PSYCHE |Zorg dat jouw kinderen niet jouw angsten overnemen


Nerveuze, angstige of paniekerige ouders laten gemakkelijk angsten overgaan op hun kinderen – ook al kan dat makkelijk voorkomen worden. Een nieuwe studie wijst uit dat bijvoorbeeld familietherapie al kan helpen om ervoor te zorgen dat de angsten en nervositeit van ouders niet worden doorgegeven aan hun kinderen.

Voor de studie werden 136 families, waarvan tenminste één ouder last van regelmatige paniekaanvallen had, onderzocht. Deze 136 families werden verdeeld in drie groepen. De eerste groep kreeg een jaar lang familietherapie. De tweede groep kreeg een set instructies om de negatieve angstcyclus te doorbreken. De laatste groep moest zelf een oplossing zien te vinden.

Na slechts een jaar bleek dat maar liefst 31% van de kinderen uit groep drie al angsten en paniekaanvallen van hun ouders had overgenomen.

Dr. Golda Ginsburg, psychiatrist en een van de auteurs van de studie, zegt hierover:

“De bevindingen benadrukken de kwetsbaarheid van kinderen ten opzichte van angstige of paniekerige ouders.

Als het mogelijk is om kinderen die risico lopen te identificeren, dan moeten we dat zeker doen om dit fenomeen te voorkomen.”

En het verschil met de eerste groep is groot. Zo nam slechts 9% van de kinderen de angst van de ouders over. In groep twee bleek 21% van de kinderen na een jaar de angsten of paniekaanvallen van ouders te hebben overgenomen.

Succesfactor
Wat maakte de familietherapie nu zo succesvol in het terugdringen van ongewenste angstovername? De families kregen een duidelijk zicht op de tekenen en uitingen van angst en paniekaanvallen. Daarbij werd hen verteld hoe zij hiermee om kunnen gaan.

Een van die manieren om daarmee om te gaan, is de ‘werkelijkheidscontrole’.  Het gaat er dan om dat zowel ouders als kinderen leren in te schatten of een angst of paniekaanval werkelijk aandacht verdient, zo legt Dr. Ginsburg uit:

“We leren kinderen hoe zij enge gedachten kunnen herkennen, en hoe zij deze kinderen ombuigen in iets vrolijks of positiefs. Bijvoorbeeld: als een bang is voor katten en een kat op straat tegenkomt, kan de eerste gedachte zijn die opkomt dat de kat het kind pijn zal doen. Het kind kan dan de gedachte controleren: hoe reëel is het dat de kat me pijn zal doen?
De kat ziet er bijvoorbeeld niet boos uit. De kat blaast niet en haalt niet uit. De kat zit rustig op straat. Dat betekent dat ik gewoon langs de kat zal lopen en dat er niets zal gebeuren. Zo kan een kind angsten overkomen.”

De familietherapie bestond uit acht sessies van één uur, al trekt Dr. Ginsburg deze duur in twijfel. Wellicht is het beter om, net zoals met een medische check, regelmatige terug te keren voor de psychologische check. Dr. Ginsburg:

“Ik ben voorstander van een regelmatige psychologische check. Alsof je iedere zes maanden na de tandarts gaat. Goed om te weten dat er niets aan de hand is, en is er wel iets aan de hand ben je er zeker op tijd bij.”

Het onderzoek werd gepubliceerd in het American Journal of Psychiatry (Ginsburg et al., 2015).

PSYCHE | ‘Teledigingen’: De moderne manier om je relatie om zeep te helpen


Mobiele telefoons kunnen een negatief of zelfs destructief effect hebben op romantische relaties. Ook kunnen ze leiden tot depressies, zo wijst een onlangs gepubliceerde nieuwe studie uit.

In dit onderzoek werd gekeken naar wat de impact is van het afsnauwen van je partner terwijl je naar je telefoon kijkt. Zij noemen dit fenomeen ‘phubbing’ (phone snubbing, welke hier vertaald is als telefoon belediging ofwel ‘telediging’).

Dr. James A. Roberts, leidende auteur van het onderzoek, zegt hierover:

“Wat we hebben ontdekt is dat wanneer iemand een ‘telediging’ ervoer welke afkomstig was van hun partner, dit een conflict creëerde en leidde tot een algeheel verlaagd gevoel van relatietevredenheid.

Deze lagere niveaus van relatietevredenheid leidden tot een verlaagd gevoel van welzijn. Vanaf daar bleek het slechts een kleine stap te zijn naar het begin van een depressie.

