Wij zijn mensen, wij zijn één


Geachte machthebbers op deze wereld,

Middels deze brief wil ik mijn ongenoegen uiten over de manier waarop u deze wereld bestuurt. U heeft ons, de burgers, het gevoel gegeven dat we mee mochten doen in een regeringsvorm die we democratie noemen. Democratie is voor een uitstekend middel, omdat burgers denken dat zij iets te zeggen, terwijl u zelf alle macht houdt. Lijkt me voor u een uitstekend uitgangspunt.

Maar om heel eerlijk met u te zijn: ik ben er klaar mee. U heeft als overheid, als regeringsleiders en als volksvertegenwoordiger van burgers van over de hele wereld gefaald. U heeft de kans gehad om iets te doen voor de zwakken in de maatschappij. U heeft de kans gekregen om mensen gelijk te behandelen, en hen niet te laten verdrinken in een poel van onrechtvaardigheid en bureaucratie. U heeft de kans gekregen om nu eens niet volgens de regels te spelen, maar om gewoon in te grijpen in Syrië en Bahrein omdat daar dagelijks mensen dood gaan.
U heeft die kansen niet benut.

U had natuurlijk het belang van de burgers voorop moeten stellen. Dat heeft u niet gedaan. U had moeten zorgen voor de zwakken in deze samenleving. Dat heeft u niet gedaan. U had prioriteiten moeten stellen, met inachtneming van de mensen die u die macht hebben gegeven. Dat heeft u niet gedaan.

U heeft in plaats daarvan uw eigen zakken, en die van de banken en de rijken, nog verder gevuld. U heeft mensen uit huis gezet zonder ook maar een gevoel van schaamte. U heeft banken uitgekocht op het moment dat die gewoon hadden moeten vallen vanwege hun misdaden.

Als burgers nu bij de overheid aankloppen voor geld of een lening, krijgen zij nul op hun rekest. Sterker nog, omdat de economie mede door u toedoen een grote puinzooi is geworden, moeten wij, de burgers, daarvoor opdraaien.

Ik ben bang dat u een dusdanig vertekend wereldbeeld heeft, dat u alle controle en alle nuchterheid kwijt bent geraakt.

Het wordt tijd dat u uw manieren en handelswijzen gaat veranderen. Maar ik heb zo’n vermoeden dat u dat niet uit uzelf gaat doen. Daarom stel ik voor dat alle burgers in de wereld u een handje helpen.

Wij zullen blijven protesteren, wij zullen blijven hacken, wij zullen blijven praten en schreeuwen totdat u luistert. Totdat u inziet dat u deze zooi heeft veroorzaakt, en dat u degene bent die dit heeft veroorzaakt.

Noem mij één burger die, met zijn eigen geld op een willekeurige bank, die verantwoordelijk is voor het vallen van de banken wereldwijd. U heeft 345 jaar om met een naam te komen, en geen dag langer.

U, en alleen u bent verantwoordelijk. Het maakt me niet uit of een liberale democraat bent, of dat een conservatieve populist bent. Al deze termen doen er niet langer toe, omdat ze geen inhoud hebben. U heeft geen inhoud.

Ik zie om mij heen vrienden die worden aangemeld bij het BKR (Bureau Krediet Registratie) omdat hun bank het niet toestaat dat zij enkele euro’s rood staan. Ik heb vrienden die geen autoverzekering of levensverzekering kunnen betalen, maar die u belast met boetes van 400 of 500 euro omdat ze die verzekeringen niet kunnen betalen. Waar bent u nu dan? Waarom heeft u geen noodfonds voor hen? Die banken hebben u niet aan de macht geholpen, dat hebben wij gedaan. WIJ.

Daarom zal ik blijven schrijven, blijven schreeuwen en blijven proberen om mensen wakker te schudden. De tijd van democratie is over. Het wordt tijd dat de macht echt bij de mensen terugkomt. Het enige waar ik u dankbaar voor ben, is dat u er zo’n grote zooi van heeft gemaakt, dat u werkelijk alle burgers straks tegen u in het harnas hebt gejaagd. Dan hoef ik ook niet meer zo hard te schreeuwen om aandacht te krijgen voor dit doel.

Ik geloof er heilig in dat bij alle mensen om mij heen de ogen langzaam open gaan. Bij de een gaat dat sneller bij de ander, maar u heeft dan ook ruim zestig jaar de tijd gehad om ons in slaap te sussen. Eerst met de televisie en later met het internet was dat bijna gelukt.

Bijna.

Want de tijd is gekomen dat er zaken gaan veranderen. Niet allen in Nederland, niet alleen in Europa, maar over de hele wereld. De Arabische lente was de opening van het toneelstuk, de hoofdakte moet nog komen.

U dwingt mij tot steeds radicalere maatregelen. U dwingt mij tot het in de hand nemen van steeds zwaardere wapens. Want als blijkt dat de pen niet voldoende is om mensen wakker te schudden, dan moeten er wel andere manieren zijn om mensen te doen ontwaken.

