25 dingen die ik mijn kind mee wil geven


Tom Matlack, van The Good Men Project, wil zijn zoon 25 adviezen meegeven. Wellicht dat er punten in de lijst staan die inspirerend zijn voor u, of uw kinderen.

1. Het is moeilijker om een klap te incasseren dan er eentje uit te delen.

2. Zoek mensen die je aan het lachen maken en volg hen als een golden retriever. Lachen is als een vitamine. Je kan er nooit genoeg van hebben.

3. Een man die graag knuffelt is een man met zelfvertrouwen.

4. Lees poëzie.

5. Het is niet verkeerd om te kijken naar porno, maar seks hebben met iemand waar je om geeft is duizend keer leuker.

6. Als je voelt dat je moet huilen, vanwege pijn of juist plezier, laat de tranen lopen. Als die tranen er niet uitgaan, zullen ze opdrogen in je borstkas en wordt het moeilijker om iemand volledig lief te hebben zoals jij dat wilt.

7. Zet de muziek snoeihard aan als je het huis schoonmaakt.

8. Kijk diep in de ogen van je geliefde of diegene waar je verliefd op bent, om zo een glimp op te vangen van zijn of haar ziel.

9. Spendeer een gedeelte van ieder jaar dat je leeft met mensen die het minder goed hebben dan jij. Het zal je hart vullen met dankbaarheid.

10. Lieg nooit over zaken die werkelijk belangrijk zijn. De eerste leugen leidt tot een nieuwe leugen, die weer leidt tot een nieuwe leugen, om zo maar de waarheid te verhullen. En iedere keer zul je een klein stukje van jezelf afschaven als je liegt.

11. Vindt werk dat je gelukkig maakt. Als je tijdens je werk ook nog eens de wereld ten goede kunt veranderen, dan is dat alleen een mooi extraatje.

12. Als je de kans krijgt om door het land of over de wereld te reizen, pak hem dan. Je zal veel meer leren van mensen die verschillen van jouzelf, dan van mensen die hetzelfde zijn als jij.

13. Niets doen is beter dan iets verkeerd doen. Maar je zult, hoe dan ook, fouten maken. Heel veel fouten. De echte vraag is dan ook wat je van die fouten zult leren.

14. Ga niet te gehaast trouwen. Scheiden is verschrikkelijk. Een goed huwelijk kan starten wanneer je 21 bent, of wanneer je 61 bent.

15. Er is niets mis met een Cubaanse sigaar op zijn tijd.

16. Geld en macht lijken goed, maar zij zullen je niet met het plezier vullen zoals jouw familie dat doet.

17. Als je op iemand van hetzelfde geslacht valt, zal ik alles te doen om te vechten voor jouw mogelijkheid op gelijke rechten.

18. Vindt een manier om jouw lichaam zo te bewegen dat je er plezier van hebt. Je hoeft als man geen atleet te worden en als vrouw geen cheerleader, maar jouw lichaam is jouw tempel en daar moet je goed voor zorgen. Je moet het tevens gebruiken om jouw gevoelens te uiten.

19. Alcohol drinken kan leuk zijn zolang je het met mate doet. En vraag altijd om hulp als je het idee hebt dat je black outs gaat krijgen, of als je weet dat je dingen gaat doen waar je later spijt van zult krijgen.

20. Radicale eerlijkheid zal je ver brengen in deze wereld. De meeste mensen hebben het lef niet om werkelijk te zeggen wat ze denken of willen, ongeacht wat de consequenties zullen zijn.

21. Geef je partner altijd zijn/haar verjaardagscadeaus in bed.

22. Vindt een spiritualiteit die je kan dragen als een losse jas die je altijd warm houdt, ongeacht wat voor weer het is. God moet je namelijk troost en comfort bieden, niet een gevoel van schaamte. Ook het gebrek aan een geloof in een God kan voor troost en comfort zorgen.

23. Seks is fantastisch, maar je partner vasthouden in het midden van de nacht is een van de meest bijzondere en intieme gevoelens denkbaar.

24. Leef gepassioneerd. Droom groot. Wijk nooit achteruit.

25. Vergeet nooit dat ik van je hou, wat er ook gebeurt. Je kan me niet verliezen. Ik zal altijd bij je zijn.

Advertenties

De executie van Wilson toont ontbreken menselijkheid in Amerikaanse samenleving


De redactie van http://www.dennisboots.wordpress.com is zeer teleurgesteld en oprecht verdrietig over de executie van Marvin Wilson. Het Supreme Court van de Verenigde Staten van Amerika heeft geweigerd om in te grijpen in de geplande executie van gisterenavond. Marvin Wilson had een IQ van 61, waardoor psychologisch onderzoek hem zou indelen onder aan de meetladder van menselijke intelligentie. Tien jaar geleden zorgde het Supreme Court er nog voor dat staten niet meer zo makkelijk mensen met een verstandelijke beperking konden executeren. En toch heeft de staat Texas afgelopen nacht een einde gemaakt aan het leven van een man bij wie een ernstige verstandelijke beperking werd vastgesteld. Deze diagnose werd gesteld door een door de rechtbank aangewezen, gecertificeerde specialist.