Maar wat is dan precies ‘telediging’? Want frustraties door mobiele telefoons kan op allerlei manieren plaatsvinden. Voorbeelden van telediging zoals vastgesteld in dit onderzoek zijn onder andere:
– mijn partner plaats zijn of haar telefoon waar zij die kan zien als we samen zijn
– mijn partner houdt zijn of haar telefoon in zijn of haar hand als we samen zijn
– mijn partner werpt blikken op zijn of haar telefoon als we in gesprek zijn
– als er een moment van stilte valt in ons gesprek, grijpt mijn partner direct naar zijn of haar telefoon

Bij het onderzoek waren 145 proefpersonen betrokken. Dit zijn enkele opvallende statistieken:
– 46% was ‘teledigd’ door zijn of haar partner
– 23% was van mening dat ‘teledigingen’ oorzaak waren voor conflicten in hun relatie
– 37% ervoer minstens één keer een gevoel van depressiviteit als gevolg van de ‘teledigingen’.

Dr. Meredith David, een van de onderzoekers, verklaart:

“In alledaagse interacties met mensen die veel voor ons betekenen, gaan mensen er doorgaans vanuit dat kortstondige onderbrekingen of afleidingen door, in dit geval, mobiele telefoons, geen probleem zullen zijn.

Echter, onze bevindingen wijzen erop dat hoe vaker de tijd die een stel gezamenlijk doorbrengt wordt onderbroken door ‘teledigingen’, hoe ongelukkiger tenminste een van de twee is. Dus wanneer je tijd doorbrengt met de persoon van wie je houdt, raden we mensen aan om bewust te zijn van de negatieve gevolgen waartoe kortstondige onderbrekingen voor je telefoon kunnen leiden.”

En laten we eerlijk zijn: wat is er nu werkelijk belangrijker dan de liefde van je leven?

De studie werd gepubliceerd in Computers in Human Behaviour (Robert et al., 2016)

PSYCHE | De natuurlijke reflex die psychopaten vaak missen


Psychopaten vertonen vaak een gebrek aan empathie, waardoor zij bij een specifieke, natuurlijke reflex veelal niet thuis geven. Het gaat hier om de reflex die we ook wel de ‘aanstekelijke gaap’ noemen, aldus een nieuwe studie.

Het moeten gapen omdat je iemand anders ziet gapen heeft te maken met empathie en het willen verbinden met, het willen begrijpen van de ander. Psychopaten, daarentegen, zijn egoïstisch, manipulatief, zonder angst, dominant en hebben doorgaans een gebrek aan empathie.

Mr Brian Rundle, een van de auteurs van deze nieuwe studie zegt hierover:

“Als je een ander ziet gapen, zul je waarschijnlijk zelf ook willen gapen, ook al had je daar geen enkele behoefte aan. Iedereen kent dit verschijnsel en velen hebben zich afgevraagd waarom zoveel mensen er zo vatbaar voor zijn.
Ik dacht: als gapen werkelijk zo nauw verbonden is met empathie, dan is het niet meer dan logisch dat psychopaten dan ook minder ‘meegapen’. Dat is wat ik wilde testen.”

Tijdens de studie werd ontdekt dat mensen met psychopatische neigingen minder snel of helemaal niet ‘meegaapten’ wanneer zij andere mensen zagen gapen.

Mr Rundle vervolgt:

“De les die we hieruit kunnen halen, is dat wanneer jij gaapt en iemand anders gaapt niet mee, dat die andere dan een psychopaat is.
Daarbij moet opgemerkt worden dat mensen minder geneigd zijn om mee te gapen met volslagen onbekenden, omdat zij geen empathische connectie met die persoon hebben,
Maar afgezien daarvan hebben we in deze studie duidelijk gemaakt dat er een neurologische connectie bestaat tussen psychopathie  en ‘meegapen’.
Dit is een uitstekend en fascinerend startpunt om meer vragen te gaan stellen.”

Zo lijkt het juiste gezegde dus te zijn: een gaap gaat de wereld rond, maar houdt op bij een psychopaat.

De studie werd gepubliceerd in het Personality and Individual Differences (Rundle et al., 2015).

PSYCHE | Waarom selfies zo vaak tegenvallen


Niet blij met het zelfportret dat je vandaag met je telefoon hebt genomen? Daar is een psychologische reden voor…

Copyright Rumag

Copyright Rumag

Wanneer ik met mijn vriendin op reis ben, heeft ze de neiging om talloze selfies van ons te nemen. En de eerste achttien die ze maakt, zijn per definitie niet goed. Sterker nog, ze zou tot in het oneindige door kunnen blijven gaan met het nemen van selfies omdat ze haar allemaal niet tot haar recht laten komen. We hebben het begin van menig vakantiedag daarmee verkwist.

