NIEUWSANALYSE: Voor Syrië is er geen gemakkelijke uitweg meer


Syrië zit gevangen in gewelddadige patstelling. Met een overweldigende vuurkracht en een bereidheid tot doden heeft president Bashar al-Assad de macht om de oppositie in Syrië te weerhouden van het winnen van terrein, van stemmen en zielen. Al-Assad maakt een effectief en coherent leiderschap bij de rebellen onmogelijk, aldus betrokken analisten, diplomaten en Syrische burgers.

Met zoveel bloed dat verspilt wordt (denk alleen al aan de bombardementen van Homs, Idlib en Dara’a) is de diplomatie voor nu in de koelkast gezet. En juist omdat er niet langer onderhandeld wordt, is een oplossing verdwenen. Dat maakt dat Syrië verschilt van de andere Arabische landen waar een revolte uitbrak. Syrië blijkt niet vatbaar voor de opstand van burgers en rebellen en het land ligt tevens ver buiten het bereik van een eventuele buitenlandse interventie. Het is een oorlog van wrijving en frictie geworden, die met de dag gevaarlijker wordt.

Bashar-al-Assad

Veel Syriërs zeggen dat Al-Assad het zich niet kan veroorloven om te stoppen met bombarderen, maar dat hij ook niet terug kan naar de manier van regeren zoals hij voor de opstand deed. Als hij zijn gewelddadige optredens matigt, dan zullen burgers ongetwijfeld feller dan ooit protesteren. En dat kan Al-Assad zich niet veroorloven, aldus diverse Syrische volksvertegenwoordigers.

“We zullen dan miljoenen Syriërs in de straten zien protesteren, in plaats van de duizenden die we tot nu toe hebben gezien”, vertelt een christelijke ingenieur in Damascus. Hij wil overigens, net als vele andere Syriërs die geïnterviewd werden door de pers, niet met volledige naam en functie genoemd worden. Uit angst voor represailles. “En het regime weet dat.”

syria-lebanon-map1

De nagalmen van het sektarische conflict in Syrië spreiden zich snel uit. Spanningen zijn overgeslagen naar buurlanden Libanon, Irak, Turkije en Jordanië, en die hebben geleid tot angst voor radicalisering. Verwacht wordt dat extremistische groeperingen nu flink kunnen groeien door de almaar toenemende ontevredenheid onder burgers.

De snelste manieren om het conflict te beëindigen – als Al-Assad vertrekt of als er een coupe gepleegd wordt – zijn tevens de meest onwaarschijnlijke. Hoewel afgezonderd van iedereen behalve zijn vertrouwenskring, lijkt Al-Assad te denken dat zijn strategie succes heeft.

Peter Harling van de Internationale Crisis Groep zegt er het volgende over: “We zullen gaan zien dat deze maatschappij, die getergd is tot op het bot, steeds extreme manieren zal aangrijpen om terug te vechten. En dan hebben we het niet over duizenden mensen die op het randje van de afgrond balanceren, maar over honderdduizenden.”

Dat Al-Assad leunt op de immense vuurkracht van zijn leger (met name als het vergeleken wordt met de vuurkracht van de rebellen) heeft hem op korte termijn enige resultaten gebracht. Maar wie verder kijkt dan de waan van de dag, ziet dat op de lange termijn Al-Assad zijn eigen glazen ingooit. De groep mensen die Al-Assad nog kan vertrouwen slinkt iedere dag, en de economie krijgt klap na klap.

Sommige leden van de groepen waar Al-Assad nog steun van krijgt, gaven vorige week al aan dat zij hun vertrouwen en hun geloof in de overheid langzaamaan zijn kwijtgeraakt. De belangrijkste groepen die zich afkeren van Al-Assad zijn de Soennieten, de christelijke minderheid, overheidspersoneel en ambitieuze yuppen.

Reem, een verpleegster die volgens eigen zeggen haar langdurige steun aan Al-Assad heeft opgegeven en die nu haar dagen vult met het verzorgen van gewonden, somt de opties van Al-Assad op: “Ofwel hij vermoordt de volledige Syrische oppositie, of hij kiest ervoor om te vluchten.”

Veel Soennitische zakenmensen hebben hun steun aan Al-Assad al afgezworen. Velen van hen hebben slachtoffers van de bombardementen met geld ondersteund, aldus Harling. Maar ze hebben niet de macht om de regering omver te werpen. De enige macht die dat zou kunnen doen, is het leger.

Al-Assads vertrouwen in het leger lijkt onduidelijk. Door keuze of door noodzaak laat hij het leger van stad naar stad en van bolwerk naar bolwerk trekken, daar waar hij eigenlijk meerdere aanvallen tegelijk zou moeten uitvoeren om de tegenstand écht te verzwakken. Harling omschrijft de troepen die terugkomen van een aanval als uitgerust en goed getraind. Ze keren terug in voertuigen die bedekt zijn met Syrische vlaggen, alsof ze zojuist een vijandig land succesvol zijn binnengetrokken.

Het heeft er alle schijn van dat Al-Assad niet bezorgd is om het herstellen van de banden met de Soennitische moslims in de arbeidersklasse. In plaats daarvan heeft Al-Assad de banden met Alawitische minderheid, de heterodoxe moslims waartoe hij behoort en de christenen aangehaald.

Maar met name voor die laatste groep, de christenen vormen ongeveer een vijfde deel van de Syrische bevolking, lijkt het te laat voor verzoening met de president. Zij zijn boos over de milde hervormingen die Al-Assad heeft doorgevoerd. Zo heeft Al-Assad laten vastleggen in de wet dat de toekomstige president van Syrië een moslim MOET zijn.

Ondertussen wordt de sfeer in de rebellen bolwerken almaar grimmiger. Er is sprake van uitzonderlijk veel en heftig geweld. Zo erg, dat zelfs in Irak tijdens de Amerikaanse bezetting niet zulke gruwelijkheden werden uitgehaald. Dat komt mede doordat de rebellen van splintergroepen aan elkaar hangen. En die groepen hebben vaak geen invloed op elkaar. Zo ontstaat een situatie waarin geweld geweld versterkt, en er zelfs vorige week berichten naar buiten kwamen dat ook de rebellen zich schuldig maken aan buitensporig geweld, zoals martelingen en executies. Er worden soms hele families vermoord, terwijl de twee vechtende partijen elkaar de schuld geven.

Maar wat de rebellen ontberen in slagkracht, wapens en eenheid, maken ze goed in het bedenken van oplossingen. Een rijke Soennitische moslim vertelde via Skype aan de New York Times dat zijn vader, die tot voor kort niets te maken wilde hebben met de rebellen, hem nu naar demonstraties brengt.

