Halve finales EK 2012


Portugal – Spanje 0-0 (0-0) 2-4 na strafschoppen

Spanje kende een sterke start van de wedstrijd en zeker voor rust had de ploeg veel balbezit, zoals iedere wedstrijd van Spanje op dit EK. Maar het lukte Spanje niet om het balbezit uit te betalen in doelpunten. Doordat Portugal vroeg en scherp stoorde, kwam Spanje nauwelijks aan scoringskansen toe. Spanje werd alleen gevaarlijk met enkele afstandsschoten.

De voetballiefhebbers werden niet verwend deze wedstrijd, want in de tweede helft zakte de wedstrijd volledig weg. Spanje leek enorm angstig te worden zodra Nani en Cristiano Ronaldo de bal kregen, ook al deden ze er zelden iets gevaarlijks mee.
Het werd duidelijk dat gaandeweg de eerste helft de angst om de finale te missen beide ploegen in de greep nam. Pas op het einde van de tweede helft lukte het Ronaldo om weer even gevaarlijk te worden, maar net als twee vrije trappen die hij eerder die wedstrijd nam, schoot hij ook die bal over het doel van Spanje.

Pas in de verlenging die volgde na de reguliere negentig minuten speeltijd kwam Spanje een beetje los. Het leek erop dat de ene helft van het Iberische schiereiland er alles aan wilde doen om penalty’s te voorkomen. Met name Iniesta, maar ook Jesus Navas, waren dichtbij een doelpunt. De angst van Spanje voor penalty’s bleek echter ongegrond. Xabi Alonso miste voor de Spanjaarden, maar ook twee Portugezen (Joao Moutinho en Bruno Alves) misten vanaf elf meter, waardoor Spanje de eerste finalist van het EK 2012 werd.

Duitsland – Italië 1-2 (0-2)

Wat een verschil was deze wedstrijd vergeleken met de eerste halve finale die een dag eerder werd gespeeld. Het was duidelijk dat beide ploegen wilden winnen en dat straalde de 22 spelers uit. Het was Duitsland dat vanaf het begin aandrong en enkele goede kansen creeerden. Andrea Pirlo moest zelfs redding brengen op de lijn met zijn arm, nadat keeper Buffon was verslagen. Maar de scheidsrechter zag de vermeende handsbal niet en Italië kon weer hergroeperen. Nog voordat de neutrale kijker de kans kreeg om te denken dat Duitsland de finale zou halen, was daar enfant terrible Mario Balotelli. De veel bekritiseerde spits met zijn onnavolgbare gedrag kopte na twintig minuten een voorzet vrij gemakkelijk in, doordat zijn directe tegenstander weigerde hem goed te dekken.
Daarna leek Duitsland zoekende. Mario Balotelli kende echter geen genade toen Montelivio hem wegstuurde halverwege de speelhelft van Duitsland. Balotelli dacht slechts een fractie van een seconde na en gaf de bal zoveel kracht mee dat hij het net welhaast uit het doel schoot. De bal vloog in de kruising, en de gele kaart voor Balotelli nadat hij zijn shirt uittrok bij het juichen nam hij op de koop toe.
Toen gebeurde er iets wat we dit toernooi nog niet hebben gezien: Duitsland leek volkomen de weg kwijt. Italië bleef als een hecht team opereren, met aan de basis daarvan Andrea Pirlo. De man leek werkelijk alles goed te doen. Passen, schijnbewegingen, kapbewegingen, steekpassen, loopacties, alles wat Pirlo deed was goed gisteren. De oude meester nam daarmee nog maar eens, voor de zoveelste keer dit seizoen, wraak op zijn voormalige club AC Milan die hem eind vorig seizoen wegstuurde omdat hij te oud zou zijn.
Pirlo loopt bij al zijn acties zo slim, dat hij zelfs op zijn leeftijd nog makkelijk mee kan komen in het huidige voetbal.
In de tweede helft was het voor Duitsland alles of niets. De aansluitingstreffer had idealiter in het begin van de tweede helft moeten vallen, maar dichterbij dan het raken van de lat kwam Duitsland niet. Italië leek geen enkel moment werkelijk in de problemen, en de ploeg bleef voetballen met een teamgeest die waarschijnlijk bij geen enkel land zo sterk is als bij hen.
In de laatste tien minuten kreeg Italië enkele behoorlijke kansen om uit te lopen naar 0-3, maar het was middels een gelukkig gekregen penalty Duitsland dat drie minuten voor het einde nog 1-2 maakte. Het werd nog even spannend, maar eigenlijk was het wel duidelijk: Italië was de betere ploeg en gaat verdiend door naar de finale van het EK 2012.