Vreemden kiezen ‘betere’ foto’s van onszelf kiezen dan wij dat zelf kunnen, zo blijkt uit een nieuwe studie. In de studie werd gekeken naar hoe accuraat mensen foto’s bekijken. Dr. David White leidde de studie en legt het als volgt uit:

“Het lijkt tegennatuurlijk dat vreemden, die minder dan een minuut hadden om de foto’s van mensen te bekijken, een betrouwbaarder oordeel konden vellen over gelijkenis van een persoon in het echt en de genomen foto.
Hoewel we dagelijks ons eigen gezicht zien, lijkt het dat we voor die intieme kennis een prijs moeten betalen.
Bestaande voorstellingen in ons geheugen belemmeren ons vermogen om een beeld te kiezen dat een goede voorstelling geeft van onze huidige uiterlijk.”

In de studie kozen mensen eigen foto’s van Facebook en rangschikten deze van beste naar meest slechte gelijkenis. Een groep vreemden deed hetzelfde, maar moest de foto’s op gelijke wijze indelen nadat zij een korte webcam video hadden bekeken van de persoon wiens foto’s zij moesten rangschikken.

De groep vreemden kozen andere foto’s uit die volgens hen beter op de persoon leken, dan de persoon in kwestie zelf deed. Verrassend genoeg leidden de foto’s die vreemden kozen uiteindelijk tot een 7% meer accurate identificatie.

Maar het is nog altijd niet makkelijk om de juiste foto te kiezen bij de persoon die voor je staat. Voor jezelf is dat al niet makkelijk, maar ook voor vreemden is het geen eenvoudige taak. Dr. White zegt hierover:

“Tijdens ontmoetingen met mensen die we niet kennen, is het vaak noodzakelijk dat we kunnen verifiëren dat we zijn wie we claimen te zijn.
Bijvoorbeeld: we worden gevraagd om te bewijzen dat we zijn wie we zijn wanneer we naar de Verenigde Staten van Amerika reizen. Bij een grenscontrole is het identificeren via foto een gemeengoed. Echter, ondanks het belang van deze visuele taak, toonde voorgaande onderzoeken aan dat we niet bijster goed zijn in het koppelen van foto’s aan vreemde gezichten.”

Want vreemden die een foto moeten matchen met een gezicht, maken nog altijd 30% van de tijd fouten hiermee, zo hebben verschillende studies uitgewezen. En zelfs wanneer het gaat om professionals, zoals de hierboven genoemde grenscontrole medewerkers of politieagenten, scoren hier nauwelijks beter.

Er zijn diverse studies uitgevoerd die hebben gekeken of er beter zou worden beoordeeld wanneer mensen konden lachen op foto’s. Dr White zegt over de resultaten van dergelijke studies het volgende:

“Het opvallende is dat de resultaten van beoordelingen beter werden als mensen lachten op de foto’s. Volgens de huidige standaard is het verboden om te lachen op paspoort foto’s omdat dit de normale gezichtscontouren zou vervormen.
Aangezien dat op de meeste foto’s (buiten paspoorten en officiële identificatiedocumenten om) mensen lachen, en dat lachende mensen worden beoordeeld als betrouwbaarder, zijn er dus des te meer redenen te bedenken dat mensen weer zouden moeten lachen op paspoortfoto’s.”

Wanneer  je de volgende keer weer kritisch bent over de zoveelste selfie, bedenk dan dat hier een goede reden voor is (en dat je voor ook niet het geduld van partner of vrienden eindeloos op de proef moet stellen).

De studie werd gepubliceerd in het British Journal of Psychology (White et al., 2015).

PSYCHE | De effecten van gewelddadig nieuws op mentale gezondheid


Wat zijn de potentiële effecten van het nieuws dat we dagelijks tot ons nemen op onze angstgevoelens? Hoe verhoudt stress zich tot gewelddadig nieuws? Nieuw onderzoek wijst uit dat gewelddadig nieuws dat we via social media consumeren symptomen kan veroorzaken die erg veel lijken op de symptomen van het posttraumatische stress syndroom (PTSS).

Voor de goede orde: dit onderzoek werd verricht in de Verenigde Staten van Amerika en nam de aanslag van 11 september 2001 op het World Trade Center (en daaraan gerelateerde zelfmoordaanslagen) in het algemeen als uitgangspunt.