Vorige week, zo gaat hij verder, zag hij mededemonstranten bij de Aleppo universiteit – de universiteit werd lange tijd gezien als bastion van de regering – een veiligheidsmedewerker belagen. “Ze waren niet bang. Ze vielen hem aan, sloegen en bekogelden hem met stenen tot hij dood was. Denk je nu echt dat deze mensen nu gaan stoppen?”

Advertenties

Jojostrijd in VS: Romney wint weer eens


Mitt Romney heeft de Republikeinse voorverkiezingen in Michigan en Arizona gewonnen. Vooral in Michigan, waar hij opgroeide, moest hij er hard voor vechten: Rick Santorum kwam nog bijna langszij. Die afgang bleef Romney echter bespaard.

Romney kreeg 41 procent van de stemmen, Santorum kreeg 38 procent van de stemmen. Ron Paul en Newt Gingrich eindigden respectievelijk op 12 en 7 procent.

“We hebben geen grote voorsprong, maar wel genoeg voorsprong”, zei Romney in Michigan. Hij beloofde vervolgens in de komende weken een consistente campagne neer te zetten en hij herhaalde nog maar eens wat hij belangrijk vindt: “Meer banen, minder schuld en een kleinere overheid. We moeten daar elke dag op hameren.”

In Arizona, de tweede staat waar vannacht werd gestemd voor de Republikeinse voorverkiezingen, ging de overwinning wel met ruime voorsprong naar Romney. Daar kreeg hij 48 procent van de stemmen, Santorum 25, Gingrich 16 en Paul 9 procent.

Maar hoe kan het toch dat Romney juist in de staat waar hij werd geboren en opgroeide zo hard moest werken voor de stemmen? Een van de zaken die een belangrijke rol speelde in de staat waar voornamelijk arbeiders wonen, is een opmerking van Romney over zijn thuisstaat, die ongetwijfeld enig kwaad bloed heeft gezet. Op de vraag van een journalist wat hij zo geweldig vindt aan Michigan, antwoordde Romney: “Oh ja, ik houd van Michigan. Mijn vrouw heeft er twee Caddilacs staan.” Een zeer ongepaste opmerking voor een arbeidersstaat waar mensen geen geld hebben om een tweede auto (en soms niet eens 1 auto) te kopen.

Had Romney verloren in Michigan, dan was dat een regelrechte afgang geweest.

Romney wel, Romney niet
Al tijden is Mitt Romney de meest constante kandidaat, als dat in een jojostrijd zo omschreven mag worden. Maar steeds wanneer het lijkt dat hij niet bij te halen is door de andere Republikeinse kandidaten, verschuiven de Republikeinse kiezers weer naar een andere kandidaat en wordt het toch weer spannend.

NRC-correspondent Guus Valk omschreef het als volgt: “Santorum kan op lange termijn niet goed op tegen Romney: hij heeft niet het geld of de organisatie om het hem maandenlang lastig te maken. Wel kan hij lang mee blijven doen om het ongenoegen in de basis van de partij over Romney een gezicht te geven. Romney maakt onder Republikeinen maar geen enthousiasme los, en dat is zichtbaar geworden in de opkomst van de laatste Anyone But Romney (Eenieder Behalve Romney): Santorum.”

Geen duidelijke profilering
Rick Santorum pakte het tot nu toe slim aan door het debat te verleggen naar het terrein waar hij het sterkst is. Hij gebruikt niet langer economie als belangrijkste thema, maar speelt in op religie. Santorum heeft het debat waar hij het hebben wil: bij de ‘culturele oorlog’ tussen religie en staat. Of, zoals Santorum het noemt: ‘totalitair secularisme’ en ‘bevrijdend christendom’. Gisteren zei Santorum op de Amerikaanse televisiezender ABC dat hij bijna had moeten kotsen van een toespraak van John F. Kennedy uit 1960. In deze toespraak pleitte Kennedy voor een absolute scheiding van kerk en staat.

Omdat Santorum zich fel profileert als tegenstander van Obama, al is het maar op relatief kleine onderwerpen als anticonceptie, wint hij kiezers bij de Republikeinen. Die houden van die duidelijkheid. En daarmee is het probleem van Mitt Romney direct blootgelegd. Romney legt al maanden uit wat hij anders zou doen dan Obama dat nu doet, maar nog steeds lijken de kiezers geen zicht te hebben op wat hij nu werkelijk bedoeld.

Super Tuesday
Dinsdag 6 maart zal de dag zijn die waarschijnlijk bepalend zal zijn voor de Republikeinse voorverkiezingen. Dan wordt er gestemd in de staten Alaska, Georgia, Idaho, Massachusetts, North Dakota, Ohio, Oklahoma, Tennessee, Vermont en Virginia. Op deze dag zal Romney moeten bewijzen dat hij ook in conservatieve staten kan winnen. Het zal Romney campagne een beslissende zet geven als het hem lukt om te winnen in bijvoorbeeld Georgia of Tennessee.

Bron: NRC Handelsblad

De State of the Union ontleed


President Barack Obama tijdens de State of the Union op 24 januari 2012. Op de achtergrond zitten links vice-president Joe Biden en rechts de Republikein John Boehner.

Gisterenavond hield president Obama de jaarlijkse State of the Union. Zoals de naam van de voordracht al impliceert, geeft de president met deze redevoering weer hoe het land er voor staat.

Hieronder kunt u lezen hoe de toespraak was opgebouwd, welke punten en onderwerpen opvielen en hoe u de State of the Union kunt plaatsen in de context van de huidige economie, het huidige Amerikaanse politieke bestel en de nadere presidentsverkiezingen dit jaar. Klik hier om te lezen wat de Amerikanen vonden van de State of the Union. Klik hier om te lezen wat Elsevier van de toespraak vond.

Allereerst de opbouw van de toespraak. De volledige toespraak bestond uit grofweg 99 alinea’s. President Obama begon zijn toespraak over de beëindigde oorlog in Irak en het verzwakte verzet van de Taliban in Afghanistan (6 alinea’s). Opvallend is dat hij in de tweede alinea nog maar eens benadrukt dat de oorlog in Irak is afgelopen en dat in Afghanistan steeds minder soldaten nodig zijn om oorlog te voeren, en steeds meer om het land te helpen met de wederopbouw.
Dit is een duidelijke verwijzing naar de presidentsverkiezingen van dit jaar. Terwijl de Republikeinen nog schreeuwend en elkaar beschuldigend door de arena rollen, gaat Obama zichtbaar onverstoord door met zijn werk. En om zijn positie nog wat meer te verstevigen is het natuurlijk politiek zeer slim om zijn toespraak te beginnen met het herhalen van de politieke overwinningen die hij heeft behaald. Zeker als je weet dat aan het begin van een State of the Union de meeste mensen kijken. Naarmate de toespraak vordert haken er steeds meer mensen af.

