Gesprek met een pedofiel (1): Onbedwingbare gevoelens en het gevaar van een heksenjacht


Afgelopen weekend opende het los-vaste hackerscollectief Anonymous de jacht op pedofielen en pedofielenwebsites. De actie loopt nu bijna een week en de resultaten mogen, op zijn zachtst gezegd, gevarieerd genoemd worden.

Het Openbaar Ministerie heeft de actie inmiddels afgekeurd en hoopt dat het geen kwalijke gevolgen zal hebben voor onschuldigen. Ook bestaat nu de mogelijkheid dat pedofielen als een schrikreactie hun kinderporno van de computer gaan wissen, wat een eventueel onderzoek en veroordeling kan bemoeilijken.

De eerste lijst met namen die werd gepubliceerd bleek niet helemaal juist te zijn. Zojuist is via Twitter via een betrouwbare bron bevestigd dat de lijst met namen in eerste instantie wel correct is, maar dat de lijst met IP-adressen niet correct is. Wat de gevolgen hiervan kunnen zijn is nog niet helemaal duidelijk, maar de anonieme bron betreurt de te snelle publicatie.

Gisteren sprak een zelfverklaarde pedofiel mij aan via Twitter. Om het hele verhaal van de juiste nuance te kunnen voorzien, krijgt u hieronder het eerste deel van het integrale interview te lezen dat ik heb gehad met deze pedofiel. Uiteraard wil hij zijn privacy beschermen, en gaat daarom schuil onder de naam Chaos. Zijn echte naam is bekend bij de redactie en zal onder geen beding worden vrijgegeven.

Wanneer merkte je voor het eerst dat je gevoelens voor kinderen koesterde?

“Toen ik 6 was was ik al verliefd op een klasgenootje. Ik had toen echter nog geen besef van seksualiteit. Ik herinner me wel dat ik me beslist niet tot meisjes aangetrokken voelde. Uitsluitend tot jongens, toen nog van mijn eigen leeftijd. Seksualiteit kwam pas vanaf een jaar of 12, 14 misschien. Ik was bijna 15 toen ik voor het eerst klaar kwam. Dat had misschien wel eerder gekund, maar ik was (en ben) erg preuts, dus er was niemand met wie ik seksspelletjes deed. Ik dacht toen nog dat die gevoelens wel over zouden gaan als ik wat ouder zou zijn. Het besef dat die gevoelens niet over zouden gaan kwam pas toen ik 16 was, tijdens een uitzending van Sonja Barend in gesprek met twee (bestuurs-)leden van Martijn, in 1986.”

Hoe voelde je je toen dat besef doordrong?

“Dat heb ik een keer mooi beschreven op jongensforum.net (december 2005), maar die site is nu niet bereikbaar, dus ik zal het nog eens proberen:
Het was dus tijdens die uitzending van Sonja Barend. Donkere wolken pakten zich samen boven mijn toekomstbeeld. Het werd pikzwart. Ik trok me terug op mijn kamer, en ben daar eigenlijk nooit meer weg gekomen. Pas toen ik het bestaan van valium ontdekte kon ik weer enigszins normaal functioneren. Dat was drie of vier jaar later.”

Weten mensen in je omgeving hiervan?

“Vrijwel iedereen met wie ik omga weet er van. Ze zijn er niet allemaal even positief over. Het heeft wel even geduurd voor ik ermee naar buiten kwam. Mijn vader was de eerste die het hoorde. Ik was toen 22 of 23. Hij zag in mijn ogen dat er iets was, en hij drong erg aan. Ik was onder invloed van ruim voldoende valium, maar het flapte er niet zomaar uit. Mijn vader heeft écht moeten aandringen. Daarna was het veel makkelijker om het ook aan andere familieleden te vertellen. Ik was al 28 toen ook mijn vrienden het één voor één van mij te horen kregen. Tegenwoordig is mijn voornaamste motivatie om het te vertellen simpelweg het feit dat ik niet met mensen om wens te gaan die me niet volledig accepteren zoals ik ben.”

Wat vind je van de actie van Anonymous om pedofielen op te jagen?

