CULTUUR | Geheimen uit het Diepe


De raarste dingen uit de wateren van New York

De wateren van New York City vertellen zo veel verhalen dat je er boekwerken van kunt schrijven. Hieronder een opsomming van de meest vreemde objecten die er de afgelopen decennia uit de wateren van New York zijn gehaald. En niet schrikken, want er zitten behoorlijk vreemde dingen tussen.

Dit is een verkorte weergave van het in 2009 gestarte project in New York Magazine dat als titel draagt ‘Secrets of the Deep’, ofwel ‘Geheimen uit het Diepe’. Dit zijn enkele van de meest vreemde objecten die zijn opgediept.

Copyright: epa.gov

Copyright: epa.gov

Dode giraffe
Ja, je leest het goed. Van alle dingen die je redelijkerwijs mag verwachten op de bodem van een haven in een grote stad, is een Afrikaans zoogdier met een lange nek een van de minst waarschijnlijke. De Army of Corps of Engineers vond het kadaver van een giraffe in de Lower New York Bay. Het dier raakte te water nadat het probeerde te ontsnappen van een circus schip, aldus New York Magazine. Het voorval zou begin jaren tachtig hebben plaatsgevonden.

Oude dinertafel
Ergens in de East River op de bodem staat een ouderwetse dinertafel overeind. Commercieel duiker Lenny Speregen kan zich neit herinneren zoiets ooit te hebben gezien, en zegt hierover: “Hij staat kaarsrecht overeind, vrij van andere zooi op de bodem. Het maakt dat ik de tafel wil opmaken met theekopjes.”.

IJscotrucks
You scream, I scream, zelfs vissen schreeuwen om ijs! In 1969 dumpte het New York State Department of Environmental Conservation een hoop Good Humor ijscotrucks vlakbij Atlantic Beach. De achterliggende gedachte was om een kunstmatig rif aan te leggen van de banden, de auto’s en andere onderdelen, door de trucks van een schuit te kieperen. Vandaag de dag is het een uitstekende locatie om kreeften en zwarte zeebaars te vangen.

1600 staven zilver
In 1903 kapseisde een schuit met aan boord 7678 zilveren baren in de Arthur Kill, de haven tussen Staten Island en New Jersey. Hoewel ruim 6000 staven werden teruggevonden, liggen zo’n 1600 staven nog op de bodem. Voor wie wil weten of het de moeite waard is om te zoeken naar deze staven, de huidige waarde ligt rond de $26 miljoen dollar.

Een robothand
Soms vinden de curatoren van Underwater New York mysterieuze objecten waarvan de oorsprong niet achterhalen is. De robothand die op het Great Kills Park strand op Staten Island werd gevonden is er daar eentje van. De vondst roept de vraag op: loopt er op een Staten Island een robot zonder hand rond in het wild?

Dode lichamen
Voor de maffia in een metropool is het heel normaal om levenloze lichamen te dumpen in een der grote rivieren. De waterwegen in New zijn daarop geen uitzondering. Wanneer de lichamen in de winter te water worden gelaten, blijven ze vaak onderwater. Maar in de lente, wanneer het warmer wordt, ontbinden de lichamen aanzienlijk snellers, waardoor ze opgeblazen raken door de gassen en boven komen drijven.

Cement etende dieren
New York is de thuisbasis van gigantische ratten en allerhande insecten. En sommige van die insecten zijn ronduit bizar te noemen. Neem de marineworm. De teredo navalis, welke uitgroeit tot een enorme, 1.2 meter lange WORM, eet graag hout. En dan is er nog de limnoria tripunctata, welke lijken op kleine gordeldieren, die aan cement knaagt. Ja, een schaaldiertje dat cement eet. Het moet niet gekker (en gevaarlijker) worden.

Scheepswrak op een scheepswrak
Honderden schepen zijn vastgelopen op zandbakken of gezonken in de Hudson River. Niets nieuws dus voor commerciële duikers en baggerbedrijven. Maar een scheepswrak dat vastgelopen is op een nog veel ouder scheepswrak, is dat wel. Vlakbij Yonkers, New York ligt een cabin cruiser (de kleinst mogelijke jacht) op de overblijfselen van een nog veel ouder schip (men vermoedt een zeilschip uit de 19e eeuw).

 

Advertenties

Filosofie voor beginners {PHILOGRAPHICS}


Het is slechts weinig mensen gegeven om de kern van de diverse filosofische stromingen eenvoudig voor leken te verklaren. Mensen als bijvoorbeeld Bas Haring en Rob Wijnberg slagen erin om voor een groot publiek alle ‘isme’ uit de filosofie inzichtelijk te maken, maar zelfs dan blijft de filosofie, de koningin der wetenschappen, vaak een mysterieus onderwerp.

