftigers met een midlifecrisis. Maar dat viel alleszins mee. Het publiek was gemengd. Ik zag genoeg mensen die makkelijk tien jaar jonger dan ik zouden kunnen zijn. De midlifecrisissers waren er ook, maar veel minder in getal en veel nadrukkelijker aanwezig dan ik had gedacht.

De support act was, zoals zo vele keren door de afgelopen jaren heen, Heather Nova. Deze zangeres kan fantastisch zingen, maar ze lijkt muziek te maken die niet altijd even goed bij haar stem past. Zeker live kwam het er gisteren niet uit bij deze dame.

En toen was daar Bryan Adams. Adams lijkt een soort tijdloosheid over zich te hebben. Een tijdloosheid die maakt dat hij zijn optreden nog altijd even energiek inzet en vervolmaakt zoals hij dat twintig jaar geleden ook al deed. Hij is in zijn gezicht nauwelijks ouder geworden, zijn stem miste gisteren geen enkele noot en was loepzuiver, en zijn gitaarspel was als vanouds. Hij miste geen enkele hoge noot, bleef keurig in de maat, smokkelde nergens om enige onvolkomenheden te maskeren en hij speelde elk nummer in de originele toonsoort.

Een unieke prestatie voor een artiest die al zo lang meedraait. Maar dat zijn waarschijnlijk wel belangrijke redenen dat hij nog altijd volle zalen trekt, waar hij ook gaat op de wereld. Toegegeven, na het vertrek van Jim Vallance zijn zijn teksten er niet beter op geworden. En hij heeft de laatste vijftien jaar geen noemenswaardige hit meer gescoord. Maar er stonden gisteren wel tienduizenden mensen ieder liedje woord voor woord mee te zingen.

Bryan werd zoals altijd bijgestaan door twee muzikanten die er vanaf het eerste uur al bij zijn: drummer Mickey Curry en gitarist Keith Scott. Mickey had een prachtige drumsolo op wat plastic tonnen en potten en pannen, maar deed verder wat hij moest doen: zwijgzaam zijn bandleider voorzien van een strak geregisseerd ritme waar ook zo nu en dan ruimte was voor enige vrije interpretatie.

Maar het was gitarist Keith Scott die, zoals hij ook twintig jaar geleden al deed toen ik voor het eerst naar een concert van Bryan ging, de show stal. Hij bewees eens te meer een fenomenaal goede gitarist te zijn. Hij was wat energieker dan Bryan, hij speelde net wat beter en wist de vrijheid in de intermezzo’s in de liedjes beter te benutten voor vrij spel dan Bryan. Het was ook Scott die zorgde voor de wat rauwere, hardere toon zoals die voornamelijk op de eerste albums (Cuts Like a Knife, Reckless, Into The Fire, Waking Up The Neighbours) van Bryan was te horen.

Maar wat het meeste opviel, dat was ook hetgeen waar ik op voorhand de meeste zorgen over had, was hoe hij zijn plat gespeelde klassiekers, zoals Summer of ’69, Everything I Do, Please Forgive Me en Heaven op een enthousiasmerende wijze bracht. Alsof de hits op dit moment bovenaan in de hitlijsten stonden, zo bevlogen speelde hij de nummers. En hij kreeg het publiek mee, iedere keer weer.

Het enige minpunt van het optreden waren de drie nummers die hij van zijn laatste album speelde. Toen was merkbaar in de zaal dat slechts de minderheid die liedjes mee kon zingen. Waarmee bevestigd werd dat de meeste bezoekers waren gekomen om zijn grootste hits te horen. Maar dat minpuntje was nauwelijks merkbaar tijdens de verder soepele en gezellige avond. Er zijn vele artiesten die een voorbeeld kunnen nemen aan het enthousiasme en de inzet van Bryan, die na ruim twintig jaar nog altijd het podium bestiert als een jongeling.

Hij nodigde, zoals gebruikelijk is, een dame uit op het podium om met hem de hit Baby When You’re Gone te zingen. Renske uit Utrecht was enorm zenuwachtig, maar ze gooide al snel alle schroom van zich af. Voor Bryan het wist stond ze met haar kont tegen zijn gitaar te duwen. Hij leek even van zijn a propos, maar hij herpakte zich door Renske plagend met zijn kont weer weg te duwen. Daarmee leek vrijwel alles Bryan mee te zitten gisterenavond. En hoewel zijn hits uit een tijd komen die inmiddels al weer achter ons ligt, heeft hij niets ingeboet aan populariteit, inzet en passie. De Canadees kan met recht zeggen dat hij als live-performer zich kan meten met de grootste der aarde.