Ik weet dat u er alle baat bij heeft dat iedereen blijft slapen. Maar daar heb ik geen baat bij. Ik heb er alleen baat bij als ik straks tegen mijn kinderen kan zeggen dat ik ECHT een poging heb ondernomen om deze wereld een betere plek te maken.

En voor dat doel ga ik tot het uiterste. Ik ben heel benieuwd hoe ver u bereid bent om te gaan.

Informatie moet net als mensen vrij zijn. Zolang dat voor beiden niet geldt, zal ik mijn strijd voort zetten.

Ik ben geen extremist. Ik ben een idealist. Ik geloof in een ideale wereld waarin mensen met al hun onvolkomenheden en met al hun pracht, praal en problemen samen kunnen leven. Ik geloof in gelijkheid tussen mensen, en ik geloof niet in huidskleur, afkomst, religie, seksuele geaardheid en al die andere hokjes die we hebben om mensen van elkaar te scheiden. Wij zijn één. Ieder mens is een mens.

En u? Een bent een collectief van mensen. U kunt dus nog de goede beslissing maken. U kunt nu echt als een volksvertegenwoordiger gaan regeren, en niet als marionet van de rijken en de machtigen.

Maar ergens weet ik ook wel dat u die goede beslissing niet gaat maken. U denkt dat mensen te dom zijn om voor henzelf te zorgen. Sommige mensen zullen dat misschien zijn, maar die neem ik graag onder mijn hoede. Als betekent dat we vrij kunnen leven, als één mensheid zonder grenzen en muren om ons heen, dan zal ik mij opwerpen om voor de zwakken en de minderheden te zorgen.

Tot die tijd zal ik alles in het werk stellen om mensen te informeren, in te lichten, bij te praten en de waarheid te tonen. Wij zijn niet gek. Wij zijn één.

Wij maken geen onderscheid tussen man of vrouw, tussen blank of zwart, tussen Marokkaan of Nederlander, tussen homoseksueel of heteroseksueel, tussen christen of moslim. Wij zijn allemaal eender, wij zijn allemaal mens.

Daarom roep ik eenieder op om op 1 mei niet te gaan werken, niet naar school te gaan en niet gaan winkelen of naar de bank te gaan. Doorbreek het vertrouwde, ‘veilige’ partoon van uw dag, en help mee om de leiders van deze wereld wakker te schudden. Wij hebben de macht, niet zij!

tumblr_m15mxsDgJx1qjkzz8o1_400

Advertenties

Open brief: Syrië, de revolutie en ik


Mouhanad Abdulhamid is een liberale activist uit Damascus, Syrië. Hij woont op dit moment in Washington D.C.. Hij is een bachelor Psychologie, Internationale Relaties en Media student. Hij is tevens de zoon van vrijheidsstrijders Khawla Yusuf en Ammar Abdulhamid, en kleinzoon van de legendarische Arabische actrice Muna Wassef. Op Twitter kunt u hem volgen via @MouhanadSYR

Het verlaten van je land zonder te weten of je er ooit nog terugkomt is meer dan moeilijk. Vertrekken uit je land terwijl je de last van veroordelingen van iedereen die dicht bij je stond moet dragen, is nog erger. Als goede vrienden veranderen in vijanden, terwijl je leeft onder een constante dreiging van de dood wetende dat niemand er zich druk om maakt, is verschrikkelijk.

In 2005 verwachtte ieder moment mijn ouders te verliezen. Onbewust probeerde ik mezelf voor te bereiden op het ergste, iedere dag weer. En het ergste scenario denkbaar werd bijna werkelijkheid. Assef Shawkat, de schoonbroer van Bashar al-Assad, toenmalig hoofd van de Militaire Inlichtingendienst en nu de vice-minister van Defensie in Syrië, bedreigde mijn vader met de dood na lange ondervragingen. Als mijn vader zijn protesten en activistenbestaan niet zou opgeven, dan zou hij opgejaagd en gedood worden. Dit zou het einde van mijn familie en waarschijnlijk het einde van mijzelf betekenen. In korte tijd pakte mijn moeder zoveel ze kon in en als door een wonder lukte het ons om Syrië te ontsnappen.

24 uur later landden we in Washington D.C., op een nieuw continent. We waren vreemdelingen, maar we waren veilig. Sinds die dag, 7 september 2005, heb ik geprobeerd om deel uit te maken van de Verenigde Staten van Amerika (VS). Iedere dag weer voerde ik een strijd om een plekje te vinden. Op de middelbare school lukte het me om vrienden te maken, maar diep van binnen bleef ik een vreemdeling. Toen ik doorstudeerde, veranderde een aantal zaken. Mensen van over de hele wereld gingen naar dezelfde universiteit waar ik naar toe ging en ik voelde me steeds meer op mijn gemak. Ik was niet langer de vreemdeling. Helaas ben ik echter wel een soort vreemdeling geworden voor mijn mensen, de Syriërs. Ik hoorde vaak Syriërs praten in de gangen en lachen om grappen die alleen Syriërs begrijpen. Ik liep dan op ze af en begroette ze. In vrijwel alle gevallen werden we direct vrienden. Totdat ze mijn verhaal hoorden. Als ik mijn levensverhaal aan hen vertelde, hield de vriendschap niet lang daarna op te bestaan. Ze ontweken me, waarschijnlijk uit angst. En hoewel ik ze wel degelijk begreep, deed het me verschrikkelijk veel pijn.

