PSYCHE | Welke man is het aantrekkelijkst voor vrouwen?


Vrouwen zijn het unaniem eens met elkaar als het gaat om welke lichamelijke eigenschappen een man aantrekkelijk maken: een man met een gespierd bovenlijf wordt door vrouwen als mooi bestempeld. Alle 160 vrouwen die meewerkten aan het onderzoek hadden een uitgesproken voorkeur voor een gespierd torso.

Mannen, nog meer reden om de sportschool in te duiken: de aantrekkelijkheid van een man hangt voor maar liefst 70% af van een aantrekkelijk bovenlichaam. De vrouwen in het onderzoek beoordeelden mannen met een afgetraind en gespierd bovenlijf consequent als aantrekkelijker dan mannen met een normaal, dun of dik bovenlichaam.

De vrouwen gaven aan dat een lange man of een slanke man ook aantrekkelijk zijn, maar die punten vielen in het niet bij de aantrekkingskracht van een gespierd torso.

De 160 vrouwen moesten 60 mannen met ontbloot bovenlijf en bedekt hoofd beoordelen. De kracht van iedere man was op voorhand vastgesteld met gewichtheffen en het testen van grijpkracht. De vrouwen waren in staat om afgaande op het bovenlijf aan te geven hoe sterk de mannen waren.

Opvallend is dat uit het onderzoek bleek dat mannen niet té gespierd konden zijn. Hoe gespierder de mannen, hoe groter de aantrekkingskracht. Er was ook geen bewijs dat sommige vrouwen er een andere smaak op na hielden; alle 160 deelneemsters hadden een voorkeur voor mannen die er sterk en gespierd uitzien.

Lange mannen worden automatisch als gespierder gezien, zo verklaren de onderzoekers: “Bij het beoordelen van fysieke kracht worden lange mannen automatisch gezien als gespierd, ongeacht hoeveel gewicht ze kunnen heffen. Hieruit kunnen we concluderen dat lange mannen om andere redenen aantrekkelijk gevonden, buiten hun fysieke kracht of vechtcapaciteiten.”

De onderzoekers doen een beroep op een evolutionaire verklaring van de resultaten: “Psychologen geven aan dat een vrouw kiest voor haar partner niet enkel voor zijn kracht, maar ook op zijn genetische kwaliteiten en de mogelijkheid om de vrouwen en de kinderen bij te staan en te beschermen. Een eigenschap die deze beide punten behelst is het ontzagwekkende voorkomen van een man (hoe groter, langer, gespierder en indrukwekkend een man is, des te beter kan hij zijn gezin beschermen en verzorgen). Een cruciaal onderdeel van een ontzagwekkend voorkomen is een gespierd bovenlijf.”

Het onderzoek werd gepubliceerd in Proceedings of Royal Society B (Sell et al., 2017)

Advertenties

PSYCHE | Het eten dat de hersenen vertraagt/stimuleert


Iedereen heeft weleens een after dinner dip: een loom en verzadigd gevoel na het avondeten dat wordt gecreëerd door het beloningssysteem in je lichaam. Uit onderzoek is echter gebleken dat een bepaald soort eten ook daadwerkelijk zorgt voor langzamer functionerende hersenen.

Bron: gezondheidsnet.nl

Uit het onderzoek blijkt dat suiker het brein langzamer doet werken. Ook het geheugen en de leerfuncties raken verzwakt wanneer men regelmatig grote hoeveelheden fructose binnen krijgt.

Er is echter hoop: onderzoekers toonden in hetzelfde onderzoek aan dat omega-3 vetzuren het probleem tegen kunnen gaan. Grofweg 1 gram DHA (docosahexaeenzuur) is voldoende om de schadelijke effecten van suiker in deze tegen te gaan.

Professor Fernando Gomez-Pinilla werkte mee aan het onderzoek en zegt hierover: “Onze bevindingen illustreren dat wat je eet invloed heeft op hoe je denkt. Eet je normaliter veel eten met fructose dan zul je op lange termijn de effecten op jouw leervaardigheden en het geheugen merken. Maar door omega-3 vetzuren toe te voegen aan je eetpatroon kun je de schadelijke effecten tegengaan.”