Chad Harbach – De Kunst van het Veldspel


Omslag van De Kunst van het Veldspel

De totstandkoming van het boek De Kunst van het Veldspel in minstens zo bijzonder als het boek zelf. Chad Harbach kreeg, na jaren van schrijven, ploeteren en proberen het duizelingwekkende bedrag van 665.000 dollar voor zijn boek, en op dit moment is hij de hottest kid in literature.

Het ontstaan van het boek begon bij de oprichting van het literaire tijdschrift N+1. Het was een aanklacht tegen de heersende literaire tijdschriften die op dat moment op de markt werden aangeboden. N+1 wilde vernieuwen, wilde schrijvers alle ruimte geven om zich te ontwikkelen en wilde de ruimte bieden aan talenten zodat ze op het platform dat N+1 hen bood konden laten zien wat ze nu werkelijk konden.

Harbach richtte het tijdschrift op met twee andere vrienden, Keith Gessen en Mark Greif. Samen besloten ze om niet alleen een revolutionair tijdschrift te starten, maar ook om de toegangswegen tot de literatuur daadwerkelijk met eigen voeten te betreden. Al snel hadden Harbachs vrienden succes: Gessen en Greif mochten allebei na enkele jaren hun eerste boek publiceren.

In die tijd was Harbach al begonnen aan wat later De Kunst van het Veldspel zou worden. Maar het lukte Harbach op de een of andere manier maar niet om de woorden en de zinnen zoals hij het voor zich zag op papier te krijgen. Het zou hem uiteindelijk bijna tien jaar kosten om het boek af te ronden.

Maar toen de doorbraak eenmaal kwam met zijn debuutroman was het succes vele malen groter dan hij verwacht had. Hij werd bij alle talkshows (radio en televisie) uitgenodigd en in tientallen landen verscheen zijn boek op 1 van de literatuurlijsten (of zou die plek binnen een week na uitgifte innemen).

Maar is het boek nu werkelijk zo goed als de hype die erom heen hangt?

Chad Harbach is momenteel de literaire sensatie van Amerika en het is duidelijk waarom. Zijn debuutroman De Kunst van het Veldspel (The Art of Fielding) is een echt meesterwerk, en deze combinatie –van debuut en meesterwerk – is zeldzaam. Honkbal speelt een belangrijke rol in de roman, is en toch is het geen honkbalroman. Je hoeft dan ook geen enkele affiniteit te hebben met honkbal om uren te kunnen genieten van dit boek.

Met grote sprongen karakteriseert Hadbach de belangrijkste personages en hun onderlinge spanningen. Dit is echter geen punt van kritiek: de eerste pagina’s zijn een uitstekende inleiding op de problematiek van de hoofdpersonen later in het verhaal. Die problematiek wordt later uitgewerkt, waardoor de personages diepte krijgen. De wisselingen van perspectief zijn bijzonder goed geschreven, waardoor je niet steeds weer terug hoeft te bladeren om te kijken wie wat zei en wie wat dacht.

En dat is de kracht van Harbach. Hij weet de personages zo levendig en zo echt te maken, dat je intens met ze gaat meeleven. Doordat de personages zo’n diepgang krijgen, leest dit boek veel sneller weg dan je op voorhand had gedacht van de lijvige roman. Waar, bijvoorbeeld, Dan Brown er meester in is om goedkope, simpele boeken te schrijven die met een sneltreinvaart twee uur uit je leven halen, zo heeft Harbach een debuutroman geschreven die ook enkele uren uit je leven haalt. Maar die uren waren zo goed, dat je blijft verlangen naar meer van hetzelfde. Op het moment dat je het boek dicht doet voelt het alsof je uit een wereld wordt gerukt die de jouwe is geworden.

Dat is werkelijk het enige minpunt dat ik kon bedenken aangaande dit boek: er zal een moment komen dat je het dicht moet doen. En als dat het enige kritiekpunt is dat ik kan aandragen, dan kan ik met recht zeggen: Harbach heeft een debuutroman geschreven die zonder twijfel de tand des tijds zal doorstaan.