De volgende 13 alinea’s gaan over de economie. Dit is eigenlijk het belangrijkste zorgenkindje voor Amerika op dit moment, en dus het eerste onderwerp dat, na het herhalen van de zeges, moet worden aangesneden. En Obama trekt er 13 alinea’s voor uit om aan te geven waar het volgens hem fout gaat, wat er beter kan en hoe het beter kan worden gedaan. Dat het een tactische zet is, spreekt voor zich. Het is een onderwerp waar veel Amerikaanse burgers zich zorgen om maken en als je dat direct na de introductie van de toespraak behandelt, weet je dat je het gros van de kijkers nog aan de buis hebt hangen. Hiermee distantieert Obama zich ook van de Republikeinen, die met weinig oplossingen voor de economie komen, maar in plaats daarvan elkaar beschuldigen van belastingontduiking of belastingvoordeel.
Obama bezweert in dit stuk van de State of the Union ook dat Amerikanen zich geen zorgen hoeven te maken: hij heeft alle maatregelen toegepast die ervoor zorgen dat een crisis als deze zich nooit meer voordoet.

Het volgende onderwerp heeft Obama uitstekend verweven met het verhaal over de economie. Hij besteed de volgende vijf alinea’s aan het belastingstelsel zoals dat nu in Amerika wordt gehanteerd. Hij zal daar later op terugkomen, vandaar dat hij dit stukje nog wat algemeen blijft. Dit heeft ook als functie om ten opzichte van het vorige onderwerp, de economie, wat toch een zwaar onderwerp is hoewel het het gros van de Amerikanen zorgen baart, even wat lucht te brengen. Hij verlaat niet geheel de serieuze toon, maar hij maakt het verhaal hier iets lichter, waardoor mensen niet zo snel geneigd zijn Comedy Central of The Ladies Channel op te zoeken.

Van het belastingvoordeel voor Amerikaanse bedrijven gaat hij over naar de Amerikaanse export. In vijf alinea’s probeert hij de Amerikanen in te laten zien (overtuigen?) dat de Amerikaanse export weer naar hoger niveau moet worden getild. In deze vijf alinea’s doet Obama weer een van zijn vele pogingen om de Amerikanen bewust te maken van hun liefde voor het land en voor de American Dream.

Werkgelegenheid, hoewel deze weer aantrekt op het moment, is een onderwerp dat Amerikanen minstens zo bezighoudt als de economie. Natuurlijk zien we ook hier weer de verwevenheid tussen de verschillende onderwerpen die Obama tot dusver heeft behandeld. Want eindelijk is het de Amerikaanse overheid gelukt om de werkeloosheid te laten dalen, al zijn er nog steeds miljoenen Amerikanen werkeloos. Maar er zijn ook miljoenen  Amerikanen die twee of drie banen hebben omdat ze anders niet kunnen rondkomen. In vijf alinea’s besteedt hij aandacht aan het aanbod van banen in Amerika.

Een ander zorgenkind van Amerika is het onderwijs (zes alinea’s). Al tien jaar geleden maakte Oprah in een serie van talkshows duidelijk dat het met de kwaliteit van het onderwijs bedroevend gesteld is. Ook de documentaire ‘Waiting for Superman’ maakte dit pijnlijk duidelijk. Zo zijn er honderden scholen in Amerika waar duizenden leerlingen moeten werk op één beschikbare computer. Lesboeken zijn verouderd en er ontstaat een kenniskloof tussen generaties. Obama beseft dit en probeert, samen met zijn vrouw, de kwaliteit van het onderwijs weer op te krikken. Zijn vrouw houdt zich onder andere bezig met de kwaliteit van het voedsel op scholen, waardoor leerlingen uiteindelijk ook beter kunnen leren en meer gestimuleerd worden.

Obama is kort (drie alinea’s) over het probleem met de migranten uit voornamelijk Mexico. Hiertegen moet hard worden opgetreden, waarmee Obama zich schaart bij het Republikeinse gedachtegoed, hoewel laatstgenoemden nog iets extremer zijn in hun oplossingen voor het probleem.

Vanaf dit moment richt Obama zijn blik op de toekomst, die er volgens hem zeer positief uit kan gaan zien. Hij benadrukt dit allereerst middels onderwerpen als innovatie en alternatieve brandstoffen (negen alinea’s). Hierin wordt ook duidelijk dat Obama afstand neemt van Iran, dat de laatste dagen weer in het nieuws is omdat het land weigert te stoppen met het voortzetten van het atoomprogramma. Obama stelt dan ook dat Amerika niet meer zo afhankelijk moet zijn van gebieden waar het politiek en economisch niet zo stabiel is. Uiteraard noemt hij Iran niet bij naam, maar hij maakt wel duidelijk dat als Amerika ooit nog afstand wil doen van regimes waar het liever geen zaken mee doet, dat alternatieve brandstoffen toch echt de toekomst zijn.
Ook hiermee speelt Obama weer in op het sentiment van de Amerikanen, want eigen producten moeten weer de beste van de wereld worden en in Amerika geproduceerd worden.

Dan volgen er zeven alinea’s waarin Obama in het algemeen de wederopbouw van het land, van de infrastructuur en van het hypothekenbeleid beschrijft. Hij vertelt dat Amerika sterker dan ooit uit de Tweede Wereld oorlog is gekomen, en dat het land nu een zelfde mogelijkheid heeft met het beëindigen van de oorlog in Irak.

Voorgaande alinea’s spelen zich vooral af in het verleden, maar in de zes volgende alinea’s zet hij uiteen wat de nieuwe koers van Amerika zal moeten worden. In het algemeen, want de kijker moet natuurlijk gestimuleerd worden om te blijven kijken, en dat gebeurt niet als je ze bestookt met droge feiten en cijfers. Maar Obama doet het slim, en speelt ook hier weer in op het sentiment van de Amerikaanse bevolking.

Obama komt dan weer terug bij een specifiek deel van de economie, namelijk het belastingstelsel. Ditmaal richt hij zich niet zozeer op de belastingvoordelen voor bedrijven als wel op de sociale ongelijkheid tussen de drie bevolkingsgroepen. George Carlin beschreef ooit treffend hoe de Amerikaanse maatschappij is opgebouwd. Er zijn drie klassen. De rijke klasse die niets heeft te vrezen en teert op de werkkracht van de middelste klasse. De middelste klasse verzet al het werk, is eigenlijk de arbeider in de fabriek die wordt gerund door iemand van de rijke klasse. En dan is er nog de arme klasse. De functie van de armen? De armen moeten de middelste klasse bang maken en houden, zodat de middelste klasse naar hun werk blijven gaan.
Hier wil Obama definitief van af. De rijken zullen meer moeten gaan betalen, de armen wat minder, zodat er een maatschappij ontstaat waar inkomens dichterbij elkaar liggen, waar mensen gelijkwaardig zijn en waarbij uiteindelijk armoede zal moeten worden uitgeroeid.

