Homo-emancipatie in Kenia gaat met kleine stappen


De campagne tegen aids heeft homo’s in Kenia zichtbaar gemaakt. Ze moesten uit de kast en de overheid moest hun bestaan erkennen. “Vroeger hadden we niet openlijk dit gesprek kunnen voeren.”

Een slanke man met een pot hete kolen op zijn hoofd zwiert uitdagend met zijn schaars geklede onderlichaam. Mutishya, hoofd van het homoproject Kipe, applaudisseert. “We willen onze klanten niet alleen klinische hulp geven. Komen ze voor medicijnen of advies, dan krijgen ze ook vertier, waarbij ze zich als homo kunnen gedragen.”

Topistex Oyango, een sociaal werker in de kliniek, moedigt de dansers in het flikkerende discolicht aan tot meer vrije expressie. Ze vertelt: “Ze moeten zich kunnen uiten, want homo’s in Kenia hebben een laag zelfbeeld. Ze zijn destructief en wij willen ze zelfverzekerd maken.”

Homoseksualiteit komt via een omweg naar buiten in Kenia. Net als veel andere Afrikaanse landen kent ook Kenia veel homohaat. Maar het hoge aantal hiv-infecties dwong de overheid aandacht te schenken aan een van de meest kwetsbare groepen in de samenleving, de homo’s. En om dat te doen, moest de regering hun bestaan erkennen en moeten de homo’s uit de kast komen.

homkenia

In West-Kenia is het percentage aidsbesmettingen hoog. Daarom werd in de stad Kisumu het project Kipe voor hulp aan homo’s opgericht. Van de 600 klanten van Kipe zijn er 80 seropositief. “Alleen bij Kipe kan ik me vrij voelen”, vertelt de 28 jaar oude Emmanuel Oluoch. “In mijn dorp wordt ik gelyncht als ik me zoals hier zou gedragen.”

“Bent u homofoob?” vraagt Emmanuel op het verzoek voor een gesprek. Hij is twee weken geleden door zijn familie verbannen toen zijn broer roze Valentijnscondooms met smeermiddelen in zijn tas ontdekte. “Je bent erger dan een moordenaar”, riep zijn vader toen hij hem van het erf af schopte. Zijn ouders hadden een meisje in de familiekraal uitgenodigd om hem seks te leren. “Het lukte me niet, ik ben als homo geboren”, vertelt Emmanuel. “Maar ik durfde het niet te vertellen.”

Het heeft weinig zin om met ouders te gaan praten, heeft sociaal weker Topistex geleerd. Tot voor kort ontkende de overheid het bestaan van homo’s. De afkeer zit ongelooflijk diep. “Het is te gevaarlijk. Het beste wat we nu kunnen doen, is homo’s zichtbaar maken en de campagne tegen aids heeft ons daarvoor de ingang gegeven. Homo’s moeten eerst zichzelf accepteren, daarna kunnen we hun families gaan bewerken.” Er valt nog een lange weg te gaan maar er zijn de afgelopen jaren gigantische stappen gemaakt. “Een paar jaar geleden hadden we niet openlijk dit gesprek kunnen voeren.”

De Keniaanse president Kibaki vergeleek homo’s enkele jaren geleden met dorpsgekken. Een mild standpunt vergeleken met rabiate antihomoteksten van politici, geestelijken en traditionele stamhoofden in Oegande, Zimbabwe og Nigeria. Dorpsgekken worden getolereerd maar niet voor vol aangezien. “Kibaki is neutraal, hij doet geen controversiële uitspraken”, vindt Topistex.

Over de Westerse druk op Afrikaanse landen om homorechten als mensenrechten te accepteren, heeft ze twijfels. “We moeten druk van onderop uitoefenen”, zegt ze. “We moeten homo’s aanmoedigen zich te laten zien, tonen dat er velen zijn en ze niet meer om ons heen kunnen. Emancipatie doen we zelf wel. Als Afrika de wind van voren krijgt over homo’s, dan volgt er een tegenreactie en komen levens van homo’s in gevaar.”

Ook Mutishya, hoofd van Kipe, wil vermijden de autoriteiten te irriteren. “Wanneer vroeger een man met een gescheurde anus bij de arts kwam, riep hij de politie. Nu vraagt de overheid artsen om smeermiddelen te verstrekken. Dat is vooruitgang. Kipe opereert voorzichtig en bereikt meer in stilte. Ons bestaansrecht is onze eis voor gelijkwaardige toegang tot gezondheidszorg voor homo’s. We willen overkomen als een groep die gezondheid stimuleert, niet homoseksualiteit.”

Kipe organiseert in haar kliniek toneel, een kerkdienst in de tuin, ballroomdancings en discussiegroepen. En de werkgroep seks op zaterdag. Dan komen mannelijke prostitués hun verhalen delen. Sekswerkers zijn de meest vrijgevochten en vermoedelijk ook de meest exhibitionistische homo’s.

“Hallo zusters”, opent een student van de universiteit van Kisumu de discussie. Hij is een sekswerker en draagt een t-shirt met het opschrift shuga, ‘nicht’ in het Kiswahili. “We hadden deze week tentamens en geen student had tijd voor mijn seksuele diensten”, klaagt hij.

Een andere jongen met roze T-shirt vertelt hoe zijn klant er vandoor wilde gaan zonder te betalen. “We moeten dit niet zomaar laten gebeuren”, zegt de hele groep in koor. “Dat heb ik ook niet gedaan”, lacht de jongen. “Ik greep zijn mobieltje en dreigde zijn moeder te bellen en te vertellen waar haar zoon was. Hij heeft toen onmiddellijk betaald.”

Advertenties