Hoe meer mensen naar deze gebeurtenissen keken, des te groter werd het daaropvolgende trauma. Deze conclusie volgt uit het onderzoek waarbij 189 mensen werden bestudeerd en welke werd gepresenteerd tijdens de jaarlijkse conferentie van de British Psychology Society in Liverpool.

Dr Pam Ramsden, die het onderzoek op de conferentie presenteerde, gaf het volgende commentaar:

“De negatieve effecten van de blootstelling aan het lijden van mensen wordt al erkend sinds dit werd vastgesteld bij professionele zorgverleners. Diverse studies hebben daarnaast de negatieve psychologische reacties vastgesteld die voortvloeien uit indirecte blootstelling, wat ook wel plaatsvervangende traumatisering wordt genoemd.

Dankzij social media zijn er meer mensen dan ooit tevoren die worden blootgesteld aan gewelddadige verhalen en grafische beelden. Het bekijken van deze beelden, en de angst en benauwdheid die veel mensen daarbij ervaren, kan een directe invloeden hebben op onze levens. In deze studie hebben we gekeken wat langdurige blootstelling aan dit soort beelden en gruwelijkheden doet met mensen.”

De proefpersonen ervoeren dezelfde symptomen die we herkennen bij mensen met een posttraumatische stoornis, ook al hadden zij niets traumatisch meegemaakt in hun leven.

Dr Ramsden vervolgt:

“Het is zorgwekkend dat ruim een kwart van de proefpersonen na het zien van schokkende, gewelddadige beelden in de normgroep van traumaslachtoffers en psychiatrische patiënten. De extraverte persoonlijkheden bleken daarnaast nog eens een verhoogd risico te lopen.
Met een makkelijkere toegang, via social media en internet en via tablets en mobiele telefoons, tot dit specifieke soort beelden, moeten we zorgen dat mensen weten welke gevolgen het bekijken van gewelddadige beelden kan hebben en we moeten regelen dat er juiste steun en zorg is voor hen die dat nodig hebben.”

PSYCHE | Het onverwachte effect van stress op pijn


Bron: spinefitness.com

Bron: spinefitness.com

Wetenschappers hebben ontdekt dat mensen die lijden onder psychosociale stress – zoals tijdens een examen – meer moeite hebben met het verhinderen van pijn en dat zij de pijn intenser ervaren. Dit resultaat staat haaks op het algemeen gegeven dat mensen die lijden aan stress juist meer resistent zouden zijn tegen pijn.

Tijdens de studie waaruit dit verassende gegeven naar voren kwam, kregen de deelnemers een gemanipuleerde wiskundetoets voorgeschoteld. Daarbij werd een stress veroorzakend element toegevoegd doordat iemand de deelnemers zo nu en dan vertelde dat ze een fout hadden gemaakt (ook al was dat niet het geval).

Voor en na de studie moesten de deelnemers verschillende pijntesten ondergaan.

De resultaten, welke gepublcieerd werden in Pain, stonden lijnrecht tegenover de verwachtingen die de onderzoekers op voorhand hadden (Geva et al., 2014).

Professor Ruth Defrin die de studie leidde, zegt hierover het volgende:

”We waren er zeker van dat we een toename zouden zien van de mogelijkheid om pijn te regelen en te doseren. Je hoort regelmatig dat mensen die tijdens sport of vechtsporten geblesseerd raken doorgaans een hogere pijnweerstand hebben. Wat wij zagen was exact het tegenovergestelde.

Hoewel er geen zichtbaar effect van acute strep de pijndrempel van de deelnemers was, nam de mogelijkheid om pijn ter reguleren op dramatische wijze af.”

Met andere woorden: mensen onder stress konden in principe dezelfde hoeveelheid pijn aan, maar zij waren niet in staat om de pijnsensatie uit te schakelen of te negeren. Sommige deelnemers werden plots nog vatbaarder voor stress, aldus professor Defrin:

”We zagen dat psychosociale stress niet alleen de pijn regulatie verminderde, de veranderingen hierin werden telkens groter bij deelnemers die vatbaarder waren voor stressprikkels. (ook wel ‘high responders’ genoemd).

Hoe hoger de ervaren stress, hoe dysfunctioneler de pijn regulatie mogelijkheden werden.