“Ik vind dat erg ondoordacht. Een kat in het nauw maakt rare sprongen, en ik sluit niet uit (integendeel) dat er meer pedofielen zijn die op kinderen springen wanneer alle mogelijkheden om hierover met andere pedofielen van gedachten te wisselen van het internet verdwenen zouden zijn. Ondoordacht dus, en nazistisch/fascistisch (vanuit mijn perspectief) omdat er (in eerste instantie?) geen onderscheid gemaakt wordt (werd?) tussen pedofielen, pedoseksuelen, kinderpornoverzamelaars, pederasten, kinderverkrachters, kindermisbruikers, en pedofielen die wel eens een fout hebben gemaakt.
Wat vind je van de actie van Adolf Hitler om Joden op te jagen? Gelukkig zijn er nog steeds verschillen tussen die situatie toen, en deze situatie nu, maar er zijn steeds minder verschillen, en ze worden steeds kleiner.”

Wat zijn de grootste gevaren volgens jou van zo’n actie?

“Er zou dit kunnen gebeuren (klik op de link om het filmpje te bekijken) “The Dunblane Massacre”:

<a href='http://www.youtube.com/watch?v=gcq4VmLRTuk

Dat is immers al eens eerder gebeurd. De dader was een pedofiel die zich in het nauw gedreven voelde.
De maatschappij zal voor kinderen hoe dan ook niet veiliger worden als gevolg van deze actie.
Alles wat bespreekbaar is is beheersbaar. Onbespreekbaar = onbeheersbaar. Ook daarom spreek ik er graag over. “Bovendien heb ik niets te verliezen, wat op zich gevaarlijk zou kunnen zijn. Het is niet uitgesloten dat ook ik een keer door zou kunnen draaien. Maar ik acht mij niet in staat om op kinderen te schieten. Ik schiet veel liever op mensen die pedofilie verketteren zonder daar enige nuance in aan te brengen. Maar wat dat betreft is niets uitgesloten. Ook de meest vredelievende pedofiel, in de meest ware zin van het woord, zou misdaden jegens kinderen kunnen begaan, als je ‘m maar ver genoeg in het nauw drijft.””

Kun je gevoelens voor kinderen goed onderdrukken, of zijn ze altijd aanwezig?

“Er zijn gevoelens van liefde, en er zijn gevoelens van lust. Het verdient geen aanbeveling om gevoelens van liefde te onderdrukken, hoewel ik in het huidige klimaat niet zou durven die gevoelens te uiten. De gevoelens van lust heb ik goed onder controle, maar die zijn niet altijd aanwezig. Het zijn gevoelens van affectie die wel altijd aanwezig zijn. Er doen zich echter helaas geen situaties meer voor waarin ik de gevoelens van affectie zou kunnen uiten. De lustgevoelens zijn altijd seksueel. Ik hecht meer waarde aan de gevoelens van liefde en affectie. Om lustgevoelens te bevredigen heb ik geen kinderen nodig. Slechts wat fantasieën, en mijn eigen hand, hoewel de hand van iemand anders ook wel zou kunnen helpen, als je begrijpt wat ik bedoel. Hierbij wil ik nog wel even refereren aan een wetenschappelijk onderzoek: http://www.csulb.edu/~asc/child.html”&#8221;

Denk je dat pedofielen terecht opgejaagd worden, m.a.w. denk je dat pedofielen geestesziek zijn?

“Het is hoe dan ook niet te genezen. Je mag het noemen hoe je wilt, feit blijft dat het niet te genezen is. Volgens mij is het aangeboren. Het zit in de genen. Dus is het, volgens mij, gewoon een geaardheid, zoals homofilie, zoöfilie… misschien ook dingen als necrofilie, maar daar kan ik niet over oordelen. Ik weet immers te weinig over de andere parafilieën.”

Hoe kijk je zelf tegen het begrip pedofilie aan?

“Ik weet ook niet alles zeker, en ik begrijp er ook maar weinig van. Ik zou nog wel moeten toevoegen dat ik een zogenaamde ‘kernpedofiel’ ben. Dat wil zeggen dat ik uitsluitend op jongens van een bepaalde leeftijd val (ongeveer 4 tot ongeveer 14). Dat heeft belang omdat er ook pedofielen zijn die wel verliefd kunnen worden op mannen en/of vrouwen.”

Chaos wijst me na het interview nog op een verhaal dat hij ooit heeft geschreven. Volgens hem zou het mensen kunnen helpen om iets meer begrip te krijgen voor gevoelens die hij heeft, maar waar hij nooit voor heeft kunnen kiezen. Hij benadrukt dat het een waargebeurd verhaal is, maar dat het wel zijn interpretatie is en dat het dus niet helemaal objectief is. Voor geïnteresseerden in het verhaal van Chaos, klik hier.