Het is een schande dat de staat Texas door blijft gaan met het handelen volgens dubieuze, onwetenschappelijke richtlijnen, ook wel de Briseño factors genoemd, om vast te stellen welke mensen met een verstandelijke beperking vrijgesteld kunnen worden van executie. Deze Briseño factors zijn geen wetenschappelijke hulpmiddelen, maar zij zijn een verouderde herinnering aan een ongeïnformeerd stereotype dat door verschillende wetenschappelijke organisatie en verenigingen allang is verworpen. Dat de rechtbank noch de vertegenwoordigers van de staat deze executie hebben voorkomen is niet alleen hartverscheurend, aanstootgevend en verwerpelijk bewijs van het falen van een constitutionele verplichting, het is tevens een herinnering dat de Amerikaanse samenleving nog altijd onvoldoende en schrikbarend slecht de mensen met een verstandelijke beperking begrijpt.

Wij keuren de doodstraf af, daar wij geen rechtvaardiging zien in het vergelden met dezelfde middelen. Wij keuren de doodstraf nog eens extra af, als het hier gaat om mensen met een verstandelijke beperking, die onvoldoende in staat zijn om de daden van hun acties te doorgronden. Iemand met een IQ van 61 heeft dezelfde verstandelijke vermogens als een kind van 8. Texas heeft gisteren een man ter dood veroordeeld die tot ver in zijn volwassenheid op zijn duim zoog. Het ergste van alles is nog dat dit land pretendeert het beste en het meest ontwikkelde land op de wereld te zijn. Wij kunnen niet anders concluderen dan dat Amerika de derdewereldlanden qua mensenrechten en algemene ontwikkeling nog lang niet voorbij gestreefd is.

De kunst van het incasseren en uitdelen: een mini-masterclass Journalistiek


Eerder vandaag schreef ik een artikel over een artikel dat afgelopen zaterdag in het NRC Handelsblad stond. Kort gezegd: mijn kritiek op het artikel van Koen Greven en Huib Modderkolk bestond uit het volgende: voor mijn gevoel hadden beide heren de schuld van het echec van Oranje bij Klaas-Jan Huntelaar neergelegd, ZONDER dat zij daarvoor enige redenen aandroegen. Verdachtmaking, ja. Insinuaties, volop. Maar feiten en onderbouwingen? Nee, die ontbraken bij de opmerkingen die de heren maakten over Huntelaar.

Jammer, want je krijgt zodoende al snel een vertroebelde blik als lezer. Greven en Modderkolk vinden dat wij als lezers niet te veel vragen moeten stellen, en alles wat zij schrijven klakkeloos moeten aannemen. Maar zo lees ik niet.

Misschien dat u er baat bij heeft, dat journalisten iets schrijven en dat u dat zonder enig moment van hersenwerk dat aanneemt. Maar ik niet. Ik wil graag weten waarom. En laat waarom nu net een van die vragen zijn die journalisten worden geacht te beantwoorden wanneer zij een stuk schrijven. Dat waarom bleef achterwege in het artikel dat door bovengenoemde heren werd ingeleverd bij de eindredactie.

Hoe dan ook, mijn kritiek op het stuk bestond voornamelijk uit het gemis aan onderbouwingen en argumenten. Waren die er wel geweest, dan was het een knap staaltje onderzoeksjournalistiek geweest, en was ik enkel benieuwd geweest, uit hoofde van mijn professie, hoe zij die informatie hadden verkregen.

Nu wilde ik enkel voorbeelden lezen die staafden wat de heren met zoveel bravoure schreven. En die hadden zij niet.

In mijn artikel herhaalde ik het hierboven genoemde manco van hun artikel diverse malen. Ook maakte ik één, ietwat plagerige, opmerking over de concurrentie met De Telegraaf.

Ik legde het artikel via Twitter voor aan de heren. Raad eens wat voor reactie ik kreeg van Koen? Nou?

U dacht zeker inhoudelijk kritiek? Wellicht spelfouten die ik had gemaakt? Een tegenargument dat ik over het hoofd had gezien?

Nee.