Op het einde schrijft Harbach het volgende met betrekking tot zijn vijf hoofdpersonages, die allen grote veranderingen in hun leven tegemoet zien: “Everbody suffered. The key was to choose the form of your suffering.” Onze vorm van lijden, is dat we toch echt dit boek een keer dicht moeten doen.

Het verhaal
Westish College, een kleinschalige universiteit aan de oever van Lake Michigan. De jonge, getalenteerde honkballer Henry Skrimshander is voorbestemd om een ster te worden. Maar wanneer tijdens een wedstrijd een routineworp van zijn hand verkeerd uitvalt, nemen vijf levens een andere wending. Henry’s groeiende gebrek aan zelfvertrouwen lijkt zijn veelbelovende toekomst te ruïneren. Het hoofd van de universiteit, de eeuwige vrijgezel Guert Affenlight, wordt onverwacht verliefd. Owen Dunne, Henry’s homoseksuele kamergenoot, raakt verwikkeld in een gevaarlijke affaire. Mike Schwartz, de aanvoerder van het honkbalteam en Henry’s beste vriend, beseft dat zijn carrière in gevaar komt als hij Henry blijft steunen. En Pella Affenlight, Guerts dochter, keert na een mislukt huwelijk terug naar Westish, vastberaden een nieuw leven te beginnen.
Tijdens het honkbalseizoen ontstaan nieuwe relaties tussen deze vijf onvergetelijke personages die elkaar uiteindelijk helpen hun weg te vinden. De kunst van het veldspel is een intelligente, warme roman over ambitie, familie, vriendschap en liefde en is de gedroomde entree van een groot schrijver.

Gers Pardoel – Deze Wereld Is Van Jou


Het debuutalbum van Gers Pardoel, Deze Wereld Is Van Jou

Ruim vier jaar geleden maakte een vriend van me attent op het hyves-profiel van een oud schoolgenoot van ons: Gerwin Pardoel. Op zijn persoonlijke pagina waren enkele nummers te vinden van de rapper in spe, waaronder Gersterdam. Na het beluisteren van enkele van zijn zelfgemaakte nummers was het me al snel duidelijk: deze jongen kan heel goed rappen.

Maar de vraag is wat er van over blijft als platenlabels, managers en andere belanghebbenden zich met hem gaan bemoeien. Hij had een roerige jeugd, ongetwijfeld een van de oorzaken waarom hij besloot te gaan rappen. En die pure, rauwe emoties komen juist bij rap en hiphop het beste tot hun recht.

Het begin: Na Gersterdam, voor zijn debuut
Twee jaar terug was er op de nummer 1 hit Broodje Bakpao, in het tweede couplet een voor Nederland onbekende rapper te horen. Ik zocht de trackinformatie op internet op en wat schertste mijn verbazing? Gers (Pardoel) was die rapper die met The Opposites meespitte alsof hij al jaren in het vak werkzaam was. Hij zal niet de eerste artiest zijn met een nummer 1 notering nog voor hij een cd had uitgebracht, maar hij is ongetwijfeld een van de weinige.

Hij verscheen daarna op diverse mixtapes en onuitgebrachte singles. Zo is zijn bijdrage aan de mixtape van Flinke Namen, met het nummer Kunst en Vliegwerk, er eentje die zo goed is dat ik het nog steeds betreur dat die track niet is uitgebracht in de mainstream rapscene. Dat had alles in zich om een kneiter van een hit te worden.

Zo maakte Gers zeer snel naam in de scene. Vergelijkingen met Extince konden niet uitblijven, hoe oneerlijk dat ook is. Niets negatiefs over Gers in deze, maar Extince komt, met name tekstueel, van een andere planeet dan de meeste rappers. Taalspelingen en een ongelooflijke flow maken dat slechts weinigen in zijn buurt kunnen komen.