Hij nam met het vorige onderwerp een voorschot op een van de paradepaardjes van de Republikeinen: class warfare. De Republikeinen (doorgaans rijk en conservatief) beschuldigen Obama van het ophitsen van de verschillende klassen in Amerika (zie mijn vorige alinea) waardoor er een klasse oorlog zou ontstaan. Dat probeert Obama in maar liefst elf alinea’s te ontkrachten en met succes. Hij schetst een beeld van de samenleving dat wel behoorlijk neigt naar een soort kapitalistisch Utopia, maar ook hier wordt weer het sentiment aangewakkerd, als dat al niet hevig brandde in iedere Amerikaanse onderbuik.

Tien alinea’s lang besteed hij vervolgens aandacht aan de mondiale invloed van Amerika. Hij stelt dat de banden met Europa sterker zijn dan ooit en dat de banden met Zuid-Amerikaanse landen dieper zijn dan ooit. Deze alinea’s zijn bedoeld om ook de internationaal-georiënteerde Amerikanen (dat zijn er niet veel, vooral zakenlieden en enkele politici) te paaien.
Ze dienen ook als inleiding voor de laatste alinea’s (vijf) waar Obama weer terugkomt op het thema waarmee hij begon. Het beëindigen van de oorlog in Irak, het oppakken van Osama Bin Laden en hoe deze twee dingen ervoor gezorgd hebben dat Amerikanen weer beseffen dat ze verder komen door samen te werken.
Dit laatste punt is natuurlijk een overduidelijke verwijzing naar de onwelwillendheid van Republikeinen om samen te werken met Democraten. Dat is iets waar Obama al lang voor strijdt, maar waar zijn politieke vijanden maar niet aan willen geloven.

Over het algemeen was de toespraak patriottistisch, al had niemand anders verwacht op voorhand. Maar het was ook een toespraak van een man die zijn land bijeen wil brengen, die met alle inwoners en politici ervoor wil zorgen dat het land weer definitief naar boven kan kijken. Dat het weer kan groeien en bloeien zoals het voorheen deed. En het was de toespraak van een man die met een bijna grenzeloos vertrouwen de verkiezingen later dit jaar in zal gaan. Zeker als de Republikeinen hem niet anders kunnen bestrijden dan met moddergooien. En daar zal het wel van komen, aangezien er slechts een kandidaat is die de haarfijne, subtiele en pro-Amerikaanse retoriek van Obama van repliek kan dienen.

Redactioneel Commentaar: Anonieme eenheid staat op


Waarom mag Google uw zoekresultaten negen maanden bewaren en indien nodig door spelen aan overheidsinstanties? Waarom kan je met iCloud van Apple je iPad of iPhone traceren als je deze verloren bent en wie kan mij verzekeren dat deze technologie niet wordt gebruikt door andere organisaties of bedrijven?

Ik wil geen emails krijgen waarin staat: “Geachte meneer Boots, u was vorige week dinsdag tussen kwart over twee ’s middags en half zeven ’s avonds in Maastricht. U heeft daar een restaurant bezocht. Wij hebben de vrijheid genomen om u een aanbieding te doen van het restaurant waar u bent geweest. Zodoende hoeft u de volgende keer niet weer een rekening te betalen van 80 euro, maar met de door ons aangeboden korting betaalt u voor dezelfde gerechten, de zalmsalade en de ganzenlever, nog maar 55 euro…”

Zij, wie dat ook moge zijn, nemen inderdaad de vrijheid. En wij als consumenten moeten deze nieuwe vorm van marketing dan maar gewoon op de koop toenemen.

Dat is waar Anonymous tegen strijdt. Zonder echter leider, zonder enige hiërarchie, maar met een verbetenheid waarmee revoluties ontketent kunnen worden. Dat is er nu gaande.

Dat is waar het Legioen voor strijd. ‘We are Legion, for we are many.’

Eindelijk lijkt het alsof consumenten een kans wordt geboden om eensgezind en als een versnipperde maar toch hechte groep op te staan tegen het heersende regime. Dat hebben we nagelaten met de internetbubbel. Dat hebben we nagelaten met de financiële crisis en zelfs met het instorten van de huizenmarkt.

Door de eeuwen heen is er al zoveel afgepakt van de mensen, zoveel rechten ontnomen. Waarom was kinderarbeid tot diep in de negentiende eeuw toegestaan? Waarom kregen vrouwen pas stemrecht aan het begin van de twintigste eeuw? Waarom is alcohol mondiaal de enige drug die wordt gedoogd terwijl het aanzienlijk meer slachtoffers maakt dan bijvoorbeeld marihuana?

Waarom hebben we een democratisch systeem waarin we de illusie krijgen dat we als burgers ook iets te zeggen hebben? Geen enkele politiek partij spreekt mijn taal, draagt mijn  gedachtegoed uit, en toch hebben Geert, Mark en Sybrand/Maxime/Ruth de macht. Democratie is er enkel om de burgers het gevoel te geven dat zij meetellen. En wie dat gevoel heeft zal minder snel opstaan tegen de machthebbers.

Zolang we ons kunnen herinneren worden mensen onderdrukt of stilgezwegen. We worden als massa bijeengedreven en samengepakt in voor de politici overzichtelijke groepjes. Bedrijven en organisaties hebben de macht, terwijl wij als burgers het gevoel krijgen als individuen niets uit te kunnen richten.

Maar niets is minder waar. Anonymous opereert als een groep individuen die samen een behoorlijke vuist kunnen maken tegen de gevestigde orde. Of wat te denken van de DSB-bank, die viel omdat klanten hun geld gingen halen en de bank daaraan niet kon voldoen?

ING werd tijdens de financiële crisis middels financiële injecties gesteund door de overheid. Maar op het moment dat ik rood kom te staan op mijn bankrekening krijg ik een telefoontje van ING met de mededeling dat ik maar zo snel mogelijk weer in de plus moet komen. Ook al heb ik daarvoor talloze malen aangegeven mijn kredietmogelijkheden te willen verbreden, waarop ING afwijzend reageerde omdat de regels voor leningen en krediet zijn aangescherpt.