Koen vond het schandalig dat ik had geschreven dat het NRC de concurrentie zocht met De Telegraaf, en dat vond hij ‘niveauloos’.

Daar zat ik dan. Met een artikel dat bol stond van de argumenten die aantoonden dat beider heren nu juist GEEN argumenten hadden gebruikt. Kortom, mijn kritiek uitte zich op de wankele basis van het artikel.

Maar daar ging Koen niet op in. In plaats daarvan deed hij mijn stuk af als zijnde niveauloos, want ik had het gewaagd om de NRC in één zin te noemen met De Telegraaf. Geen enkele opmerking over het feit dat hun stuk niet onderbouwd was.

Ik schreef dus terug dat ik graag van hen wilde horen wat de argumenten voor hun gekruide stelling waren, omdat we dan de discussie direct konden sluiten, in hun voordeel nota bene. Maar nee, Koen kapte direct enige discussie af.

Het doet bij mij de vraag rijzen in hoeverre journalisten tegen kritiek kunnen. Ik heb hier op mijn blog al vaker negatieve reacties gehad op mijn stukken, maar dat is normaal geworden in deze tijd van Nieuwe Media. Mensen uiten makkelijker en ongenuanceerder hun onvrede. En op mijn blog doen mensen dat nog al eens op niet mis te verstane wijze.

Maar ik bleef netjes, bij iedere zin, nee, ieder woord dat ik schreef. Ik heb niet gescholden en zeker geen valse beschuldigingen gedaan. Wellicht een ietwat ongepaste insinuatie, maar men moet wat teneinde een discussie aan te zwengelen. Want het hoofdpunt was: jullie artikel is gebouwd op los zand en stortte al in nog voordat ik het sportkatern had opengeslagen.

Wat hadden ze dan verwacht van een gemiddelde NRC-lezer? Dat deze zijn mond zou houden en alles zou slikken? Dat mag ik toch hopen van niet, zeker niet als we de slogan van de krant er bij halen: Slijpsteen voor de geest.

Conclusie? Ik heb mijn abonnement opgezegd na de vrij onbeholpen reactie van Koen. Huib nam niet eens de moeite om te reageren, ongetwijfeld omdat hij ook wel besefte dat het artikel niet van die kwaliteit is die we normaliter mogen verwachten van het NRC Handelsblad. Het enige dat ik wilde bewerkstelligen is een discussie over journalistieke normen en waarden.

Het is ten eerste niet gering wat de heren doen: de schuld van het falen van Oranje wordt bij één persoon gelegd. Daarnaast is het journalistiek niet bijster sterk wat de heren laten zien, omdat hoor en wederhoor niet lijkt te zijn toegepast. Daarnaast is het dus, zo blijkt, niet mogelijk om onderbouwende kritiek te bieden, want dat doet pijn bij hen.

Dat is raar, want ieder stuk dat ik schrijf kan ik verantwoorden. Waarom ik juist die persoon heb gebeld voor een reactie, waarom ik een citaat toevoegde of wegliet, en wat de insteek van mijn artikel is. Daarom moedig ik het altijd aan dat mijn lezers kritiek zijn en blijven, om zo ook de kwaliteit van mijn werk te waarborgen. Lezers dienen, zeker bij het medium krant waar mensen al snel gepikeerd raken als een leesteken verkeerd staat, als klankbord voor de journalist. Juist oplettende lezers zijn er om journalisten op hun plaats te zetten of te prijzen.

Journalisten zijn de waakhonden van de democratie. Prima. Maar dat betekent niet dat journalisten ook gevrijwaard zijn van kritiek. Want zij die kritiek leveren op wat fout gaat in de samenleving, moeten ook kritiek kunnen verduren. Ook zij kunnen fouten maken.

Afgaande op de botte reactie van Koen en zijn onwil om verder te discussiëren, kan ik vaststellen dat men op de sportredactie van het NRC Handelsblad nog eens goed in spiegel moet kijken. Het insinueren en beschuldigen van een publiek persoon is één ding, het niet accepteren van kritiek op die insinuaties en beschuldigingen is een ander ding.

Het NRC Handelsblad ligt op ramkoers, en het falen van de krant is te wijten aan de sportredactie.

En dat meen ik niet, maar dat is precies hoe er over Huntelaar werd geschreven. Geen onderbouwing, geen argumenten, geen voorbeelden die het gelijk van die bewering aantonen.

Niveauloos dus.

KONY 2012: ontmaskering


Het verhaal begon eigenlijk al te goed om waar te kunnen zijn. Leider van het Verzetsleger van de Heer, Joseph Kony wordt ontmaskerd in een internetfilm van ongeveer een half uur. Daarin maken we kennis met deze machtswellusteling, en de malafide praktijken van zijn handlangers. De makers van de film, Invisible Children, bereikten direct een groot publiek, en enkele dagen later is het filmpje miljoenen keren bekeken.