Finale EK 2012

Spanje – Italië

Kwartfinales EK 2012


Tsjechië – Portugal 0-1 (0-0)

Het was zaak voor Tsjechië om het Portugese wonderkind Ronaldo aan banden te leggen, en in de eerste kwartfinale van het EK 2012 lukte dat in het begin van de wedstrijd heel aardig. Nani lag aan banden bij linksback Limbersky waardoor het gevaar van de Portugezen in het begin al spoedig in de kiem gesmoord werd.
Dat veranderde gaandeweg de eerste helft. Ronaldo kreeg steeds meer ruimte en vrijheid, en kon zich met groter wordend gevaar steeds meer onderscheiden.
Zo ging een vrije trap net over en ook een mooie omhaal trof geen doel. De mooiste actie bleef echter uit tot in de laatste minuut van de eerste helft. Ronaldo kreeg de bal in het strafschopgebied aangespeeld, nam knap aan en schoot uit de draai op de paal.
Na rust ging Portugal door waar het aan het einde van de eerste helft was gebleven. Maar nu was het niet alleen Ronaldo die kansen kreeg (via vingertoppen van Cech wederom een bal op de paal), maar ook Hugo Almeida (net over gekopt) en Joao Moutinho (afstandsschot) werden gevaarlijk voor het Tsjechische doel. Na de vele aanvallende impulsen leek de Portugese storm te bedaren, en leek het duel af te stevenen op een gelijkspel. Maar wie anders dan de Portugese held Ronaldo besliste het duel zo’n tien minuten voor tijd. In die tien minuten kwam Tsjechië geen moment nog in de buurt van het Portugese doel, waardoor donderdag de eerste ploeg van de halve finales bekend was.

Duitsland – Griekenland 4-2 (1-0)

Duitsland is voor ondergetekende op het moment de enige ploeg met de kwaliteiten en het teamspel om het kampioen Spanje lastig te maken. Dat werd eens te meer duidelijk tegen het onthutsend zwakke Griekenland.
De Grieken konden immers bouwen op een verdediging die in kwalificatiereeks opvallend vaak de nul hield. Ook kregen de Grieken maar heel weinig doelpunten tegen in die kwalificatie, waardoor de wedstrijd op voorhand een eenzijdige loopgravenoorlog zou worden. Met Duitsland in het offensief, en de Grieken ingemetseld in de verdediging.
De Griekse keeper, de vanuit alle hoeken ballen op zich af zag komen, oogde vrij onzeker. Dat vuurde de Duitser alleen nog maar meer aan. Het duurde echter bijna veertig minuten voordat de Duitser scoorden, wat toch een klein wonder mocht worden genoemd.
Na de rust gebeurde er iets wat niemand had verwacht, hoewel de Grieken dat bijna iedere wedstrijd doen waarin ze achter komen: ze scoorden de gelijkmaker. Een snelle, goed uitgevoerde counter stelde oud-Heerenveen speler Samaras in de gelegenheid om de 1-1 binnen te frommelen. Opvallend moment volgde direct daarop, toen Neuer het been van Samaras nog even leek vast te pakken.
De Griekse vreugde was echter van korte duur. Khedira schoot snoeihard de 2-1 binnen, waardoor de Grieken weer terug bij af waren. Dat eerste Duitse doelpunt in de tweede helft gaf het startsein voor een klein kwartiertje van doelpunten maken. In minder dan vijftien minuten tijd liepen de Duitsers doodsimpel uit naar een 4-1 voorsprong.
Ze weigerden echter de Grieken volledig kapot te spelen, en gaven de voormalig Europees kampioen zodoende nog de eer van een treffer: een ongelukkige handsbal van Boateng zorgde ervoor dat Salpingidis de penalty mocht benutten. Maar er overheerste maar één gevoel na afloop: de gretigheid, de passie en de wil om te winnen waarmee de Duitsers dit toernooi spelen. Wat ondergetekende betreft na Spanje dé ploeg die Europees kampioen kan worden.