Voor het onderzoek kregen twee groepen ratten gedurende zes weken eten met verhoogde fructose waarden toegediend. De tweede groep kreeg tegelijkertijd ook omega-3 vetzuren toegediend.

Professor Gomez-Pinilla verklaart de resultaten als veelbelovend: “De tweede groep ratten wist aanzienlijk sneller de uitgang in een doolhof te vinden dan de eerste groep. De van omega-3 vetzuren verstoken groep waren zienderogen langzamer en er was een duidelijke afname te zien in de synaptische activiteit. De hersencellen hadden moeite om elkaar signalen te geven waardoor de ratten in feite niet meer helder konden nadenken en de route die zij zes weken eerder al hadden afgelegd in het doolhof niet meer konden herinneren.”

Professor Gomez-Pinilla raadt dan ook aan om zo weinig mogelijk suiker te gebruiken bij maaltijden: “We maken onderscheid tussen suiker en fruitsuiker. Fruitsuiker is namelijk minder schadelijk en bevat belangrijke antioxidanten. De nadruk leggen we op ‘onnatuurlijke’ suiker, in bijvoorbeeld stroop, welke wordt toegevoegd aan het product voor zowel de zoete smaak als voor conservering.”

Dat omega-3 vetzuren het brein kunnen helpen moet men volgens professor Gomez-Pinilla zien als het sparen van geld: “Je wilt een reserve opbouwen voor wanneer het brein extra brandstof nodig heeft of voor toekomstige ziektes.”

Het onderzoek werd gepubliceerd in Physiology (Agrawal & Gomez-Pinilla, 2012).

PSYCHE | Dé graadmeter van gezonde hersenen


Uit onderzoek is gebleken dat mensen die zich jonger voelen dan ze zijn een gezonder brein en een beter functionerend geheugen hebben. Hersenscans tonen dat de mensen die zich jonger voelen een grotere grijze massa hebben in specifieke gebieden in de hersenen.

Goed voorbeeld doet volgen: gezonde hersenen zijn een teken van een algehele lichamelijke gezondheid

Ook scoren deze mensen beter bij geheugentesten en is bij hen de kans op depressie of gevoelens van depressie aanzienlijk kleiner. Het kan zo zijn dat mensen intuïtief aanvoelen dat hun hersenen verouderen. Professor Jeanyung Chey, die het onderzoek leidde, zegt hierover: “Waarom voelen sommige mensen zich jonger of ouder dan dat ze werkelijk zijn? Oorzaken kunnen zijn dat mensen depressief zijn (of daar aanleg voor hebben), verschillen in persoonlijkheid of fysieke gezondheid. Echter, niemand had nog onderzoek gedaan naar het verouderen van het brein in relatie tot de leeftijd die mensen zich toedichten.”

Veel mensen voelen zich jonger of ouder dan hun leeftijd, een fenomeen dat door psychologen subjectieve leeftijd wordt genoemd.

Voor het onderzoek werden 68 gezonde mensen met een leeftijd van tussen de 59 en 84 gevraagd naar hun leeftijd en subjectieve leeftijd. Vervolgens keken de onderzoekers aan de hand van hersenscans naar de grijze gebieden in de verschillende regionen van het brein.

Professor Chey verklaart de resultaten: “We ontdekten dat mensen die zich jonger voelen ook de structurele karakteristieken hebben van een jonger brein. Opvallend: nadat we factoren als persoonlijkheid, subjectieve gezondheid, symptomen van depressie en cognitieve functies in acht namen bleek dit nog altijd het geval te zijn.”

Hieruit kan voorzichtig de conclusie getrokken worden dat als je je ouder voelt het tijd wordt voor veranderingen om zo de gezondheid van de hersenen te waarborgen. Professor Chey zegt hierover: “Als iemand zich ouder voelt dan hij is kan dat een teken zijn om zijn of haar levensstijl, gewoontes en activiteiten die van invloed zijn op de leeftijd van de hersenen aan te passen waar nodig en te zorgen voor een gezondere hersenen.”

Het onderzoek is gepubliceerd in Frontiers in Aging Neuroscience (Kwak et al., 2018)

Bron: Psyblog

PSYCHE |Zorg dat jouw kinderen niet jouw angsten overnemen


Nerveuze, angstige of paniekerige ouders laten gemakkelijk angsten overgaan op hun kinderen – ook al kan dat makkelijk voorkomen worden. Een nieuwe studie wijst uit dat bijvoorbeeld familietherapie al kan helpen om ervoor te zorgen dat de angsten en nervositeit van ouders niet worden doorgegeven aan hun kinderen.