Deze Werels Is Van Jou
Sinds 14 oktober ligt Gers zijn debuut in de winkelschappen, Deze Wereld Is Van Jou. Enkele maanden ervoor werden er al stapsgewijs enkele single gereleased, waaronder het zeer aanstekelijke Morgen Ben Ik Rijk. Dat is een van zijn betere nummers van Deze Wereld Is Van Jou. Hij laat in ieder couplet horen dat hij een flow uit zijn mouw kan schudden die op momenten akelig dicht in de buurt van Extince komt. Hij danst met zijn woorden en af en toe vraag je je af wanneer hij ademhaalt om aan het volgende salvo te beginnen. Voor dit nummer heeft Gers gekozen voor een jazzy begeleiding, die het nummer helemaal af maakt. Dat zijn zangkwaliteiten niet denderend zijn, kan en mag hem niet aangerekend worden. En zeker niet in dit nummer, omdat het geheel zo goed samenvalt dat je zelfs na tien keer luisteren nog de kleine minpuntjes vergeet.

Gers Pardoel zoals hij te zien is in een van zijn videoclips

Maar het album bestaat uit meer nummers dan alleen Morgen Ben Ik Rijk. Het album opent met een rustig nummer en titeltrack, Deze Wereld Is Van Jou. Het nummer springt er niet echt uit, maar zakt ook niet weg. Hoewel Gers erg relaxt klinkt, ondersteund door het aardige refrein van Phatt, blijft hij overeind.

Er staan nog een aantal nummers op die wat rustiger zijn. Hier laat Gers eens te meer zien wel degelijk te kunnen rappen, ook al ontstijgen deze nummers de middelmaat niet. Hij is echter op zijn best wanneer de beat iets sneller loopt, en hij zichzelf dwingt om zijn flow op te voeren. Tekstueel steekt het solide in elkaar, en dat wordt steeds aardiger om naar te luisteren als hij het tempo opvoert.

Maar dat hij ook met rustige nummers goed uit de voeten kan, bewijst hij met een van de laatste tracks van het album, We Missen Je. Het is een ode aan zijn te vroeg overleden moeder, en zelfs wie de voorgeschiedenis niet kent van het nummer, wordt geraakt door de oprechtheid en de sensitiviteit van de rapper.

De sombere tracks zijn in de minderheid, en dat maakt dat het album zijn kracht niet verliest. Ik Neem Je Mee is een track die je in de zomer draait als je op het strand ligt te chillen. Bagagedrager, met een bijdrage van Sef, geeft je datzelfde gevoel.

Conclusie
Samenvattend kunnen we zeggen dat het album van Gers Pardoel, een debuutalbum welteverstaan, met gemak overeind blijft. Waar veel beginnende rappers teren op een of twee succesvolle tracks, en er een hoop minderwaardige tracks omheen produceren en dat vervolgens een debuutalbum noemen, daar lijkt Gers heel goed te weten wat hij wil zeggen, welk gevoel hij over wil brengen en vooral wil laten zien dat hij kan rappen. En dat kan hij. Als je zelfs Guus Meeuwis zo ver krijgt om mee te werken, de interessante samenwerking mondde uit in 20:02 u, dan betekent het dat je wel degelijk iets kan.

Dat het album op momenten wat makkelijk geproduceerd lijkt, wordt hem vergeven doordat hij er zeer veel kwalitieve elementen tegenover zet. Hier en daar is een hook inderdaad wat kort door de bocht, maar ook dat mogen we vergeten. Want dit is een debuutalbum, en van niemand zou het realistisch zijn een meesterwerk verwachten.

Maar kwaliteit mogen we wel verwachten, en dat levert hij dan ook met verve. Hij bewees het met Gersterdam, met Broodje Bakpao en nu dus met zijn debuutalbum. Wat het belangrijkste is voor mensen die het album willen kopen: het is je geld dubbel en dwars waard. Of zoals Gers zelf twitterde: Je moet mijn album niet downloaden, maar kopen. Wie wil er het tweede album weer horen ‘Vandaag ben ik broke, maar morgen ben ik rijk’. Nee, wij willen horen hoe Gers zich ontwikkelt en zich wellicht klaar maakt voor een, als het zover is terechte, vergelijking met Extince de Prins.

SLBMG: Ski or die


Dit jaar werd aan het einde van de zomer een nieuwe mixtape (Ski Or Die) gepresenteerd door de drie mannen die het brein zijn van de Ski Leraar Bruin Money Gang (SLBMG), namelijk Faberyayo (De Jeugd van Tegenwoordig), Spacekees (‘Ik wil een meisje’) en Sef (o.a. ‘Broodje Bakpao’). Met deze mixtape bouwen de mannen voort op het artistieke succes van Ski Leraar Bruin II, dat aan elkaar hing van strakke beats, goede raps en een catchy refrein.