Chaos wil hier expliciet het volgende bij vermelden:
“Wel kan ik je verzekeren dat ik die jongen nooit een haar gekrenkt heb. Zijn moeder heb ik nooit weer gezien, en dat is maar goed ook. Er zijn wel ‘ongelukken’ gebeurd jegens een vriendin van haar. Ik heb daar vrijwel ALLE ruiten ingegooid. De vader van de jongen verklaarde later tegenover mijn vader dat ik precies de goeie ruiten in heb gegooid. Geen spijt van.”

Advertenties

Koekje van eigen deeg


Rutger Castricum is Neerlands meest vervelende interviewer. Punt. En hoewel er iets voor te zeggen is dat hij met zijn manier van interviewen opvallende quotes boven haalt en mensen, zichtbaar, tergt, heb ik er als persoon en als journalist weinig goede woorden voor over.
Maar tegelijkertijd moet ik toegeven dat dat brutale waarmee hij mensen benadert ook wel iets aantrekkelijks heeft. Het levert dezelfde soort televisie op als met bijvoorbeeld Ali G, Borat en The Office: de plaatsvervangende schaamte leidt tot een opgelucht lachen. Met het verschil dat wat Rutger doet, naar we aannemen, wel echt is en niet in scene is gezet.
Neemt niet weg dat het ook wel eens leuk is om te zien dat de rollen worden omgedraaid. Dat meneertje Castricum, die van schofferen en beledigen zijn werk heeft gemaakt, een koekje van eigen deeg krijgt. Deze week was het dan eindelijk zo ver. In De Wereld Draait Door krijgt hij ervan langs van Felix Rottenberg, Frenk van der Linden (de beste interviewer van Nederland op dit moment) en Jan Mulder, die met zijn drieeen een front vormden tegen Castricum.
Maar ook die aanval kon Castricum pareren door aan Van der Linden te vragen: ‘Wie ben jij ook alweer?’. Omdat het grote publiek wat minder goed bekend is met Van der Linden, maakte hij daar wel een goed punt. Maar toch, het deed me goed om te zien dat Rutger het wel moeilijk had. Je kan je nog zo cool opstellen en doen alsof er niets aan de hand is, maar het gezweet van Rutger verraadde meer dan hij had willen prijsgeven. Ik hoop dat dat koekje van eigen deeg een zure nasmaak had.

“Ik zocht de speed niet op, de speed zocht mij”


 Het eerste interview in een serie over bijzondere, normale mensen gaat over Theo (gefingeerd, echte naam bekend bij de redactie). Theo was jarenlang verslaafd aan speed (pep) en raakte alles kwijt wat hij lief had. Maar hij lijkt op de goede weg naar herstel. “Maar je weet het nooit zeker. Als ik te veel tegenslagen tegelijkertijd krijg, is mijn eerste reactie: Snuif gewoon je problemen weg.”

“Ik voel me vaak onbegrepen. Misschien dat dat gedeeltelijk ook wel mijn schuld is, maar omdat ik eerlijk ben tegen mensen krijgen ze wel meestal een slecht beeld van me. Ik dacht altijd dat eerlijkheid het langst duurde, maar ik heb ontdekt dat dat lang niet altijd het geval is.”

We zitten in het huis van Theo. Nou ja huis, het is meer een veredelde schuur. Hij woont in wat ooit het tuinhuisje van een studentenwoning is geweest. Hij woont nu ruim vier jaar, maar hij is de erbarmelijke leefomstandigheden nu wel beu.
“In het begin was het ideaal hier. Weinig huur betalen voor een woning die precies groot genoeg voor me was. Maar ja, toen hield ik me voornamelijk bezig met snuiven, blowen en zuipen. Nu is mijn leven veranderd, doe ik niets meer van dat, en dan blijkt dat dit toch niet zo ideaal is als ik eerst had gedacht.”

Theo’s levensverhaal is er eentje van hoge pieken en diepe dalen. Hij verloor zijn vader op jonge leeftijd, en dat maakte een diepe indruk op hem. En hij was tot ruim zes jaar geleden een gelukkige puber. Hij had een vriendin, haar naam wil hij liever niet in het artikel, hij ging naar school en hij werkte in de avonduren en in het weekend bij een boomkwekerij. Alles leek rozengeur en maneschijn.

Totdat hij een woning betrok in een kraakpand.