De in London woonachtige Genis Carreras heeft gepoogd met zogeheten ‘Philographics’ diverse filosofische stromingen terug te brengen tot een pictogram (klik hier om meer te weten te komen over de kunstenaar en zijn werk). Het resultaat is een overtuigend eenvoudig ontwerp om de filosofie te duiden. Juist voor leken zoals u en ik.

Absurdisme

Antropocentrisme

Deductionisme

Determinisme

Dualisme

Emotivisme

Eudemonisme

Existentialisme

Extropy (Transhumanisme)

Feminisme

Vrije wil

21 Redenen waarom Engeland verandert in Big Brother maatschappij


1. Een nieuwe wet in Engeland maakt het voor de regering mogelijk om alle telefoongesprekken, alle e-mails, alle bezochte websites, alle Facbook status updates en alle tekstberichten af te luisteren en te bekijken. Dit is een stukje uit een recent artikel uit de Telegraph: “Under legislation expected in next month’s Queen’s speech, internet companies will be instructed to install hardware enabling GCHQ – the Government’s electronic ‘listening’ agency – to examine ‘on demand’ any phone call made, text message and email sent, and website accessed in ‘real time'”.

2. De politie in Engeland gebruikt geavanceerde software die hen in staat stelt om ‘digitale voetafdrukken’ na te sporen van vrijwel iedereen die zij willen volgen. Dit stond in een nieuwsbericht in een van de Engelse kranten: “The Metropolitan Police has bought Geotime, a security programme used by the U.S. military which tracks suspects’ movements and communications and displays them on a threedimensional graphic. The software aggregates information gathered from social networking sites, GPS devices like the iPhone, mobile phones, financial transactions and IP network logs to build a detailed picture of the individual’s movements.”

3. In Engeland is er de “drie-keer-slaan-is-uit-regel”, dat eigenlijk betekent dat een hele familie van het internet kan worden afgesloten als een van de familieleden tot drie keer toe is beschuldigd van het schenden van auteursrechten.

4. In Engeland begint het vrije woord op het internet zijn vrijheid te verliezen. Een recent Engels voorstel dwingt internetproviders om zoveel mogelijk ‘extremistisch materiaal’ te verwijderen van het internet. Dit staat in het voorstel: “The Counter-Terrorism Internet Referral Unit does limited but valuable work in challenging internet service providers to remove violent extremist material where it contravenes the law. We suggest that the Government work with internet providers in the UK to develop a Code of Conduct committing them to removing violent extremist material, as defnied for the purposes of section 3 of the Terrorism Act 2006. Many relevant websites are hosted abroad: the Government should also therefor strive towards greater international cooperation to tackle this issue.”

5. In Engeland worden mensen, die ideeën aanhangen die indruisen tegen wat de overheid gelooft, gezien als potentiële terroristen. De overheid stimuleert haar burgers om deze mensen aan te geven bij de politie.

6. In Engeland zijn er meer camera’s per hoofd van de bevolking dan waar dan ook ter wereld. Er wordt geschat dat het land tenminste 4.8 miljoen bewakingscamera’s heeft draaien die ieder moment van de dag de burgers filmen.

7. In nieuwe overheidsplannen staat te lezen dat mensen die geen autoverzekering hebben of nog niet bij zijn met hun belastinggeld, door speciale camera’s bij benzinestation in de gaten worden gehouden. Als de camera een auto registreert waarop een van de twee eerder genoemde redenen van toepassing is, dan zal de camera een sein doorgeven aan de politie waarna deze direct de automobilist zullen arresteren.

8. In Engeland is het bij wet toegestaan dat burgers zonder enige aanleiding of reden daartoe gevolgd mogen worden door de politie.

9. Er zijn in Engeland duizenden ‘disfunctionele families’ die 24 uur per dag in de gaten worden gehouden door camera’s. Dit enkel om ervoor te zorgen dat deze mensen goed eten, op tijd gaan slapen en hun kinderen naar school sturen.

10. In Engeland kan de politie te allen tijde vragen om je legititmatie, zonder dat zij daar een goede reden voor hebben.

11. De politie is in het land bezig met speciale technieken die er toe moeten leiden dat criminaliteit voorspeld kan gaan worden.

12. Tienduizenden ouders die het beter vonden voor hun kind om thuis geschoold te worden in plaats van op een reguliere school, werden eerst grondig onderzocht door de politie op een eventueel crimineel verleden. Was er ook maar sprake van het kleinste misdrijf bij de ouders, dan mochten zij hun kind(eren) niet thuis opvoeden.