Oftewel: het type stress en hoe de persoon deze stress sterkte ervaart staan in directe interactie met het pijnsysteem. We weten al uit voorgaande studies dat chronische stress veel gevaarlijker is (lees: meer beschadiging toebrengt aan een mens) dan acute stress. Chronische stress kan bijvoorbeeld chronische pijn en systematisch terugkerende ziektes veroorzaken.”

Professor Drefin vervolgt:

”Het moderne leven stelt individuen bloot aan vele, veelal terugkerende stressvole situaties. Hoewel niet direct is vast te stellen welke stress we voelen in bepaalde situaties, kan het alleen maar raadzaam worden genoemd om zoveel mogelijk stress in een mensenleven tegen te gaan.”

PSYCHE | Hoe voorkom je dat je voor de verkeerde baan of woning kiest?


Of, zo corrigeer je de distinctie bias

Twee van de belangrijkste keuzes in het leven zijn waar je wil wonen en welk werk je wil doen. Beide keuzes hebben een behoorlijke impact op de rest van je leven. De juiste keuze betekent jaren van geluk. Maar psycholigisch onderzoek toont aan dat we er nog al vaak naast zitten door de distinctie bias, en dat kan jaren van misere betekenen.

Het maken van de juiste keuze hangt af van hoe we psychologisch de opties wegen. Bijvoorbeeld, goedkopere huizen liggen doorgaans op ongewilde locaties. Functies met een hoog salaris kunnen zeer stressvol zijn. Helaas, wanneer het aankomt op het afwegen van de voor- en nadelen zitten er soms biases in de weg die maken dat we niet altijd voor datgene kiezen dat ons toekomstig geluk ten goede komt.

Stel je het volgende eens voor: je krijgt twee banen aangeboden. De eerste is een interessante baan die 35000 salaris biedt. De tweede is een saaie die €40000 per jaar biedt. Verder is alles gelijk. Welke baan kies je dan?

Hier is nog een voorbeeld: stel je voor dat je moet kiezen tussen twee huizen van welke de verkoopprijs gelijk is. De ene heeft een vloeroppervlakte van 130 vierkante meter, maar je kunt vanaf dat huis naar werk wandelen. De andere heeft een vloeroppervlakte van 150 vierkante meter, maar vanaf dat huis moet je een uur rijden voordat je op je werk bent. Wederom zijn alle andere omstandigheden gelijk. Welk huis kies je dan?

Kieskeurig

Wanneer we proberen te kiezen tussen de twee banen, zullen we waarschijnlijk een afweging maken van kosten en baten. Aan de ene kant proberen we te bedenken hoeveel extra geluk ons die 5000 verschil zal brengen. Anderzijds proberen we de interessante baan te vergelijken met de saaie baan. Dit blijkt een stuk moeilijker te zijn: want hoe kwantificeer je een interessante baan en een saaie baan?

Volgens psychologen professor Christopher K. Hsee en Jiao Zhang van de universiteit van Chicago is dit nu juist de reden dat we in woelige wateren belanden tijdens het nemen van de beslissing (Hsee & Zhang, 2004). Ze beargumenteren dat wanneer kwantitatieve vergelijkingen moeten maken (zoals bijvoorbeeld met duidelijk te vergelijken getallen zoals met het salaris verschil) we de neiging hebben om de impact op ons geluk te overschatten.

Ter vergelijking, kwalitatieve verschillen – verschil tussen saai en interessant – zijn veel moeilijker voor ons om te evalueren. Het resultaat hier is dat we aanzienlijk minder snel hun impact zullen overschatten.

Kwantitatieve voorspellingen

Het verschil in de manier waarop we kwalitatieve versus kwantitatieve verschillen evalueren, komt neer op een kloof tussen onze voorspellingsgave en de grillen van de werkelijke ervaring:

– Voorspelling: Wanneer we proberen te voorspellen hoe we ons voelen zullen we doorgaans aannemen dat er een lineaire relatie is tussen meer van iets (geld) en of we ons beter voelen daardoor. Zo zal het indenken van 40000 ons precies 1/7 deel beter doen voelen dan de 35000.
– Daadwerkelijke ervaring: Wanneer we iets daadwerkelijk mee maken, zijn we gewend dat niet te vergelijken is met de 35000, 40000 of de grotere vloeroppervlakte. Het gevolg is dat we ons niet daadwerkelijk 1/7 deel beter voelen met het extra salaris.

Dus wanneer we kwantitatieve vergelijkingen maken zijn we geneigd om te voorspellen dat we meer geluk zullen ervaren dan we in werkelijkheid doen. Dat is Hsee en Zhang de distinctie bias noemen: wanneer het in werking treedt maken we een opgeblazen voorspelling van het nut van een toekomstige beslissing gebaseerd op het onderscheid dat we daartussen maken.