Het begon in 2010, met de release van de cd die ontstond uit de samenwerking tussen Faberyayo en Vic Crezee. Op het album ‘Het Grote Gedoe’ hadden ze drie opeenvolgende nummers, genaamd Ski Leraar Bruin I, II en II. Met name deel II (waarop ook Sef en Spacekees meezongen) was een absolute hit, en die heb ik dan ook grijs gedraaid in mijn auto.

Kortom, het nummer is een meer dan geslaagde track. Maar dat er een aantal geniale woordspelingen inzitten, mag en kan haast niet de reden zijn geweest dat de drie hebben besloten om een volledige mixtape uit te brengen. En toch staan er vijftien nummers op de mixtape die reppen over woordspelingen op skien.

En het zijn twaalf unieke nummers (elf als je de intro niet meetelt), die voortborduren op de eerdergenoemde hit, omdat de mannen ook Ski Leraar Bruin I, II en III hebben toegevoegd. En de allerbelangrijkste vraag is: gaat dit uitmelken van een eerder succes niet vervelen op den duur?

Muzikaal blijft deze mixtape met kop en schouders boven water. Er zitten een flink aantal knallers bij, waarbij het Star Wars-deuntje een wonderlijke vondst genoemd mag worden. De heren trekken tekstueel weer alle registers open, en laten eens te meer blijken dat zij met taal uitstekend uit de weg kunnen. Het is een lust om te luisteren naar hun flow en vondsten, en het doet je meer dan eens lachen, en afvragen hoe ze dat verzonnen hebben.

Maar het moet gezegd: deze plaat is een aantal nummers te lang. Het is leuk dat ze voor een thema  hebben gekozen, en ze maken daar op momenten uitstekend gebruik van. Met name Faberyayo toont dat hij niet alleen met het thema uit de weg kan, maar dat hij de ene spitsvondigheid na de andere uit zijn hoed kan toveren. Ook Sef doet tekstueel een duit in het zakje (‘Skilluminati’, ‘Notorious B.I.Ski.’ en ‘Alicia Ski’s’, zijn enkele voorbeelden) en het maakt dat het plezier dat ze hebben gehad bij het maken van deze mixtape ervan af straalt.

Maar zoals terecht ook op internet wordt gezegd: dit gaat vervelen. Deze herhaling van zetten wordt tot in den treurnis herhaald. Nu kan ik, als taalfreak, hier geen genoeg van krijgen. Maar ik besef wel dat dit voor veel andere mensen al snel heel irritant kan worden. Alles vervoegen met ski is voor even leuk, maar je moet wel een voorliefde voor woordspelingen en taalgrappen hebben om dat 15 nummers vol te houden.

Wie voor deze mixtape puur voor de muziek luistert zal dus enerzijds zijn hart op kunnen halen. Muzikaal steekt dit gewoon erg sterk in elkaar. Het vervelende van deze plaat is de herhaling van grappen. De vraag is dus of mensen die het voor het muzikale aspect beluisteren het kunnen volhouden. Afgaande van de reacties op internet is het gemakkelijk om te stellen: Je vindt deze plaat ofwel dope, ofwel ruk. ‘De skileraar-shine maakt het gepeupel blij’. Mij wel, in ieder geval.

Filmrecensie: Submarine


In de wereld van Oliver Tate is alles overzichtelijk en onbegrijpelijk tegelijkertijd. Onbegrijpelijk, omdat Oliver vanaf de eerste minuut van de film laat zien eigenlijk niets te snappen van het leven. Alles lijkt hem vreemd voor te komen: mensen, omgangsvormen, liefde, depressie, woede, lethargie, pesten, studeren. Een grote brij van dingen en gebeurtenissen die schijnaar langs elkaar heen glijden.

Maar Oliver blijkt een meester te zijn in het scheppen van orde in de wereld. Dit doet hij voornamelijk door te schrijven. Pamfletten, aantekeningen, liefdesbrieven, hij grijpt iedere vorm voor het geschreven woord aan om de chaos te overwinnen. Stap in de Submarine, en duik onder in de wereld van Oliver.