Waarmee ze ons weer de schuld geven. Consumenten kunnen zich niet beheersen, dus moeten we ze reguleren. Terwijl, als ik me niet vergis, banken de katalysator waren van de financiële crisis.

Wat ik met dit fictieve voorbeeld wil aangeven is dat bedrijven, organisaties en instanties ervan uit gaan dat wij, de burgers, een makke volgzame massa zijn die toch wel doet wat ze gevraagd wordt. Een nieuwe film uit op DVD? We betalen allemaal twintig of dertig euro. Een nieuw album van uw favoriete artiest? U betaalt er met 25 euro gewoon de volle mep voor.

Maar dankzij internet hebben we iets van onze vrijheid teruggewonnen. We kregen plotseling de mogelijkheid om gratis muziek te luisteren en films te kijken. En toen bleek plotseling dat zeker de helft van de films en cd’s die we kopen het geld dat we ervoor betalen niet waard zijn. Maar ook bleek dat als mensen muziek of films wel echt goed vinden, ze daar grif geld voor willen betalen. Artiesten die hun nieuwste albums via internet gratis aanboden maar wel fans de mogelijkheid gaven om zelf aan te geven hoeveel zij bereid zijn te investeren, zagen hun inkomsten tot grotere hoogtes dan ooit stijgen.

Daarmee tonen wij als burgers aan wel degelijk macht te hebben. In Amerika zijn burgers de afgelopen tien jaar onderdrukt met een angstcampagne. Altijd maar weer terroristen, altijd maar weer de dreiging van een aanslag, altijd maar weer 9/11. U zult zeggen: dat gebeurt in Nederland niet. Misschien niet zo duidelijk en zo overdreven, maar het gebeurt wel degelijk.

U bent er zich niet altijd van bewust, maar dat wil niet zeggen dat het niet gebeurt.

Als u in Amerika drie keer een boek leent dat over Adolf Hitler gaat, of waarin het woord Hitler voorkomt, wordt u op een zwarte lijst geplaatst. Vanaf dat moment intensiveert de FBI de controle op u en uw handelingen. U kunt in de tweede zin van deze alinea ook termen als explosieven, terrorisme of Osama Bin Laden plaatsen, het effect is hetzelfde.

Zo ver gaat het in Nederland (nog) niet. Maar het is tijd dat we internetters over de hele wereld bewuster maken van alle onzichtbare, geheime traceermethodes die organisaties en bedrijven gebruiken om u en uw voorkeuren bij te houden en om er daarna zo goed mogelijk ‘op uw behoeftes in te spelen.’

We moeten een halt toeroepen aan de mensen die buitensporig verdienen aan consumenten en burgers zoals u en ik. Of dat nu een bank is, een platenmaatschappij, een overheid of een uitgeverij.

Wij zijn in staat om het economische systeem dat we heden ten dage in de Westerse maatschappij hanteren ten val te brengen. Wij zijn in staat om tegen RTL4 te zeggen: En nu is het genoeg met je valse beloftes van muziekprogramma’s die uiteindelijk niets meer zijn dan melkkoeien die teren op smsjes en kijkcijfers. Wij zijn in staat om te zeggen dat we het niet meer eens zijn met de wijze waarop de vrijheid op internet wordt ingeperkt.

Dit alles geeft aan dat er krachten aan het werk kunnen zijn waar we geen weet van hebben. Dit geeft ook aan dat er veel mensen zijn die hier liever geen weet van hebben en met een blinde vlek voor dit soort dingen door het leven gaan. Zij willen gewoon hun leven leven, zonder zich zorgen te maken over dit soort dingen. Dat kun je die mensen niet kwalijk nemen; iedereen heeft het recht zijn leven te leiden zoals hij/zij denkt dat het goed voor hem is.

Om die reden zitten er vier miljoen mensen naar The Voice of Holland te kijken. Om die reden betalen we iets meer belasting om banken te kunnen redden, of iets meer zorgtoeslag zodat verzekeringen hun verliezen op de aandelenmarkt kunnen dekken. Om die reden kunt u als consument ’s ochtends geld gaan pinnen en dan te horen krijgen dat uw bank uw geld niet meer heeft en u alles kwijt bent.

Met internet hebben we een platform gekregen waarmee in de gelegenheid gesteld werden om niet alleen onze onvrede een stem te geven, maar ook om er iets aan te doen. Social media stellen ons in staat om ‘flash mobs’ op de been te brengen: een grote groep mensen die heeft afgesproken om ergens af te spreken en gezamenlijk een actie uit te voeren. Dat kan een dans in een winkelcentrum zijn, dat kan een protestactie op Times Square zijn of dat kan een massale winkelroof zijn (‘flash rob’).

Wat we nu zien, op mondiaal niveau, is dat politici beseffen dat internet enerzijds een unieke manier is om in contact te komen met burgers, en dat het anderzijds een gevaarlijk platform van vrijheid (van meningsuiting) is. Burgers worden mondiger en krijgen, vaak op anonieme wijze, de kans om hun ongenoegen te uiten.

Die vrijheid, waaraan we nog moeten wennen en die nog duidelijk met groeistuipen kampt, is in het gedrang. We zijn doorgeslagen met onze agressieve commentaren bij filmpjes of artikelen waar we het niet mee eens zijn. Maar dat komt mede door de anonimiteit, die ons garandeert dat we juist dat soort uitspraken kunnen doen.

Die anonimiteit moeten we zien te behouden, wij moeten zelf ervoor zorgen dat we met die verantwoordelijkheid leren leven. Er is te lang, te veel van ons afgenomen, waardoor we waarschijnlijk moeten wennen aan die vrijheid. Maar we kunnen het aan. We moeten allemaal ons steentje bijdragen om er voor te zorgen dat we het aankunnen. Dat we leren om te gaan met het anonieme karakter van internet.

Als we dat kunnen, en daar geloof ik heilig in omdat ik nog altijd diep van binnen van mensen houd, dan is het een nobel doel om voor te strijden.

Ikzelf ben van een generatie die is geboren in een gespreid bedje, voor wie alles was geregeld. Ik heb geen oorlog gekend, ik heb geen revoluties meegemaakt. Ik ben eigenlijk altijd al anoniem geweest.

Maar niet langer. Verenigd in Anonimiteit moeten we strijden voor een vrijplaats voor meningen, gedachten en visies. Die vrijplaats is internet. En wij, als overgrote deel van de wereldbevolking, zonder machthebbende positie in overheid of bedrijfsleven, moeten als een geheel optreden.

We are Legion, for we are many. Expect us.