Daar kwam hij in aanraking met mensen die er een wat andere levensstijl op na hielden dan hij gewend was. Ze gebruikten drugs, voornamelijk speed (pep). “In het begin was het leuk om het eens te proberen. En daarna volgde nog een gek weekend waarin we los gingen. En daarna nog een, en nog een. Voordat ik het wist was ik een paar maanden verder, en snoof ik iedere dag. Ik werd ’s ochtends wel eens wakker, en dan zat mijn neus helemaal in mijn hoofd. Dan moest ik die met een pen weer terug op zijn plek zien te krijgen. Maar ik hield niet op.”

Het lukte hem om de erfenis van zijn vader, zo’n vijftienduizend euro, in een jaar tijd weg te snuiven. “En dan moet je bedenken dat pep maar vijf euro de gram kost. In tegenstelling tot sos (cocaïne), waarbij je twintig tot vijfentwintig euro de gram betaalt. Maar ik haalde soms tien gram, en dan moest ik de volgende weer tien gram halen omdat het al op was.”

Het begin van het einde
Het gaat snel bergafwaarts met hem. Hij verliest langzaamaan het persoonlijke contact met zijn vriendin, iets waarvan hij nog altijd spijt heeft. Ook was al vastgesteld dat hij een milde vorm van ADHD had, die zienderogen toenam met het toenemende gebruik van pep. “Man, ik was een stuiterbal. Ik was all over the place.” Hij merkt ook dat hij agressiever wordt.

Hij brengt steeds minder tijd door met zijn vriendin, en in de tijd dat ze nog samen zijn krijgen ze steeds vaker ruzie. Hij weet zijn verslaving nog lang te verbergen voor haar, tot zijn eigen verbazing. “Dan lagen we ’s avonds op bed en wachtte ik tot ze sliep. Soms kon ik niet eens zo lang wachten. Dan ging ik naar het toilet en snoof zoveel als ik kon in een keer in mijn neus. Dan ging ik weer naast haar liggen, zo vaag als een tonnetje natuurlijk.”

Deze levensstijl eindigt met een knal. Zijn vriendin ontdekt dat hij, ondanks vele valse beloftes, nog steeds gebruikt, en meer nog dan ooit. Hij wordt door haar vader hardhandig het huis uit gewerkt, en haar vader zweert hem dat als hij hem nog een keer tegenkomt of hij als weer in de buurt van zijn dochter komt, hij het hoofd van Theo van zijn romp zal rukken. “Tot de dag van vandaag steek ik nog steeds de straat over als ik hem zie lopen. Wat ik hem, zijn familie en vooral zijn dochter heb aangedaan (sommige zaken houdt Theo liever voor zichzelf vanwege de schaamte voor zijn gedrag en acties), is inderdaad te erg voor woorden. Ik zou hetzelfde reageren als ik in zijn schoenen stond.”

Alleen op de wereld
Hij besluit, het valt hem zwaar zo geeft hij toe, te verhuizen. Weg uit het kraakpand waar de verleiding immer op de loer ligt, en naar een tuinhuisje achter een studentenwoning. “Lage huur, precies genoeg ruimte en omdat ik in die tijd nog steeds snoof was het perfect om niet te hoeven denken aan schoonmaken. Op mijn slechtste momenten was het er dan ook een zwijnenstal. Je moet je voorstellen: ik was soms vijf of zes dagen non-stop wakker, en bleef maar doorgaan. Op een gegeven moment werd ik zo vaag en vreemd, dat ik niets meer kon. Dan lag ik soms anderhalve dag met opengesperde ogen naar het plafond te staren, zo vaag dat ik was. Dan is schoonmaken niet eens iets dat bij je opkomt.”

Zijn leven lijkt in een neerwaartse spiraal belandt. Met wie hij ook omgaat, waar hij ook naartoe gaat, overal lijkt de pep op de loer te liggen. “Pas later besefte ik dat de pep mij niet opzocht, maar ik de pep. Toen pas realiseerde ik me dat ik het probleem was, en niet de pep.”

De weg omhoog
Hij besluit zijn leven rigoureus om te gooien. “Ik zei de pep vaarwel, kreeg een baan bij een landelijk bekend bedrijf en begon daar met werken in het magazijn. Daar leerde ik dat ik wel degelijk in staat was om mijn leven te beteren. Alles wat ik nodig had, zowel vanwege de pep als vanwege mijn ADHD, was regelmaat. En dat kreeg ik daar. Ik maakte daar nieuwe vrienden, vrienden die het beste met me voor hadden. Voor het eerst zag ik het leven als iets waar ik deel van uit wilde maken, en niet als iets dat beter was om ermee op te houden.”