Spanje – Frankrijk 2-0 (1-0)

Vooraf werd gesproken over de mooiste kwartfinale van het toernooi. Twee grootmachten tegen over elkaar, dat kan alleen maar vuurwerk en spektakel opleveren. Niets was minder waar.
Toegegeven, het spel van de Spanjaarden was bij tijd en wijle fenomenaal. Hoe makkelijk de bal rondgaat bij de ploeg geeft de andere landen toch te denken.
Maar het schokkendste van de avond was Frankrijk. Onthutsend zwak gaf het partij tegen Spanje. En zoals gezegd: Spanje speelt buitenaards goed voetbal, maar Frankrijk heeft de voetballers om het de Spanjaarden lastig te maken. Maar geen enkel moment kwam de halve finale in gevaar voor Spanje.
Linksback Jordi Alba speelde een bijzonder goede wedstrijd, en bekroonde dat al na 19 minuten door aan de basis te staan van de 1-0. Iniesta speelde de opgekomen Alba vrij en diens voorzet belandde bij Xabi Alonso die de 1-0 binnen kopte.
Hoe anders was het op rechts bij de Spanjaarden. Daar speelde Arbeloa, alweer, verbijsterend zwak. Ribery liet zijn man aan die kant lopen, al was eerst nog niet duidelijk waarom. Maar toen Arbeloa enkele acties en voorzetten verder was, bleek dat Ribery daarmee geen inschattingsfout had gemaakt. Als Arbeloa vervangen zou worden door een goede rechtsback, staat er een compleet Spanje op het veld.
Toegegeven, ook zonder Arbeloa al te veel in het spel te betrekken, was Spanje nog altijd heer en meester op het veld.
Na de rust probeerde Frankrijk met dezelfde elf namen maar in ietwat gewijzigde opstelling het de Spanjaarden wél moeilijk te maken, maar op een kans voor Debuchy na, mocht dat niet baten. Sterker nog: het was Spanje dat op het einde van de wedstrijd nog een penalty mocht nemen. Zodoende kon jubilaris Xabi Alonso (hij speelde zijn 100e interland) het feestje compleet maken door een tweede doelpunt te scoren, en een plek in de halve finales veilig te stellen.

Engeland – Italië 0-0 (0-0) 2-4 na strafschoppen

Eindelijk was er de rust bij Engeland. Eindelijk was er weer eens vertrouwen. En het volk geloofde in bondscoach Hodgson. Toch mocht het niet zo zijn voor Engeland.
De beginfase van de wedstrijd was als geen andere kwartfinale die al eerder waren gespeeld: beide ploegen voetbalden om aan te vallen. Dat resulteerde na welgeteld zes minuten voetbal al in twee enorme kansen, elk land eentje: De Rossi trof paal en Johnson trof Italiaanse keeper Buffon op zijn weg.
Het vuurwerk hield aan, zij het getemperd. Engeland nam het heft in handen, zonder dat het daarbij echt gevaarlijk werd. De Italianen combineerden veel en vaak ook iets beter dan de Engelsen.
Na een half uur voetbal lukte het de Italianen om zich onder de druk van de Engelsen uit te combineren. Zo zag Cassano zijn inzet gered worden door Joe Hart en schoot Balotelli net over.
Na rust was Italië de betere ploeg. Af en toe lukte het Engeland om met een plaagstootje uit de verdediging te kruipen, maar meer zou het niet worden.
In de verlenging werd twee zaken duidelijk. Allereerst had Engeland vooraf op penalty’s geoefend, en het was evident dat de ploeg voetbalde om daar te geraken. Italië was er alles aan gelegen om de penalty’s de vermijden. Diamanti raakte namens Italië de paal en Nocerino’s treffer werd afgekeurd wegens buitenspel.
Het kwam dus op penalty’s aan. En hoewel de Engelsen daar veel op hadden geoefend was dat niet te zien. Montelivo mist nog namens Italië, maar daarna faalden twee Engelsen waardoor Italië met een behoorlijk aantal speelminuten in de benen zich gaan opmaken voor de halve finale tegen Duitsland.