13. Op één school in Engeland werden de ouders eerst gecheckt op een eventuele pedofiele achtergrond, voordat zij hun eigen kinderen mochten begeleiden naar het kerstbal op school.

14. Als u in Engeland op straat predikt tegen het begaan van zondes, is er een goede kans dat u wordt opgepakt vanwege het zaaien van haat.

15. Christelijke voorgangers werd verteld dat als zij het woord van God en Zijn zoon Jezus wilden verkondigen op plaatsen waar hoofdzakelijk de islam beleden werd, dat zij zich dan schuldig maakten aan het zaaien van haat.

16. Een cafe-eigenaar werd onlangs door de politie beboet en bijna opgepakt omdat hij een DVD waarin het bijbelverhaal verteld wordt zonder geluid had aangezet in zijn cafe. Hij zou de DVD hebben afgezet nadat hij op agressieve wijze werd ondervraagd door de politie.

17. Het is nu niet toegestaan om de politie te fotograferen, om wat voor reden dan ook.

18. Als u in Engeland u vuil niet goed scheidt of weggooit op plaatsen waar het niet hoort, dan kunt u torenhoge boetes verwachten. Daarnaast hebben vele miljoenen inwoners al een chip in de vuilniscontainer, die registreert wat en hoeveel de Britten weggooien.

19. Een 79-jarige gepensioneerde dame kreeg van de politie een waarschuwing. Zij moest voortaan een fluoriscerend hesje dragen en drie gevarendriehoeken neerzetten voordat ze weer in haar tuin mocht werken.

20. De overheid is erop gebrand om informatie te verzamelen bij kleine kinderen. Het volgende is een stukje uit The Register: “The Government obsession with collecting data has now extended to five-year-olds, as local Commmunity Health Services get ready to arm-twist parents into revealing the most intimate details of their own and their child’s personal, behavioural and eating habits. The questionnaire – or ‘School Entry Wellbeing Review’ – is a four-page tick-box opus, at present being piloted in Lincolnshire, requiring parents to supply over 100 different data points about their own and their offspring’s health. Previously, parents received a ‘Health Record’ on the birth of a child, which contained around eight questions which needed to be answered when that child started school.”

21. Tienduizenden kinderen in Engeland zijn bestempeld als ‘racist’ of ‘homofoob’ en die informatie wordt opgeslagen in databases. Dit gaat dan om opmerkingen die de kinderen op de speelplaats hebben gemaakt. Het feit dat zij worden opgeslagen in deze databases maakt dat hun kansen op een goede baan later ernstig slinken.

Shortlist Librisprijs


A.F.Th. van der Heijdens requiemroman Tonio staat op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2012. Verder bevat de lijst de romans van Jeroen Brouwers (Bittere bloemen), Miquel Bulnes (Het bloed in onze aderen), Jan van Loy (Ik, Hollywood), Ivo Victoria (Gelukkig zijn we machteloos) en Jan van Mersbergen (Naar de overkant van de nacht). Dat heeft juryvoorzitter Robbert Dijkgraaf gisteren in Amsterdam bekendgemaakt.

Alleen romans kunnen de Libris Literatuurprijs, 50.000 euro groot, winnen. De uitreiking is op maandag 7 mei in het Amstel Hotel in Amsterdam en wordt live uitgezonden in Nieuwsuur, op Nederland 2. Aan een nominatie is een bedrag van 2.500 euro verbonden. De winnaar ontvangt 50.000 euro.

Jury uitte kritiek op verschenen romans
Tijdens de presentatie in De Nieuwe Kerk te Amsterdam uitte juryvoorzitter Dijkgraaf kritiek op een aantal romans dat was verschenen, maar waar in literair opzicht weinig op het spel stond:

De roman is dan eerder een doorgeefluik van hoogstpersoonlijke ervaringen, zonder dat duidelijk wordt waarom nu juist voor de roman gekozen is om het verhaal te vertellen.

De jury was juist weer blij met ‘een generatie auteurs van rond de veertig jaar (…) die jongleert met het genre, nieuwe thematische keuzes maakt en eigen grenzen en wetten creëert. Deze schrijvers zoeken én vinden verrassende en nieuwe wegen.’