Fantastisch toch, zou je zeggen? Dat is het zeker. En zonder twijfel is het een nobele gedachte die achter deze ontmaskering van Kony zit. Maar dat neemt niet weg dat er talloze vragen onbeantwoord blijven.

Laten we even teruggaan in de geschiedenis. Het Verzetsleger van de Heer (VLH) werd opgericht in 1987. Kony, de stichter, riep zichzelf uit tot profeet, en heeft als doel om een staat te stichten die geleid wordt volgens de Tien Geboden.

Eind 2003 werden de daden van het VLH aanhangig gemaakt bij het Internationale Strafhof. Ongeveer twee maanden later, begin 2004 worden zo’n 200 vluchtelingen vermoord in een vluchtelingenkamp in Barlonyo. Door het VLH. Eind 2004 spreken het VLH en de Oegandese regering een zevenweekse staakt-het-vuren af. Die loopt af zonder dat er ook maar iets wordt bereikt tussen de twee partijen.

Doorspoelen naar medio 2006. In juli van dat jaar beginnen in Soedan vredesbesprekingen tussen Oeganda en het VLH. Er wordt een wapenstilstand afgesproken tussen het Oegandese leger en het VLH. Daarbij krijgt het VLH de kans om zich terug te trekken zonder dat zij aangevallen zullen worden door het leger. Ook wordt er een ultimatum gesteld op 12 september waarna de vredesonderhandelingen zullen beginnen.

Maar plots was er in 2009 weer een oplaaiing van geweld, in Congo ditmaal. Het VLH vermoordt 321 mensen en er worden tientallen kinderen en volwassenen ontvoerd. De vredesonderhandelingen die hadden geleid tot een vredesakkoord, zijn daarmee met terugwerkende kracht alsnog teniet gedaan.

Tot op heden heeft Kony meer dan 20.000 kinderen ontvoerd en vermoord. Alleen tussen 2002 en 2003 werden meer dan 9000 kinderen ontvoerd. Geen enkel land op de wereld, ook niet Oeganda en Congo en omliggende landen voelen zich geroepen om in te grijpen.

Maar hoe kan het dan dat een ‘viral video’ opeens wel zoveel aandacht genereert? Wellicht omdat bij het grote publiek Kony vrijwel onbekend was. Het doel van de video was dan ook om zoveel mogelijk mensen bewust te maken van zijn gruweldaden en zijn persoon in het algemeen, zodat er iemand misschien wel in zou grijpen.

In de video wordt verteld dat in 2010 de Verenigde Staten het eerste land is dat 100 soldaten stuurt om het Oegandese leger te trainen. Een opmerkelijke zet. Er was toen nog geen video, er waren enkel wat petities die waren ondertekend door een paar duizend mensen. Normaliter is dat nooit voldoende om de VS ertoe te bewegen om het leger er op uit te sturen.

Spoel de tijd enkele maanden terug. Want zonder dat het bekend werd in de mondiale pers, wordt er in 2010 olie gevonden in Oeganda. Op dat moment staat de teller van kinderslachtoffers van het VLH al bijna op 20.000. Kony’s clubje is dan al ruim 23 jaar bezig om kinderen in Congo en Oeganda te ronselen om kindsoldaat of kindprostituee te worden. Maar niemand die zich geroepen voelde om in te grijpen.

Maar waarom wordt er wel opeens ingegrepen op het moment dat Oeganda olie in de bodem blijkt te hebben? Hier is een duidelijke parallel te trekken met wat er in Irak gebeurde tien jaar terug. Volgens gelekte emails had de VS een reden nodig om Irak in te trekken. Die had men niet. Nou ja, die had men wel, maar het grote publiek stemt uiteraard niet in met een oorlog in een ver land alleen vanwege de olie.

Maar op mysterieuze wijze lukte het de Amerikanen niet alleen om Al-Qaida te linken aan Irak, maar zelfs aan Saddam Hussein. Die man moest het veld ruimen. Waarom? Vanwege de aanslagen van Osama bin Laden. Leest u deze zinnen nog eens over en leg me dan uit waarom we daar met z’n allen zijn ingetuind.

Maar de VS had haar reden om Irak binnen te trekken, en dat deed het dan ook met veel machtsvertoon. In de eerste zes maanden dat de VS in Irak zat sloten diverse Amerikaanse bedrijven oliecontracten met een gezamenlijke waarde die bijna gelijk is aan de schuld van Amerika (ongeveer 16 biljoen dollar). Niemand die iets hoorde over die contracten, niemand die weet hoeveel olie er al uit de grond is gehaald en hoeveel geld de VS daarmee heeft verdient.