Alles wat we wilde voor Syrië, is dat het land vrij zou zijn: vrij van corruptie, criminaliteit, angst en dictatuur. Mijn ouders wilden alleen voor hun landgenoten dat zij een beter leven zouden krijgen, meer kansen in het leven, een goede educatie en een veelbelovende toekomst. We droomden van een Syrië waarvan we het verdienden om in te wonen: een Syrië met schone straten en gelukkige gezichten. We wilden een Syrië waar mensen gelijke rechten en kansen zouden hebben, en vrijheid van meningsuiting. Ja, vanwege die houding, werden we buitenstaanders. Dat zijn de regels van een dictatuur.

Gedurende de jaren werd het integreren in de VS steeds makkelijker. Het lukte me om de strijd in mijzelf te onderdrukken tot op het punt dat ik er niet meer aan hoefde te denken. En toen ik het eindelijk zover had dat het rustig was geworden in mijn hoofd, zorgde het beleg van maart voor een tornado in mijn gedachten. Ik wilde het niet geloven. Ik wilde mezelf afschermen van de pijn van de teleurstelling. Maar in maart kwam mijn dagelijks gevecht om bij de VS te horen tot een einde. Hoewel mijn lichaam hier in de VS is, zijn mijn gedachten, mijn hart en mijn zintuigen teruggekeerd naar Syrië, naar de bolwerken van de rebellen. Daar is het waar ik werkelijk thuis hoor, waar de revolutie levend en gaande is. De revolutie gaf me mijn land, mijn volk en mijn thuis terug.

Open brief aan Martijn


Gisteren schreef en publiceerde ik op dit weblog een artikel over pedofielenvereniging Martijn. Ik wilde me hard maken voor het vrije woord, en voor mensen die met een andere mening tegen de stroom in moeten roeien.

Ik kreeg daarop een reactie van de penningmeester van Martijn, Marthijn Uittenbogaard. Ik had niet op een reactie van hem gerekend, maar ik had me wel voorgesteld dat als hij zou reageren, het dan een bijval zou zijn voor mijn betoog voor het vrije woord en de vrije mening.

Maar niets van dat. Marthijn reageerde zeer kort, door te stellen dat iemand van de Universiteit van Amsterdam (dhr. Van Ree) het niet met mijn redenatie eens was, en dat hij de mening van Van Ree deelde. Prima, men is vrij te reageren zols men wil.

Zijn reactie was kort en bondig, en eigenlijk ging hij via iemand anders op de discussie in. Ik heb hem direct geantwoord met de mededeling dat ik het artikel zou lezen, en er vervolgens op zou reageren. Na het lezen van het artikel heb ik in heldere en nette bewoordingen geschreven wat ik van het artikel van Van Ree vond, waar ik het wel en niet mee eens was, en waarom ik desgevraagd niet van mijn standpunt was afgeweken.

Nu had ik verwacht dat Marthijn weer zou reageren. Het lijkt me dat hem, en de mensen van zijn vereniging, er alles aan gelegen is om waar ze maar kunnen de discussie aan te gaan. Dat was mijn insteek, en ik had verwacht dat dat ook het zijne zou zijn.

Maar niets is minder waar. Marthijn verschool zich, voor mijn gevoel, achter een door iemand anders geschreven artikel. Hij deed een zwaktebod door er verder niets over te zeggen, behalve dan: “Ik ben het niet met uw standpunt eens. Mijn mening hierover is verwoord door een ander.”

99 van de 100 mensen zouden Marthijn de huid hebben volgescholden. Het zijn dezelfde mensen die, als ze eenmaal weten dat er een pedofiel bij hen in de wijk woont, zijn huis zouden bekogelen met eieren en tomaten. Ik heb bewust geprobeerd om een discussie op te wekken. Enerzijds bij het gros van de mensen dat kinderporno veracht, door te stellen dat de vereniging Martijn wel degelijk enig maatschappelijk nut heeft. Anderzijds door me te distantieren van kinderporno en pedofilie.

Ik betreur het dan ook ten zeerste dat Marthijn niet meer heeft gereageerd. Ik vraag me af of hij dat uberhaupt nog wel zal doen. Als hij besluit om nog te reageren, en hier de discussie aan te gaan, dan juich ik dat van harte toe.

Dus bij deze Marthijn. Kom naar mijn weblog, reageer op mijn reactie of op deze open brief. Maar laat je stem niet die van een ander zijn, en spreek uit wat er op je tong ligt en in je hart zit. U krijgt bij deze een platform waarop beschaafd gediscussieerd kan worden, en waarbij uw standpunten en opinies te allen tijde serieus genomen zullen worden.

Ik wacht op uw reactie.