Voor de studie werden 136 families, waarvan tenminste één ouder last van regelmatige paniekaanvallen had, onderzocht. Deze 136 families werden verdeeld in drie groepen. De eerste groep kreeg een jaar lang familietherapie. De tweede groep kreeg een set instructies om de negatieve angstcyclus te doorbreken. De laatste groep moest zelf een oplossing zien te vinden.

Na slechts een jaar bleek dat maar liefst 31% van de kinderen uit groep drie al angsten en paniekaanvallen van hun ouders had overgenomen.

Dr. Golda Ginsburg, psychiatrist en een van de auteurs van de studie, zegt hierover:

“De bevindingen benadrukken de kwetsbaarheid van kinderen ten opzichte van angstige of paniekerige ouders.

Als het mogelijk is om kinderen die risico lopen te identificeren, dan moeten we dat zeker doen om dit fenomeen te voorkomen.”

En het verschil met de eerste groep is groot. Zo nam slechts 9% van de kinderen de angst van de ouders over. In groep twee bleek 21% van de kinderen na een jaar de angsten of paniekaanvallen van ouders te hebben overgenomen.

Succesfactor
Wat maakte de familietherapie nu zo succesvol in het terugdringen van ongewenste angstovername? De families kregen een duidelijk zicht op de tekenen en uitingen van angst en paniekaanvallen. Daarbij werd hen verteld hoe zij hiermee om kunnen gaan.

Een van die manieren om daarmee om te gaan, is de ‘werkelijkheidscontrole’.  Het gaat er dan om dat zowel ouders als kinderen leren in te schatten of een angst of paniekaanval werkelijk aandacht verdient, zo legt Dr. Ginsburg uit:

“We leren kinderen hoe zij enge gedachten kunnen herkennen, en hoe zij deze kinderen ombuigen in iets vrolijks of positiefs. Bijvoorbeeld: als een bang is voor katten en een kat op straat tegenkomt, kan de eerste gedachte zijn die opkomt dat de kat het kind pijn zal doen. Het kind kan dan de gedachte controleren: hoe reëel is het dat de kat me pijn zal doen?
De kat ziet er bijvoorbeeld niet boos uit. De kat blaast niet en haalt niet uit. De kat zit rustig op straat. Dat betekent dat ik gewoon langs de kat zal lopen en dat er niets zal gebeuren. Zo kan een kind angsten overkomen.”

De familietherapie bestond uit acht sessies van één uur, al trekt Dr. Ginsburg deze duur in twijfel. Wellicht is het beter om, net zoals met een medische check, regelmatige terug te keren voor de psychologische check. Dr. Ginsburg:

“Ik ben voorstander van een regelmatige psychologische check. Alsof je iedere zes maanden na de tandarts gaat. Goed om te weten dat er niets aan de hand is, en is er wel iets aan de hand ben je er zeker op tijd bij.”

Het onderzoek werd gepubliceerd in het American Journal of Psychiatry (Ginsburg et al., 2015).

PSYCHE | ‘Teledigingen’: De moderne manier om je relatie om zeep te helpen


Mobiele telefoons kunnen een negatief of zelfs destructief effect hebben op romantische relaties. Ook kunnen ze leiden tot depressies, zo wijst een onlangs gepubliceerde nieuwe studie uit.

In dit onderzoek werd gekeken naar wat de impact is van het afsnauwen van je partner terwijl je naar je telefoon kijkt. Zij noemen dit fenomeen ‘phubbing’ (phone snubbing, welke hier vertaald is als telefoon belediging ofwel ‘telediging’).

Dr. James A. Roberts, leidende auteur van het onderzoek, zegt hierover:

“Wat we hebben ontdekt is dat wanneer iemand een ‘telediging’ ervoer welke afkomstig was van hun partner, dit een conflict creëerde en leidde tot een algeheel verlaagd gevoel van relatietevredenheid.