Zo bezien is het goed om nog eens naar de film KONY 2012 te kijken, en je vervolgens af te vragen waarom de maker die film heeft gemaakt. Wil hij de kinderen in Congo helpen? Dat kan, en afgaand op het materiaal in de film en de resultaten die de stichting Invisible Children heeft geboekt de laatste jaren kunnen we daar ook wel vanuit gaan.

Maar hoe is het dan mogelijk dat de oprichters van Invisible Children ieder zon 90.000 dollar per jaar verdienen? Wie betaalt dat? Zijn dat de mensen die hun geld doneren, geld dat eigenlijk bedoeld is om kinderen te helpen? Of zit er een ander bedrijf/organisatie/regering achter die baat heeft bij een publieke opinie die een interventie in Congo en Oeganda billijkt?

Hoe het ook zij, de massa mensen die de film KONY 2012 hebben gezien zijn van mening dat er moet worden ingegrepen. En terecht, want er kan nauwelijks getwijfeld worden aan de misdaden die Kony gepleegd heeft.

Maar het is moeilijk te geloven dat één man vanwege één kind een actie op touw zet die ervoor moet zorgen dat een crimineel wordt opgepakt. Mijns inziens zit hier veel meer achter dan we zien. De omstandigheden, de gebeurtenissen en de ontwikkelingen tonen dat er zaken zijn die niet direct met elkaar gelinkt kunnen worden, maar die wel doen vermoeden dat er meer gaande is dan we vermoeden.

Ik ben pas gerustgesteld als Invisble Children volledige inzage geeft in wie hebben gedoneerd, in hun financiën en als ze bewijzen kunnen dat het gedoneerde geld ook echt een doel heeft bereikt in Congo en Oeganda.

Want het doel van het filmpje is om de overheid te bewegen actie te ondernemen. Een regering die zich pas laat bewegen als genoeg mensen kenbaar maken dat ze het niet eens zijn met de daden van Kony.

Stel je nu eens voor: je bent een spin doctor van de regering. Er wordt namens de president van de Verenigde Staten van Amerika gevraagd of jij een plan kunt bedenken waarbij het publiek het idee krijgt dat zij de reden zijn dat jij, als overheid, een land binnenvalt (een land waar onlangs een mooie olievoorraad onder de grond is ontdekt). De simpele weg, van de leugen, bleek de onjuiste weg na het debacle in Irak. Regeringen gaan natuurlijk met hun tijd mee, en beseffen donders goed dat de huidige maatschappij uiterst vatbaar is voor social media.

Langzaam ontvouwen zich de contouren van een meesterlijk plan. Laat het publiek denken dat zij strijden voor een goede zaak. Zo’n goede zaak – misbruik en het doden van kinderen – dat niemand er kritiek op zal hebben. Zeker niet onze goedgelovige medemens. Ik las gisteren een artikel in de Volkskrant waarin werd gesteld dat het een faux-pas was als je kritiek gaf op de documentaire over Kony. Waarom? Omdat het een nobel doel is.

Een nobel doel is het zeker. Maar is het nog steeds zo nobel als blijkt dat de banden met de Amerikaanse overheid inniger zijn dan wij hadden kunnen vermoeden? En is het nog steeds nobel als blijkt dat de Verenigde Staten belang hebben bij een nieuwe oliebron? In een land dat te arm, te ziek en te corrupt is om zichzelf te verdedigen?

Het is nu nog zaak om aan te tonen dat er wel degelijk contact is tussen de Amerikaanse overheid en Invisble Children. Ik vermoed dat dat niet lang meer zal duren voordat daar meer over bekend wordt.

OPINIE: De Pers stopt…nou en?


Alle inwoners van Medialand konden gisteren nauwelijks woorden vinden om in 140 tekens hun sympathie te tonen met de werknemers van dagblad De Pers, en om aan te geven hoe erg ze het stoppen van de krant vinden. Hypocriet gedrag dat neigt naar inteelt, aldus Dennis Boots.

Wat is er zo bijzonder aan gratis kranten? Ze doden de tijd dat je in bus, trein, tram of metro zit, toegegeven. Ze staan bol van reclames en het kan net zo zijn dat er een film, een parfum of verzekering bij zit die u op dat moment nodig heeft. En grotendeels zijn de artikelen weinig diepgaand en worden omlijst door kleine berichtjes waar u geen drol aan heeft, maar die ‘o zo leuk zijn om te lezen’.