Anonymous


Ondanks de, volgens henzelf, nobele doelen die Anonymous nastreeft, bestaat er bij veel mensen nog onduidelijkheid hoe zij tegen Anonymous (moeten) aankijken. Is de hackersgroep nu een redder in nood? Zijn zij verantwoordelijk voor het aanzwengelen van een internetrevolutie die tot doel heeft ons pertinent gebruik te laten maken van een vrij internet? Of zijn ze te vergelijken met het vervelende kind dat altijd aan je broekspijp hangt om te zeuren en dat continu kattenkwaad uithaalt?

Wie de media volgt, zou bijna in de tweede visie gaan geloven.

Maar wat weten we nu eigenlijk van Anonymous?

Anonymous is niet de ontoegankelijk hackersgroep die u enkel kunt bereiken als u weet op welke zolderkamers zij zitten. Wie een beetje verstand heeft van internet en wie weet via diverse social media contact te leggen, zal merken dat Anonymous vrij open is naar, laten we zeggen, de rest van de internetters.

Zo hebben zij dagelijks op Twitter een vragenuurtje, waarbij iedereen zijn/haar vraag kan sturen. Zij geven overal antwoord op. Ook op vragen waarvan zij denken dat het een open deur is die wordt ingetrapt; in dat geval kunt u rekenen op een vriendelijke kwinkslag.

Ook heeft de groep diverse weblogs die vrij toegankelijk zijn voor iedereen. Daarop posten zij informatie omtrent nieuwe wetsvoorstellen die de vrijheid van het internet inperken. Maar ook berichten zij over ludieke acties, over overheidsfunctionarissen die over de schreef zijn gegaan en allerlei andere misstanden uit de samenleving.

Zo was er vorige week op een van de Anonymous blogs een verhaal te lezen over een politieagent in Amerika die met een gummiknuppel had ingeslagen op een groep vreedzame protestanten. Alle privégegevens van deze agent werden direct online gezet. En niet het minste, ze hadden zijn adres, zijn twee vorige adressen, zijn badgenummer en privételefoonnummer.

Nogal radicaal, zult u denken. Dat gevoel had ik ook in eerste instantie. Fysiek geweld is eerlijk. Eerlijk omdat er twee (of meer) mensen tegenover elkaar staan. Je ziet de andere persoon, je ziet dat hij gaat uithalen en je voelt de klappen direct. Ook al kun je niets of wil je niets terugdoen.
Het mentale geweld, waarbij privégegevens zomaar worden vrijgegeven, is indirect en dus voor ons gevoel niet zo eerlijk als fysiek geweld. En toch dient het een doel, zegt Anonymous.

Want in Amerika gebruiken politieagenten doorgaans meer en sneller geweld dan in bijvoorbeeld Nederland. U heeft vast de beelden gezien van een universiteit in Californië, waar studenten vreedzaam op de grond zaten te protesteren. Een politieagent pakt een bus pepperspray en spuit dit leeg op de demonstranten. Waarop hij nog een bus pakt en ook die leegspuit. De studenten zitten dan nog altijd op de grond.

Als ik dit soort nieuws hoor of zie, is mijn eerste reactie om die politieagent een zelfde behandeling te geven. Het onrecht en de machteloosheid van de studenten voel ik dan in iedere vezel van mijn lichaam. Ik kan me goed voorstellen dat Anonymous hetzelfde voelt.

Eigenlijk doet Anonymous precies wat ik wilde dat er zou gebeuren, namelijk het openbaar maken van privégegevens van agenten die buitensporig geweld gebruiken. Maar ik heb er de middelen niet toe en zij wel.

Anonymous opereert vanuit eenzelfde gevoel voor rechtvaardigheid en gelijkheid. Zij willen dat iedereen gelijk wordt behandeld en dat overheidsbemoeienis nooit en te nimmer gewelddadige vormen aanneemt. Welke vorm dan ook. Want op een groep weerloze studenten inslaan is minstens zo gewelddadig als het beperken van de vrijheid van mensen op, bijvoorbeeld, internet.

Wie de hackersgroep beter wil begrijpen, doet er allereerst goed aan het ‘Hackers-manifesto’ te lezen. Dit document is geschreven door een hacker, The Mentor, op 8 januari 1986. Dit manifest laat zien welke regels hackers hanteren en volgens welke normen en waarden zij opereren.

Allereerst zijn er vrijwel geen regels. Zij opereren als het geweten van de samenleving en ze hebben een zelfregulerende functie. Waar bijvoorbeeld politici journalisten nodig hebben om ze nog enigszins in het gareel te houden, zo houdt Anonymous zichzelf in het gareel.

Er is geen organisatiestructuur. Wat niet betekent dat Anonymous niet als geheel kan functioneren, want voorlopig toont de groep meer cohesie en samenhang dan bijvoorbeeld de politieke partijen in Nederland of Amerika.

Zo weten de hackers elkaar makkelijk en via beschermde wegen te vinden. En ze zijn vrijwel ongrijpbaar. Alleen websites die een platform bieden voor bijvoorbeeld discussies (internetfora) of mediabestanden (filesharing-websites) kunnen informatie doorspelen naar de FBI. Verder lijken de leden welhaast ongrijpbaar.

Hackers zien zichzelf als een groep mensen die niet worden begrepen door de samenleving. Vaak zijn het nog jonge lieden die op school (te) makkelijk leren en het gevoel hebben dat zij buiten de boot vallen. Ze horen niet bij de populaire mensen en wellicht uit frustratie daarover zonderen zij zich nog verder af.

De misverstanden die mensen hebben over hackers versterken hun ideeëngoed. Want wat is het eerste dat u denkt als u hoort dat een 17-jarige een website van een creditcardmaatschappij heeft gehackt? Juist, een puisterige puber op een zolderkamer had weer even niets te doen, en heeft voor persoonlijk en financieel gewin de website gekraakt.

Maar niets is minder waar. In een tweet zei Anonymous dat dit wel voorkomt, maar dat dit om minder dan 1% van de hackers gaat. En Anonymous zelf probeert dan ook alles te doen om zulke mensen tegen te gaan.

Waar gaat het dan wel om? Vraagt u zich eens af waarom de bekendste journalist van 2011 een internet- en computerjournalist was. Omdat de hackers niets meer doen dan de beveiliging van websites te testen, door ze te hacken. In de meeste gevallen blijkt dan dat de beveiliging van de websites, en dus UW privégegevens, ver onder de maat is.

Op eenzelfde manier proberen medici ziektes te bestrijden. Krijgt u bij een griepprik niet een verzwakte versie van het griepvirus ingebracht, zodat uw lichaam weerstand kan opbouwen en dus beter beschermd is als u daadwerkelijk wordt aangevallen door het griepvirus?

Dat is wat hackers in het algemeen en Anonymous in het bijzonder doet.