Filmposter Submarine

Ondergedompeld in observaties
Oliver neemt de voor hem onbegrijpelijke zaken in het leven, en dat is behoorlijk wat, zoals ze zijn, accepteert ze, en gaat er op zijn eigen manier mee om. Zo zien we in de scene daarna dat Oliver het pesten een zwaarlijvige klasgenoot observeert. Deze Zoe wordt regelmatig gepest, en de analyse die we in het hoofd van Oliver horen is exemplarisch voor wat we de rest van de film ook in zijn hoofd zullen ervaren. Verscholen achter een muurtje noteert Oliver nauwgezet in zijn notitieboekje hoe het pesten werkt, welke sociale interacties er plaats vinden en de gevolgen daarvan, wat hij moet doen om geaccepteerd te worden door de populaire mainstream van zijn leeftijdgenoten en ga zo maar door.

Als hij genoeg heeft geleerd, besluit hij mee te doen. Met al zijn aantekeningen en observaties in zijn achterhoofd, waar wij als kijkers mogen toeven, neemt hij deel aan de pesterijen van Zoe. Zonder dat hij het zo bedoelt valt Zoe even later in het bos in een plas water, en daarna komt Zoe niet meer school. Oliver schrijft haar nog wel een pamflet met handige tips om dit pesten te voorkomen; Oliver kan het weten want hij heeft het lang genoeg bestudeerd.

Tijdens zijn pesterijen leert hij het meisje waarop hij al een tijd een oogje heeft, beter kennen. Sterker nog, zij is de werkelijke reden dat Oliver het fenomeen pesten beter wil leren kennen. Jordana Bevan is haar naam, en de manier waarop hij haar voor het eerst beschrijft is wederom tekenend voor hoe Oliver is en denkt. “Ze is net als ik niet bijster populair, maar we blijven allebei wel boven de kritieke lijn die cool en nerd scheidt. Omdat we allebei op hetzelfde niveau zitten, en allebei op onze eigen manier outcasts zijn, is de kans dat ze mijn vriendin zou kunnen worden een stuk groter dan bij andere meisjes. Om dictherbij haar te komen zal ik mee moeten doen met het pesten. Het is niet de meest comfortabele optie, maar principes mogen nooit in de weg staan van de vooruitgang.” Zo redeneert Oliver nog even door, maar voor de kijker is het dan duidelijk: langzaam ontluikt er iets tussen de twee.

Screenshot van Oliver (Craig Roberts) en Jordana (Yasmin Paige)

Bovendrijvende kracht
De schoonheid van de film zit hem in vele dingen. De acteur die Oliver speelt is een vrij onbekende, net zoals alle andere acteurs. Op zijn vader na dan, want de echte filmliefhebber zal zijn gezicht (Noah Taylor) ongetwijfeld herkennen. De kracht zit hem in de liefdesscenes (onwerkelijk op tijden, maar des te mooier daarom), tussen twee mensen die slechts een klein deel van de werkelijkheid samen delen. Maar juist op dat kleine gedeelte spat de passie tussen de twee van het scherm. Net als de afstand tussen hen, als ze even dat kleine stukje overlappende werkelijkheid verlaten.

Met muziek van Alex Turner, die volledig in de stijl van de film is en er perfect bij past, is Submarine een prachtige film geworden. Een film over een neurotische, liefdevolle puber die voor het eerst de liefde leert kennen, en die de verloren liefde van zijn ouders probeert te herstellen. Een film ook over de worstelingen van pubers die het leven en de liefde moeten leren ontdekken, met alle obstakels, horten en stoten die daarbij horen. Net als schaamte en eenzaamheid trouwens.

Persoonlijke noot
Ik kwam de film per toeval tegen, toen ik ontdekte dat Alex Turner een nieuwe cd had uitgebracht, genaamd Submarine. Maar vanaf het eerste moment overviel de film me, herkende ik enkele neurotische trekjes die ik had als puber (en waarvan ik sommige nooit heb losgelaten, trouwens), en kon ik zonder dat het strandde in sentimentele hapklare koek wegdromen bij de ontluikende liefde van Oliver en Jordana. Het is een vrij onbekend juweeltje, die zich met gemak uit de middelmaat van soortgelijke (veelal pretentieuze) films ontworstelt.

Van Submarine heb ik, oprecht en van begin tot eind, genoten. Het bewijst op ingetogen wijze dat liefde niets meer is dan het tijdelijk gebrek aan afstand.

Voor wie liever eerst een trailer wil zien, klik hier.