Hoe kunnen we dan verklaren dat de ene na de andere journalist gisteren tekens en karakters te kort kwam om via Twitter hun medeleven te betuigen? Het antwoord is eenvoudiger dan gedacht: bij De Pers werken ‘collega’s’, mensen die in hetzelfde vakgebied werkzaam zijn. Dacht u dat deze zelfde journalisten, betrokken als ze zijn bij de samenleving, eenzelfde soort tweets de wereld in slingerden toen duidelijk werd dat NedCar failliet zou gaan? Nee.

De luid twitterende journalisten gisteren namen het simpelweg op voor hun collega’s. Nobel en terecht natuurlijk. Die journalisten hebben, dat moet ik toegeven, geprobeerd om iets van de gratis krant te maken. Maar dat is niet gelukt.

Maar wat schetst mijn verbazing? Plotseling wordt de overleden krant geprezen als zijnde een journalistiek hoogtepunt en een bastion van objectiviteit en onafhankelijkheid. Een veredelde reclamefolder kan dat nooit zijn. En dat was De Pers dan ook niet. Ik kan me van de afgelopen maanden slechts één verhaal herinneren dat werkelijk verrassend was: een overzicht van de teloorgang van voetbalclub AS Monaco. Maar dat artikel was bijzonder achterhaald, en had eigenlijk maanden daarvoor al gepubliceerd moeten worden.

En daarnaast? Niets. Geen artikelen die werden aangehaald in de Tweede Kamer, geen nieuwsfeiten die niet waren opgepikt door de landelijke kranten, geen geruchtmakende onthullingen die stof deden opwaaien bij de koffieautomaat.

Het stoort me dan ook dat menig journalist gisteren deed alsof we een van de belangrijkste kwaliteitskranten van Nederland verloren hadden. Dat hebben we niet. NRC Handelsblad viel gisterenavond gewoon nog op mijn deurmat, en de Volkskrant zag ik vanochtend wederom in de krantenstand bij het tankstation liggen. Het misplaatste medelijden van  mijn collega’s stoorde me dan ook mateloos gisteren.

Het is zonde dat De Pers verdwijnt, zonder meer. Ik kan me ook nog in de kritiek vinden dat De Pers meer te bieden had dan Metro en Spits. Dat kan ik op meerdere manieren aantonen, maar laat ik zeggen dat De Pers de verhouding reclame-journalistiek aardig in het oog hield; Metro en Spits zijn die allang uit het oog verloren. Nu wil het niet altijd zeggen dat meer reclame leidt tot minder objectieve en hoogwaardige berichtgeving, maar in die twee kranten is dat zonder meer het geval.

Maar laten we nu niet gaan doen alsof de Washington Post van de Lage Landen is verdwenen. Het was een Miami Herald at best, en niet meer dan dat. Het was een gratis krant die aardig wist te balanceren op de grens van commercie en journalistiek, en dat zijn dan ook de enige lofprijzingen die het krantje verdient.

Dus, samengevat: collega-journalisten, doet u niet alsof hiermee het literaire en journalistieke wonder uit ons land is verdwenen. Lezers, doet u niet alsof u ‘het nu moet doen met die twee andere gratis kranten’. Voor de eerste groep: betuig uw medeleven aan collega’s, maar doe geen boude beweringen. Voor de tweede groep: het is typisch Nederlands om te klagen over iets dat gratis is. Als je echt goede verhalen wil lezen: er liggen nog vele andere kranten in de kiosk. U moet daar wel voor betalen, maar die gekke regel geldt ook hier: u krijgt doorgaans waarvoor u betaalt.

Ik stoor me dan ook aan het feit dat mijn collega’s de feiten en hun gevoelens in deze niet uit elkaar kunnen houden. Natuurlijk, het is erg dat al die mensen hun baan verliezen. Natuurlijk, ik hoop dat ze allemaal snel weer aan het werk kunnen. Maar nee, we zijn absoluut geen kwaliteitskrant kwijt geraakt.

Ik zeg: we zijn de beste gratis krant kwijt geraakt. Het is een nietszeggende zin, omdat het woord ‘beste’ de woorden ‘gratis krant’ absoluut niet versterkt. En daarmee hoop ik dat al mijn collega’s inzien dat het heel makkelijk kan gebeuren dat een hype ontstaat in de media. Als u met zijn allen  een stervend paard volgt. Dit stervend paard heeft hard gewerkt, heeft zijn taken gedaan, en sjokt nu naar zijn einde toe, in een hoekje van de stal. Laat het rustig en in kalmte sterven.