Deze lagere niveaus van relatietevredenheid leidden tot een verlaagd gevoel van welzijn. Vanaf daar bleek het slechts een kleine stap te zijn naar het begin van een depressie.

Maar wat is dan precies ‘telediging’? Want frustraties door mobiele telefoons kan op allerlei manieren plaatsvinden. Voorbeelden van telediging zoals vastgesteld in dit onderzoek zijn onder andere:
– mijn partner plaats zijn of haar telefoon waar zij die kan zien als we samen zijn
– mijn partner houdt zijn of haar telefoon in zijn of haar hand als we samen zijn
– mijn partner werpt blikken op zijn of haar telefoon als we in gesprek zijn
– als er een moment van stilte valt in ons gesprek, grijpt mijn partner direct naar zijn of haar telefoon

Bij het onderzoek waren 145 proefpersonen betrokken. Dit zijn enkele opvallende statistieken:
– 46% was ‘teledigd’ door zijn of haar partner
– 23% was van mening dat ‘teledigingen’ oorzaak waren voor conflicten in hun relatie
– 37% ervoer minstens één keer een gevoel van depressiviteit als gevolg van de ‘teledigingen’.

Dr. Meredith David, een van de onderzoekers, verklaart:

“In alledaagse interacties met mensen die veel voor ons betekenen, gaan mensen er doorgaans vanuit dat kortstondige onderbrekingen of afleidingen door, in dit geval, mobiele telefoons, geen probleem zullen zijn.

Echter, onze bevindingen wijzen erop dat hoe vaker de tijd die een stel gezamenlijk doorbrengt wordt onderbroken door ‘teledigingen’, hoe ongelukkiger tenminste een van de twee is. Dus wanneer je tijd doorbrengt met de persoon van wie je houdt, raden we mensen aan om bewust te zijn van de negatieve gevolgen waartoe kortstondige onderbrekingen voor je telefoon kunnen leiden.”

En laten we eerlijk zijn: wat is er nu werkelijk belangrijker dan de liefde van je leven?

De studie werd gepubliceerd in Computers in Human Behaviour (Robert et al., 2016)

PSYCHE | De natuurlijke reflex die psychopaten vaak missen


Psychopaten vertonen vaak een gebrek aan empathie, waardoor zij bij een specifieke, natuurlijke reflex veelal niet thuis geven. Het gaat hier om de reflex die we ook wel de ‘aanstekelijke gaap’ noemen, aldus een nieuwe studie.

Het moeten gapen omdat je iemand anders ziet gapen heeft te maken met empathie en het willen verbinden met, het willen begrijpen van de ander. Psychopaten, daarentegen, zijn egoïstisch, manipulatief, zonder angst, dominant en hebben doorgaans een gebrek aan empathie.

Mr Brian Rundle, een van de auteurs van deze nieuwe studie zegt hierover:

“Als je een ander ziet gapen, zul je waarschijnlijk zelf ook willen gapen, ook al had je daar geen enkele behoefte aan. Iedereen kent dit verschijnsel en velen hebben zich afgevraagd waarom zoveel mensen er zo vatbaar voor zijn.
Ik dacht: als gapen werkelijk zo nauw verbonden is met empathie, dan is het niet meer dan logisch dat psychopaten dan ook minder ‘meegapen’. Dat is wat ik wilde testen.”

Tijdens de studie werd ontdekt dat mensen met psychopatische neigingen minder snel of helemaal niet ‘meegaapten’ wanneer zij andere mensen zagen gapen.

Mr Rundle vervolgt:

“De les die we hieruit kunnen halen, is dat wanneer jij gaapt en iemand anders gaapt niet mee, dat die andere dan een psychopaat is.
Daarbij moet opgemerkt worden dat mensen minder geneigd zijn om mee te gapen met volslagen onbekenden, omdat zij geen empathische connectie met die persoon hebben,
Maar afgezien daarvan hebben we in deze studie duidelijk gemaakt dat er een neurologische connectie bestaat tussen psychopathie  en ‘meegapen’.
Dit is een uitstekend en fascinerend startpunt om meer vragen te gaan stellen.”

Zo lijkt het juiste gezegde dus te zijn: een gaap gaat de wereld rond, maar houdt op bij een psychopaat.

De studie werd gepubliceerd in het Personality and Individual Differences (Rundle et al., 2015).