Anders wordt het als organisaties, zoals de afgelopen twee weken regelmatig in het nieuws was, proberen te tornen aan de vrijheid van het internet. Dat kan op verschillende manieren. Zo kan een fileshare-website worden platgelegd, wat een directe vorm van inperking van de vrijheid is.

Maar het kan ook zo zijn dat bedrijven als Google uw persoonlijke (zoek)informatie opslaat en die mag doorspelen naar overheden of bedrijven.

Heeft u, als gebruiker van gmail dat is, nooit gezien dat als u mailt over taarten en gebakjes, u in de reclamebalk naast uw inbox plots allerlei reclames over taarten en gebak ziet verschijnen? Google heeft dus uw email gelezen en daarop de reclame aangepast.

Ik vind dat, als onafhankelijke consument, een inperking van mijn vrijheid.

Daar strijdt Anonymous tegen. Zij strijden tegen al die vormen van vrijheidsvermindering die u ziet, maar ook die u niet ziet.

Want vrijheidsvermindering wordt doorgaans aangeboden in een pakje met een aantrekkelijke buitenkant en een minstens zo marketingtechnisch goed gekozen naam erop. Maar wie de inhoud beter bekijkt ziet vrijwel altijd dat uw vrijheid in het gedrang komt.

Al wat Anonymous wil, is deze vrijheid beschermen. Dat is het enige gedachtegoed dat ze aanhangen, de rest is verzonnen door media of mensen die geen idee hebben waarover ze eigenlijk praten.

Het lek wordt steeds groter voor Romney


Mitt Romney was de gedoodverfde favoriet om het op te nemen tegen Obama.

Het Romney-kamp begon stabiel als een rubberen boot op een kalme rivier van optimisme aan deze week. Er waren twee voorverkiezingen gewonnen en met het binnenhalen van de derde, de South Carolina caucuses, zou het zeker zijn dat Romney het volgend jaar kon opnemen tegen Barack Obama.

Maar het heeft er alle schijn van dat het rubberen bootje (onherstelbaar) lek is.

Allereerst was daar opeens het nieuws dat de stemmen van de eerste verkiezing, de Iowa caucuses, opnieuw waren geteld en dat niet Mitt Romney, maar Rick Santorum de werkelijke winnaar was. Daarmee was er nog geen man overboord, want Mitt Romney was daar alsnog de morele winnaar. Immers, alle mensen die de Republikeinse voorverkiezingen volgen hadden al twee weken zijn naam als winnaar in hun geheugen gegrift staan.

Goede moed stroomde ten overvloede vanuit het Romney-kamp, dat (on)bewust werd overgenomen door de Amerikaanse media. Immers, Ron Paul wordt doodgezwegen door Republikeinen en de media, Rick Santorum is te extreem in zijn conservatieve ideeën om daarmee een serieuze gooi te kunnen doen naar de Republikeinse nominatie en Newt Gingrich werd beschuldigd van hypocrisie (in debatten is hij groot voorstander van het huwelijk specifiek tussen man en vrouw, terwijl hij bij zijn eerste twee vrouwen is vreemdgegaan, en nu bezig is aan zijn derde huwelijk).

Romney kreeg wel de kritiek te verduren dat hij te gematigd zou zijn en dat hij als senator van New Hampshire een belastingstelsel had geïntroduceerd dat veel wegheeft van de plannen van Obama. Voor de meeste Republikeinen is hij dus te progressief, te gematigd en onvoldoende conservatief. Maar dat mocht, ook met het oog op de eerder behaalde overwinning(en), de pret niet drukken.

Gisterenavond (zaterdag) was de Republikeinse voorverkiezing in South Carolina. Deze werd voorafgegaan door een felle campagne van zowel Gingrich als Romney, gericht tegen elkaar. Beiden verweten elkaar kapitalistische extremisten te zijn, wat des te vreemder klinkt aangezien het uit de monden kwam van twee steenrijke Republikeinen.

Romney rekende op een overwinning, al wist hij vrijdag uit een poll dat Gingrich akelig dichtbij was gekomen. Zijn team bleef onverminderd positief en lijnrecht achter hun man.

De conservatieve Newt Gingrich heeft goede zaken gedaan door de voorverkiezing in South Carolina overtuigend te winnen.

Maar toen de meeste stemmen geteld waren, bleek dat Newt Gingrich de verkiezing in South Carolina heeft gewonnen met maar liefst 12% voorsprong op Mitt Romney. Met 40% van de stemmen (tegen ongeveer 28% voor Romney) is hij de overduidelijke winnaar. Klik hier voor een overzicht van de uitslag.

Daarmee is het lek van het bootje van Romney nog iets groter geworden. In een week tijd is hij van drie overwinningen (twee zeker en eentje via prognose) gezakt naar nog maar 1 overwinning.

En dat is niet het grootste probleem. Want Obama, die deze week tijdens een wervingsevenement liet horen zich goed te voelen en goed te kunnen zingen, is de werkelijke winnaar van de Republikeinse voorverkiezingen. Misschien dat hij daarom zo een vrolijke noot aansloeg tijdens het wervingsevenement.

De Republikeinse kandidaten vliegen elkaar in de haren, terwijl ze zich eendrachtig zouden moeten scharen TEGEN Obama. Maar niets van dat. De uiteindelijke Republikeinse winnaar van de voorverkiezingen zal eerst alle brokstukken bijeen moeten rapen, alvorens hij het op kan nemen tegen Obama.

En Obama? Die kan, naast het moddergooien bij de Republikeinen, terugblikken op een dalende werkeloosheid, een economie die heel langzaam aantrekt en natuurlijk de vangst van Osama Bin Laden.

Dit alles maakt dat de Republikeinse voorverkiezingen verworden zijn tot een vermakelijk schouwspel waarvan iedereen weet dat het er toch niet toe zal doen. Obama profiteert van enkele ‘gelukkige’ momenten, zoals de vangst van Bin Laden, het aantrekken van de economie en nu het onderlinge bekvechten van de Republikeinen. Want zeker dat laatste betekent dat, wie ook de Republikeinse winnaar,

Obama profiteerde ook van enkele gelukkige momenten in zijn strijd om president van Amerika te worden. Meer hierover weten? Klik hier.

UPDATE: Zojuist heeft Mitt Romney bekend gemaakt dat hij dinsdag aanstaande zijn fiscale data van de afgelopen twee jaar zal onthullen. Lees hier meer.

Preventief fouilleren als katalysator van racisme?