Hij heeft nog steeds terugvallen, maar die duren steeds minder lang en lijken steeds minder heftig te zijn. “Ik denk dat ik dat nodig had. Zo af en toe het besef dat pep er nog wel voor me was. Maar door steeds even terug te vallen, ging ik beseffen dat ik gewoon helemaal niet meer nodig had. Ik was gewend om iets in mijn neus te stoppen, dat was het. Niets meer en niets minder.”

Inmiddels heeft hij de pep afgezworen, blowt hij niet meer en het enige dat hij zich af en toe, met mate, toestaat, is een glaasje alcohol. Door mijn ADHD werd ik enorm vaag van pep, en werd ik actief van wiet of hash. Maar alcohol heeft hetzelfde effect op mij als dat het op andere mensen heeft. Als ik genoeg drink word ik moe, en heb ik alleen nog maar zin om te slapen. Ideaal dus, als ik het even moeilijk heb.” Maar Theo beseft maar al te goed dat hij ervoor moet waken dat alcohol geen vervanger wordt van pep of wiet. “Want zo werkte het in het verleden. Dan dacht ik dat ik van het ene goedje af was, terwijl het gewoon verving met een ander goedje. Nu weet ik wel beter.”

Er is een ding dat hij wel heeft overgehouden aan zijn pep-periode: zijn slangen. Hij heeft een grote passie voor reptielen, in het bijzonder slangen. “De eerste twee slangen kreeg ik van mijn ex-vriendin. Haar vader, de man die ik beter niet meer op straat kan tegenkomen, kocht mijn eerste terrarium. Die heb ik nog steeds, en misschien vanwege dit verhaal zijn die slangen hem meer waard dan wat dan ook. “Ik heb haar al zo vaak mijn excuses willen aanbieden, op zo’n een manier dat ze begrijpt dat ik mezelf zoveel pijn heb gedaan door haar zo te behandelen. De enige manier dat ik dat kan doen, is voor deze slangen te zorgen alsof het mijn eigen kinderen zijn.”

Theo is gelukkig nu, zegt hij. “Ik heb het nog wel eens moeilijk, natuurlijk. Eens een gebruiker, altijd een gebruiker. Dat is nu eenmaal zo. Maar ik heb de geestelijke kracht ontwikkeld om te doorzien dat ik geen behoefte heb aan pep, maar dat ik soms wat moeite heb met de werkelijkheid. Als ik bijvoorbeeld veel tegenslagen heb, denk ik automatisch weer aan pep. Als het goed met me gaat, denk ik nooit aan pep. Daardoor weet ik dat het gevoel, de verslaving, een vals gevoel is.”

Hij heeft sinds kort weer een vriendin, en een nieuwe baan. “Als operator, want dat doe ik het liefste. Klooien met machines, problemen oplossen, werken onder druk. Mijn collega’s kijken me soms raar aan, als ik weer over de werkvloer stuiter omdat er een probleem is. Maar dan denk ik altijd: ze moeten me gewoon leren kennen. Dan begrijpen ze mij beter.”

Want dat is een belangrijke les die Theo heeft geleerd. Dat mensen alles wat ze niet kennen met argusogen bekijken. “Maar als je ervoor zorgt dat ze gaan begrijpen dat ze ergens bang voor zijn waarvoor ze niet bang hoeven te zijn, dan heb je een begin gemaakt. Een begin waarop je verder kan bouwen. Dat is ook het mooie van mijn nieuwe vriendin, zij wist ook eerst niet wat ze met me aan moest. Maar nu kan ze niet meer zonder me, haha!”

Wat verwacht hij van de toekomst? “Een gelukkig leven met mijn nieuwe vriendin, drugsvrij natuurlijk. En ik hoop dat ik ooit andere mensen met ADHD kan helpen. Het heeft mij heel veel moeite gekost om daarmee om te leren gaan. Maar het is gelukt, en ik denk dat ik daarin een bijdrage kan leveren. Veel mensen kennen ADHD maar weten niet echt wat het is, kunnen zich er niet in verplaatsen. Als ervaringsdeskundige kan ik dat wel, en ik hoop dat ik zo andere mensen zou kunnen helpen.”

Redactioneel commentaar: Heb jij ADHD of ken je iemand met ADHD en wil je meer informatie hierover? Neem contact op met de redactie, en wij sturen je verhaal door naar Theo. Samen zullen we proberen je zo goed mogelijk te helpen. Dit geldt ook voor mensen die een verslaving hebben, of die iemand kennen die verslaafd is. Hulp is er altijd, en een uitweg ook. Dat bewijst dit verhaal eens te meer.