Zie hieronder een overzicht van collega’s die het nodig vonden om te reageren op dit nietszeggende nieuwsfeit:

hanslaroes hans laroes Zielig droevig zonde: aangekondigd einde van De Pers. Daar gebeurde nog s wat 5 uur geleden

Twitter avatar woukevscherrenb wouke van scherrenbu Wegener heeft zich gruwelijk verslikt in De Pers, heb heel wat bittere verhalen van Wegenercollega’s gehoord over deze ” loden last ” 4 uur geleden

Twitter avatar Meikebe Meike Bergwerff Wat dood- en doodzonde zeg. De Pers is al jaren de beste gratis krant. Ik liep er een leuke stage. Hoop dat iedereen werk vindt. #DePers 4 uur geleden

Twitter avatar LiseWitteman Lise Witteman Zonde, echt. Goede journalistiek bij de Pers. @De_Pers 4 uur geleden

Twitter avatar RikReporter Rik Konijnenbelt Heel jammer dat dagblad de Pers stopt. Een van de beste kranten van t land. 4 uur geleden

Twitter avatar JulesSeegers Jules Seegers Jammer, De Pers stopt ermee op 1 april. Na verdwijnen van DAG nu alleen nog Spits en Metro? Zou fijn zijn als het een grapje is. 4 uur geleden

Twitter avatar mennopot Menno Pot Dagblad De Pers stopt. Bij uitstek de gratis krant waarin goede, ‘eigen’ stukken verschenen. Wat sneu ook voor de mensen die ‘m maakten. 4 uur geleden

Twitter avatar JosHeymans Jos Heymans De Pers stopt; de parlementaire pers treurt. Hoop dat iedereen daar, vooral de parlementaire collega’s, een goede nieuwe stek vindt. 4 uur geleden

Twitter avatar rikvdwestelaken Rik vd Westelaken Dat is heel jammer, het einde van De Pers. Een gratis krant die zich echt wist te onderscheiden. Laatste nummer einde van de maand. 4 uur geleden

Twitter avatar brewbart bart brouwers De Pers, 5 jaar lang prachtjournalistriek. Maar ook de volle 5 jaar kunstmatig in leven gehouden. Is prachtjournalistiek onbetaalbaar? 4 uur geleden

Kircz moet gestenigd worden (2)


Kircz vraagt om publiekelijk aan de schandpaal te worden genageld. Wie ben ik om daar niet op in te gaan?

Ik schreef ruim een week geleden dat de heer Kircz van de AOb gestenigd moest worden, vanwege zijn uitlatingen over de minister van Onderwijs. Gezien de vele reacties die ik kreeg, begrepen de mensen mij verkeerd.

Ja, ik vind dat de heer Kircz gestenigd moet worden. Ja, ik heb een bepaalde stijl toegepast op dat bewuste artikel. Ja, ik blijf bij mijn standpunten. Ja, ik heb in het stuk duidelijk aan gegeven dat als de heer Kircz zich had gehouden aan de regels van het politieke spel, en aan de normen en waarden die gelden met de omgang van een minister, ik mij had uitgesproken voor de leraren. Helaas kon ik dat niet meer doen vanwege de heer Kircz.

Vandaag trof mij in de Volkskrant een column die mij gesterkt deed voelen in mijn standpunten. Daarom, voor alle mensen die vinden dat zij ofwel Kircz moeten verdedigen ofwel minister Bijsterveldt aanvallen, voor u:

‘Liever een verpleegster dan een wiskundige als minister’

(Auteur: Meindert Fennema, Volkskrant opinie)
Om een goede minister te zijn, heb je geen academische titel nodig. Politieke moed is volgens hoogleraar Meindert Fennema veel belangrijker.
Politiek is topsport schrijft René Cuperus, medewerker van de Wiardi Beckmanstichting, ‘maar je hoeft geen klokkenluider te zijn om vast te stellen dat de gemiddelde politieke partij in de regionale onderliga speelt waar het gaat om selectieprocessen en kwaliteitsbeoordeling.’ Het bewijs daarvoor ziet hij in de selectie van een bewindspersoon op Onderwijs ‘op basis van niet meer dan een verpleegkunde A-diploma’. Cuperus zou liever een onderwijsminister zien ‘van het kaliber Louise Fresco of Alexander Rinnooy Kan’. De laatsten zijn allebei hoogleraar.

Een hoogleraar op onderwijs, het ligt voor de hand. En dan een bankier op Financiën, een bouwkundige op Volkshuisvesting, een vakbondsman op Sociale Zaken, een econoom op Economische Zaken, een jurist op Justitie, een diplomaat op Buitenlandse Zaken en een commissaris van politie op Binnenlandse Zaken. Cuperus is een meritocraat en daarom vertrouwt hij het de politieke partijen niet meer toe kandidaten te leveren voor ministersposten.