Gisteren verscheen op de website van het NRC Handelsblad een artikel over preventief fouilleren. Bij onderzoek van de Londense politie werd gekeken hoe de agenten zich gedroegen en hoe ze reageerden bij het preventief fouilleren van willekeurige mensen in een massa.
De uitslag was ronduit schokkend. Voor iedere blanke die uit de massa werd gelicht door agenten, werden er dertig gekleurde mensen preventief gefouilleerd.
De politieleiding schrok dusdanig dat er direct maatregelen werden aangekondigd. Maar het vreemde van het verhaal is dat de Londense politieagenten een norm van 60% aanhoudingen als opdracht had meegekregen. Dat betekent dat voor iedere tien mensen die gefouilleerd worden er eigenlijk zes moeten worden opgepakt, of op zijn minst een proces-verbaal moeten krijgen.
De vraag die hier gesteld moet worden: wordt het racisme uitgelokt door de agenten zelf, of heeft de 60%-norm hier een dusdanige invloed dat zij door onderhuidse vooroordelen gedreven worden tot het buitenproportioneel selectief fouilleren? Kortom, is het racistisch ogende beleid intrinsiek of extrinsiek?

Karin Woltering schreef in juni 2004 een scriptie over preventief fouilleren, genaamd ‘De onbeschermde onschuldige‘ (Vrije Universiteit Amsterdam, Doctoraalscripte: Staats- en Bestuursrecht). Hierin doet zij onderzoek naar acties van preventief fouilleren in onder andere Amsterdam en Rotterdam. Het ging in deze gevallen om wapencontroles, om het toenemende wapengeweld en wapenbezit tegen te gaan.
De rechter oordeelde vrij snel over deze zaak, door te stellen dat de wapencontroles niet door de rechterlijke toetsing kwamen. Woltering: ‘In de Rotterdamse zaak oordeelde de rechter dat de wet geen bevoegdheden kent tot het houden een fouilleringsactie, zonder dat er sprake is van een verdachte in de zin van de wet. Tenminste een geïndividualiseerde verdenking is noodzakelijk.34 Ook de rechtbank in Amsterdam keurde de wapencontrole af. Deze rechter oordeelde dat wanneer het onzeker is of strafbare feiten al dan niet zullen worden gepleegd, er geen sprake is van een concrete
verdenking.’

Preventief fouilleren zonder individuele verdenking is niet toegestaan volgens de wet. Maar dat is de paradox: preventief fouilleren kan niet bestaan met individuele verdenking. Anders zou het gewoon fouilleren moeten heten.

Er is dus, in Nederland, geen juridische basis om wapencontroles uit te voeren. De rechter zei bijvoorbeeld ook dat er geen wettelijke basis is om burgers op de openbare weg, zonder toestemming van de desbetreffende burgers. Onrechtmatig preventief fouilleren dus.

Het probleem van preventief fouilleren is dat er een stelling van de politie aan vooraf gaat. De politie constateert bijvoorbeeld dat in een bepaalde wijk in Tilburg het wapengeweld toeneemt. Dan is dat een aanleiding om meer agenten die wijk in te sturen, en mensen preventief te fouilleren. Maar daarmee gaan de agenten met voorbedachte rade te werk, wat natuurlijk een vruchtbare grond betekent voor vooroordelen.

Stel dat u in die wijk woont, en u gaat ’s ochtends uw hond uitlaten. Agenten patrouilleren door de wijk, en zien u wel heel lang in uw jaszak graaien. Zij weten niet dat u uw hondenpoepzakje niet uit de jaszak krijgt, maar het is goed denkbaar dat de agenten hierdoor gealarmeerd raken. U bevindt zich immers in een risicowijk, daarom zijn zij immers daar, en u vertoont ‘verdacht gedrag’, wat dat ook moge zijn.
U weigert het preventieve fouilleren, omdat u als burger niet in uw privacy wil worden aangetast. Logisch. Maar dat is voor agenten nog meer olie op het vuur. Immers, als u niets te verbergen heeft, waarom zou u dan weigeren?

Wat hier duidelijk wordt, is dat in een situatie als deze vooroordeel op vooroordeel uit de diepe krochten van de gedachten komt en voortwoekert in de geest van de agenten. Het komt dus deels uit de agenten zelf (we hebben allemaal vooroordelen over andere mensen, hoe goed we die doorgaans ook weten te onderdrukken), maar grotendeels wordt het ze opgelegd.
Als de agent de keuze had, zou hij het liefste iedereen vertrouwen. Maar dat kan niet, en al helemaal niet in een wijk waarvan hem vanochtend tijdens een vergadering is verteld dat het aantal gewapende delicten met 234% is gestegen in het afgelopen jaar.

Zoals ook in Londen, waar de politieleiding een norm van 60% arrestaties hanteerden. Door agenten een norm op te leggen worden de doorgaans sluimerende vooroordelen wakker gemaakt, hoe onbewust of onbedoeld dat ook moge zijn. Dan maakt het niet uit of het om een norm van het aantal boetes gaat, of de grootte van de boetes.

In Londen was de aanleiding de arrestatie van een 37-jarige zwarte vrouw. Er bleek alleen iets mis te zijn met haar buskaartje, meer was er niet aan de hand. Maar omdat de vrouw weigerde mee te werken werd zij met straffe hand en onder dwang geboeid en naar het politiebureau afgevoerd.

Vooroordelen zullen altijd blijven bestaan en we kunnen alleen proberen die te temperen en zoveel mogelijk te controleren. Maar we moeten alleszins proberen te voorkomen dat we een werkklimaat creëren waarbij deze vooroordelen de overhand krijgen. Daarbij moet een balans worden gevonden tussen de informatie die agenten meekrijgen bij hun opdracht en de insteek van het politiemanagement.

Het lijkt dus vooralsnog een intrinsieke oorzaak te zijn die het racisme losweekt bij de agenten. Preventief fouilleren zonder individuele verdenking is een dusdanige inbreuk op de privacy, dat het vooroordelen in de hand werkt zonder dat agenten dat in de gaten hebben. Maar ook met de hoger hand opgelegde doelen lijken vooroordelen vrij spel te hebben.

De volgende vraag die we ons dus moeten stellen: Is preventief fouilleren de beste manier om wapengeweld en wapenbezit tegen te gaan?
En het feit dat dit soort onderzoeken telkens meer vragen opwerpen dan dat er worden beantwoord, geeft aan dat we nog niet in de buurt zijn van een eenduidige oplossing om wapenbezit en -geweld tegen te gaan.

Preventief fouilleren, met het aanwakkeren van racisme en vooroordelen, lijkt absoluut niet de juist keuze in Nederland. Voor uw privacy niet, voor de agenten niet en strafrechtelijk al helemaal niet.

Bronnen:
De Volkskrant
NRC Handelsblad
BBC News
Scriptie Karin Woltering: De onbeschermde onschuldige
www.preventieffouilleren.nl