PSYCHE | Waarom selfies zo vaak tegenvallen


Niet blij met het zelfportret dat je vandaag met je telefoon hebt genomen? Daar is een psychologische reden voor…

Copyright Rumag

Copyright Rumag

Wanneer ik met mijn vriendin op reis ben, heeft ze de neiging om talloze selfies van ons te nemen. En de eerste achttien die ze maakt, zijn per definitie niet goed. Sterker nog, ze zou tot in het oneindige door kunnen blijven gaan met het nemen van selfies omdat ze haar allemaal niet tot haar recht laten komen. We hebben het begin van menig vakantiedag daarmee verkwist.

Vreemden kiezen ‘betere’ foto’s van onszelf kiezen dan wij dat zelf kunnen, zo blijkt uit een nieuwe studie. In de studie werd gekeken naar hoe accuraat mensen foto’s bekijken. Dr. David White leidde de studie en legt het als volgt uit:

“Het lijkt tegennatuurlijk dat vreemden, die minder dan een minuut hadden om de foto’s van mensen te bekijken, een betrouwbaarder oordeel konden vellen over gelijkenis van een persoon in het echt en de genomen foto.
Hoewel we dagelijks ons eigen gezicht zien, lijkt het dat we voor die intieme kennis een prijs moeten betalen.
Bestaande voorstellingen in ons geheugen belemmeren ons vermogen om een beeld te kiezen dat een goede voorstelling geeft van onze huidige uiterlijk.”

In de studie kozen mensen eigen foto’s van Facebook en rangschikten deze van beste naar meest slechte gelijkenis. Een groep vreemden deed hetzelfde, maar moest de foto’s op gelijke wijze indelen nadat zij een korte webcam video hadden bekeken van de persoon wiens foto’s zij moesten rangschikken.

De groep vreemden kozen andere foto’s uit die volgens hen beter op de persoon leken, dan de persoon in kwestie zelf deed. Verrassend genoeg leidden de foto’s die vreemden kozen uiteindelijk tot een 7% meer accurate identificatie.

Maar het is nog altijd niet makkelijk om de juiste foto te kiezen bij de persoon die voor je staat. Voor jezelf is dat al niet makkelijk, maar ook voor vreemden is het geen eenvoudige taak. Dr. White zegt hierover:

“Tijdens ontmoetingen met mensen die we niet kennen, is het vaak noodzakelijk dat we kunnen verifiëren dat we zijn wie we claimen te zijn.
Bijvoorbeeld: we worden gevraagd om te bewijzen dat we zijn wie we zijn wanneer we naar de Verenigde Staten van Amerika reizen. Bij een grenscontrole is het identificeren via foto een gemeengoed. Echter, ondanks het belang van deze visuele taak, toonde voorgaande onderzoeken aan dat we niet bijster goed zijn in het koppelen van foto’s aan vreemde gezichten.”

Want vreemden die een foto moeten matchen met een gezicht, maken nog altijd 30% van de tijd fouten hiermee, zo hebben verschillende studies uitgewezen. En zelfs wanneer het gaat om professionals, zoals de hierboven genoemde grenscontrole medewerkers of politieagenten, scoren hier nauwelijks beter.

Er zijn diverse studies uitgevoerd die hebben gekeken of er beter zou worden beoordeeld wanneer mensen konden lachen op foto’s. Dr White zegt over de resultaten van dergelijke studies het volgende:

“Het opvallende is dat de resultaten van beoordelingen beter werden als mensen lachten op de foto’s. Volgens de huidige standaard is het verboden om te lachen op paspoort foto’s omdat dit de normale gezichtscontouren zou vervormen.
Aangezien dat op de meeste foto’s (buiten paspoorten en officiële identificatiedocumenten om) mensen lachen, en dat lachende mensen worden beoordeeld als betrouwbaarder, zijn er dus des te meer redenen te bedenken dat mensen weer zouden moeten lachen op paspoortfoto’s.”

Wanneer  je de volgende keer weer kritisch bent over de zoveelste selfie, bedenk dan dat hier een goede reden voor is (en dat je voor ook niet het geduld van partner of vrienden eindeloos op de proef moet stellen).

De studie werd gepubliceerd in het British Journal of Psychology (White et al., 2015).