Over de genomineerde romans schreven diverse recensenten van het NRC Handelsblad het volgende:

– Elsbeth Etty over Bittere bloemen van Jeroen Brouwers:

Zoals in al zijn grote romans, waartoe dit van vergeefsheid doortrokken angstdelirium zeker gerekend mag worden, kan Brouwers eenvoudig niet zonder de fictionele realiteit van de mythe, de literatuur, de film, de opera, het toneel of de poëzie. Die fictionele werkelijkheden zijn, net als bij de door Brouwers bewonderde Mulisch, onderdeel van zijn gemythologiseerde autobiografie. Ook of juist de dingen die niet gebeurd zijn, maar die zich afspelen in de krochten van het onderbewustzijn, de plaats waar de driften, angsten en verlangens wonen, zijn in de poëtica van Brouwers autobiografisch.

– Arjen Fortuin over Het bloed in onze aderen van Miquel Bulnes:

De kortste samenvatting van Bulnes’ vierde roman is een zin zoals alle Spaanse schoolkinderen die moeten leren – en snel weer vergeten: ‘Er is een direct verband tussen El desastre de Anual, de smadelijke nederlaag tegen de Berberse opstandelingen in het Rifgebied in de zomer van 1921, en de staatsgreep van generaal Primo de Rivera twee jaar later.’ Die rechte lijn in de Spaanse geschiedenis heeft Bulnes proberen te vangen in een epos vol historische informatie, politieke intriges, opportunisme, couleur locale, eerzucht, moord en heldendom (dat laatste met name van een jonge prostituee). Belangrijker: het is een erg goed boek geworden.

– Arjen Fortuin over Tonio van A.F.Th. van der Heijden:

Vergeleken met de rest van zijn oeuvre is dit boek een halve Van der Heijden, of een Van der Heijden tegen wil en dank. Want natuurlijk zit het boek vol met de dwarsverbanden en verwijzingen die Van der Heijden als geen ander kan blootleggen. Zoals het feit dat het ongeluk van Tonio is vastgelegd door een bewakingscamera, net als de dood van Tonnis Mombarg in Homo duplex. Of het feit dat Tonio geboren werd in de zomer waarin het Nederlands elftal werd gehuldigd als Europees kampioen 1988 en dat hij stierf aan de vooravond van het ‘zilveren’ WK 2010. Beide huldigingen komen in het boek voor. In een gewone roman zou Van der Heijden zo’n literair effect ten volle hebben uitgevent, soms op het euforische af. Hij is een schrijver die leeft van het vergroten, liefst tot mythische proporties van wat hij in de wereld aantreft. In Tonio lijkt hij daar amper in geïnteresseerd.

Pieter Steinz over Ik, Hollywood van Jan van Loy:

Ik, Hollywood is een eigenaardig boek. Goed geschreven, wemelend van beeldende passages en mooie, originele zinnen als ‘Terwijl hij binnen zijn broek uittrok, dacht hij aan hoe hij zich het leven in Californië had voorgesteld. Iets vaags met veel zonneschijn’; en: ‘Luke had dan ook die neutrale blik, een deksel op een pot van wantrouwen.’ Humoristisch, op een bescheiden manier, zoals in de geestige ontmoeting met een zakenman die anno 1909 zegt: ‘Actrices? In Hollywood? Over mijn lijk, Louis Peters. Over mijn lijk zullen jij en jouw slag dit bolwerk van fatsoen kunnen slopen.’ Maar ook kabbelend, traag, onderkoeld, zodat bijvoorbeeld de tragiek van broer Charlie te weinig uit de verf komt. Het boek is zoals Louie Peters zelf is. Wat wil je met een man die uitroept: ‘Houden van? Dat was ook maar flauwekul voor tussentitels.’

– Arjen Fortuin over Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen:

Van Mersbergen is vooral het soort schrijver dat in staat is om met minimale middelen iets groots en onsentimenteels op te roepen, om je mee te trekken zijn wereld in, de hoofden van zijn personages in. Zoals ergens in het boek de hoofdpersoon in zo’n overvol café (of was het op een dansvloer) zijn bierbekertje weg ziet stuiteren: ‘ik volg mijn bekertje op de smerige planken. Eerst gaat de grootste Maxicaan erop staan, wordt het vertrapt. Dan schiet het naar de andere kant van de groep, mijn ogen schieten ook die kant op. Een bloemetjesschoen tikt ertegenaan, nog een keer. Dan ligt het bekertje stil in het midden van de kring, een plat stuk doorzichtig plastic waar er duizenden van zijn, maar die ene was van mij, gaar en gedeukt, zoals Sara gaar en moe was, maar toch van mij.’