Kwalitatieve voorspellingen

Vergelijk dit met hoe we voorspellingen doen bij kwalitatieve verschillen, zoals het kiezen tussen een interessante en saaie baan, of het huis dat ofwel dichtbij of ver van het werk ligt. Het moge duidelijk zijn dat de interessante baan je meer voldoening en lering zal bieden dan de saaie baan. Maar omdat er geen duidelijke schaal is waarop we deze vergelijking maken, is het veel moeilijker om een overschatting te doen van het voordeel van de interessante baan in vergelijking met hoe dat werkelijk zal zijn.

Om hun theorie te ondersteunen, hebben Hsee en Zhang een drietal experimenten uitgevoerd waarin mensen werden gevraagd om voorspellen te doen over kwalitatieve en kwantitatieve verschillen. In elke van deze drie experimenten ontdekten de wetenschappers dat mensen inderdaad hun toekomstig plezier overschatten wanneer ze een kwantitatieve vergelijking maken, maar dat niet zo snel doen (nauwelijks doen) wanneer ze een kwalitatieve vergelijking maken.

Hoe vermijd je de distinctie bias

De distinctie bias is geworteld in het feit dat voorspellingen over ons toekomstig geluk kwantitatieve vergelijkingen bevatten. Deze zijn het makkelijkst om te nemen en het makkelijkst om er mist mee in te gaan. Dit lijkt vaak te gebeuren wanneer we de ene vergelijking langs de andere leggen: wanneer we kiezen tussen de interessante en de saaie baan is het makkelijk om de twee salarissen te vergelijken. Het exacte salaris, echter, blijkt echter later een minder grote impact te hebben op het geluk in ons leven dan we eerst hadden gedacht.

Hsee en Zhang beargumenteren dat je de distinctie bias kunt omzeilen door te voorkomen dat je de twee banen of de twee huizen gaat vergelijken. Het is beter om iedere baan afzonderlijk te overwegen. Probeer een algemene inschatting te maken per baan, en dan pas deze naast elkaar te leggen. Op deze manier is de kans vele malen groter dat je een keus maakt die aansluit op jouw toekomstige ervaring.

Er zit echter een hiaat in deze techniek. In sommige gevallen is de hoeveelheid geluk die je krijgt van een toekomstige keuze zeer nauw aan de andere keuzes. Met andere woorden: soms zijn directe vergelijkingen accurate voorspellers van ons toekomstig plezier. Bijvoorbeeld, als je een ervoor kiest om een bepaald paar schoenen te dragen naar een bruiloft, is het aan te raden dat je in de beslissingsvorming meeneemt wat anderen zullen dragen. Op sneakers naar een bruiloft gaan waar iedereen strak in het pak (en in de schoenen) zit, zal je niet gelukkiger maken.

Op iedere regel zijn uitzonderingen, maar dat neemt niet weg dat in de meeste gevallen de distinctie bias een serieus probleem is voor ons om ons toekomstig geluk te voorspellen. Of het nu gaat om het kiezen voor een baan, een auto, een huis, we zijn allen geneigd de kwantitatieve aspecten van onze keuze (gaat vaak, maar niet altijd, om geld) ten koste van de kwalitatieve aspecten. Dientengevolge kunnen we dus een keuze maken die niet bijdraagt aan ons geluk. Het omzeilen van deze bias betekent dat je je richt op de voor- en nadelen van iedere individueel scenario, in plaats van dat je vergelijkingen maakt.

Referentie

Hsee, C., & Zhang, J. (2004). Distinction Bias: Misprediction and Mischoice Due to Joint Evaluation. Journal of Personality and Social Psychology, 86(5), 680-695.

– Eerdere publicaties uit de reeks artikelen over gedragsbiases en attributiebiases kun je via de links hieronder lezen (in volgorde van publicatie) –

De impact bias: Hoe makkelijk we vooraf emotionele reacties overschatten
Worse-than-average effect: hoe zelfonderschatting talentvolle mensen tegenhoudt
Het Dunning-Krugereffect: waarom incompetente mensen niet weten dat ze incompetent zijn
Hoe we tóch kunnen leren van onze fouten
Laat de egocentrische bias niet in de staan van goed advies
De geheugen bias: toekomstige gebeurtenissen voorspellen met oude emoties
Waarom jouw toekomstige ik een emotioneel mysterie is