Het landsbestuur in handen van de besten, het is een oud ideaal dat aan het begin van de 19de eeuw ook door de utopisch socialist Saint-Simon werd verdedigd. Saint-Simon wilde selectie op grond van verdienste, niet op grond van geboorte. Hij wilde het actieve kiesrecht voor velen koppelen aan een passief kiesrecht voor de besten. De kieslijsten zouden moeten bestaan uit de vijftig beste wetenschappers, de vijftig beste bankiers, de vijftig beste industriëlen, artsen, ingenieurs, de vijftig beste schrijver en dichters.

Naïef
Cuperus is ook meritocraat, maar een Saint-Simonist is hij niet. Hij denkt dat het instellen van voorverkiezingen, naar Amerikaans model, een oplossing is voor de selectie van politici. Cuperus is naïef. Hij meent dat burgers als vanzelf hoogleraren zullen selecteren voor het ministerie van Onderwijs, bankiers voor Financiën, enzovoort.

Dat doen die burgers niet, maar dat is in de Amerikaanse democratieopvatting, waarin voorverkiezingen een centrale rol spelen bij de selectie van kandidaten, ook geen probleem. Een tijdgenoot van Saint-Simon, de Amerikaanse president Andrew Jackson die ook de oprichter was van de Democratische Partij en het algemeen kiesrecht voor blanke mannen invoerde, had een opvatting die recht tegenover die van Cuperus staat. ‘De taken van overheidsdienaren’, meende hij, ‘zijn zo eenvoudig en helder – althans kunnen dat gemaakt worden – dat intelligente mensen zich zonder meer kunnen kwalificeren om ze te vervullen.’

Daarmee legitimeerde Jackson de selectie van bestuurders door verkiezingen, die in Nederland nog steeds niet bestaat. De Nederlandse selectie van ministers, burgemeesters en rechters is één van de minst democratische in de wereld van de parlementaire stelsels. Mede daardoor werd er vaak een econoom geselecteerd als minister van Economische Zaken (De Pous, Zijlstra, Lubbers) maar ook op Financiën (Duisenberg, Zalm), juristen op Justitie (Donner, Hirsch-Ballin), een onderwijskundige op onderwijs (Van Kemenade, Ritzen) enzovoort.

Hoogvliegers
Het grappige is dat Cuperus een argument gebruikt uit de Saint-Simonistische traditie om het invoeren van een selectieprocedure naar Amerikaans model te bepleiten. Maar de meeste politici in de VS zijn niet de professionele hoogvliegers die Cuperus zich wenst. Reagan was een acteur, Bush was een olieman, Carter was boer. Alleen Obama zou je een intellectueel kunnen noemen.

Ik zou trouwens wel eens willen weten wat het oordeel is van Cuperus over het functioneren van een banketbakker als staatssecretaris van Volkshuisvesting (Jan Schaefer) en een notulist als minister-president (Willem Drees). Omgekeerd ben ik sceptisch over de bestuurlijke kwaliteiten van de briljante wiskundige Rinnooy Kan. Een aardige man, daar niet van, maar noch als rector van de Erasmus Universiteit noch als bestuurder van ING was hij erg daadkrachtig. Hij was meer diplomaat dan man van de daad, zo bleek uit een biografische documentaire die HollandDoc 6 februari uitzond.

Wantoestanden
Niets wees er op dat deze ‘ambassadeur van het poldermodel’ als rector iets gedaan heeft aan de wantoestanden die er toen heersten aan zijn eigen economische faculteit waar het bijklussen het wetenschappelijk onderzoek geheel verdrongen had. Als ING-bestuurder heeft hij niets gedaan tegen de riskante rommelhypotheken en de woekerpolissen die onder zijn verantwoordelijkheid werden afgesloten. Wel bleek uit die documentaire dat Rinnooy Kan bij zijn afscheid twee miljoen euro meekreeg. ‘Geheel volgens afspraak’, zoals hij zelf zei.

Ik deel de mening van Cuperus dat het politiek bestuur topsport is, maar ik denk niet dat daar een academische titel voor nodig is. Dat heeft te maken met het feit dat besturen – en zeker politiek besturen, geen zuiver technische competentie is, maar vooral moreel handelen vereist waar politieke moed voor nodig is. Machiavelli noemde dat virtú en beschouwde dat als een typisch mannelijke eigenschap. Dat laatste wordt tegenwoordig bestreden. Veel mensen denken dat het hbo wel aan een grote schoonmaak toe is. Zonder te willen discrimineren zou ik denken dat een hoofdverpleegster dat misschien wel beter aanpakt dan een briljant wiskundige.