– Sebastiaan Kort over Gelukkig zijn we machteloos van Ivo Victoria:

Ivo Victoria is het best op dreef wanneer Lex het woord voert. Het creëren van een sfeer omtrent een man die alleen nog in contact staat met zijn eigen obsessies, gaat hem een stuk beter af dan het schetsen van het failliet van familiegeluk.
In die delen lijkt het wel alsof er een schrijver aan het werk is die zijn talent te lang heeft opgepot, om nu plots alles te laten zien wat hij in z’n mars heeft. Het gevolg is dat de stijl niet ondergeschikt is aan wat Victoria wil vertellen, maar het juist in de weg staat.

Op de longlist, die in januari bekend werd gemaakt, stonden 18 romans, van onder meer Herman Koch, Marcel Möring en Stephan Enter.

De jury bestaat naast Robbert Dijkgraaf uit Kester Freriks, Theo Hakkert, Dirk Leyman en Saskia Pieterse. Vorig jaar ging de prijs naar De maagd Marino van Yves Petry.

Bron: NRC Handelsblad, Ward Wijndelts

De dodenruimer van de Taliban


Abdul Hakim krijgt het eerste telefoontje nadat de bom is geëxplodeerd en nadat het vuurgevecht is geëindigd, wanneer de doden alles zijn wat nog rest op het slagveld.
De stemmen aan de andere kant van de lijn zijn stemmen van Taliban commandanten, die Hakim door de jaren heen bijna heeft leren dromen. De eerste zin is vrijwel altijd: “We zoeken een lichaam.”

In de zuidelijke provincie van Afghanistan is meer geweld sinds het uitbreken van de oorlog dan in welke provincie dan ook. De Taliban weet dat Hakim de man is die lichamen van overleden Taliban strijders kan terug halen van de Amerikaanse en Afghaanse autoriteiten en ze kan bezorgen aan de familie en vrienden van de overledenen.

In de laatste zes jaar heeft hij maar liefst 127 keer deze actie uitgevoerd, steeds weer op dezelfde wijze. In een aftandse gele taxi rijdt hij, vergezeld van de benodigde documenten van zowel de Afghaanse overheid als die van de Taliban. In de kofferbak liggen de lijken van de Taliban strijders. Zwarte zakken voor hen die gedood zijn in vuurgevechten. Kleine houten kistjes voor wat er over is van zelfmoordterroristen. “Het doet er niet toe wie de overledenen zijn of tot welke organisatie ze behoren”, zegt Hakim, “ze verdienen alleen een fatsoenlijke Islamitische begrafenis.”

Het Amerikaanse leger volgt enkele vastomlijnde en ceremoniële procedures over het terughalen van de doden en de gehele afwikkeling van zaken die daar op volgt. In een asymmetrische oorlog heeft de Taliban een soortgelijke procedure ontwikkeld. Eentje die, op zijn ongepolijste en duistere wijze, minstens zo effectief is als die van de Amerikanen.

De Taliban strijders staan er bekend om dat zij hardnekkig vechten om hun overleden strijdmakkers terug te halen en de pogingen om dat te bewerkstelligen gaan ook door nadat het slagveld verlaten is. Wanneer de lijken van Taliban strijders worden verzameld door buitenlandse troepen, wordt steevast hetzelfde riedeltje afgedraaid: een paar keer per maand vliegt een NAVO-helikopter naar een mortuarium naast het Kandahar vliegveld, waar de lichamen gecontroleerd worden bommen die nog niet ontploft zijn. Ze worden in dezelfde ruimte gelegd als waar men de Amerikaanse gevallenen legt. Een met de Amerikaanse vlag omwikkelde lijkkist voor de Amerikaanse overledenen staat gewoon naast een haastig in elkaar getimmerd houten doosje voor de overleden Taliban strijders.

Hakim staat bekend als een malik, een gerespecteerde vertegenwoordiger wiens autonomie van de overheid én Taliban hem in staat stelt zich in beide werelden te begeven. Ook al proberen deze twee werelden elkaar te vernietigen.

“Hakim is enorm belangrijk, hij is de man die alles kan. Hij voorziet in diverse behoeftes en behoudt tegelijkertijd zijn neutraliteit”, aldus Julien Lerisson, vice-voorzitter van de ICRC delegatie in Kandahar.

Sollicitatie niet nodig
Hakim kreeg zijn baan per toeval. Eind jaren negentig deed hij een vrijwilligerscursus voor het Afghaanse Rode Kruis. Voor de Taliban werd toen al snel duidelijk dat Hakim de connectie zou kunnen zijn die hun verloren strijdmakkers weer terug kon halen.

In 2005 nam een Taliban commandant voor het eerst contact met hem op over een overleden persoon. Nadat Hakim erin slaagde om deze terug te halen en af te geven aan familie en vrienden, bleven de verzoeken komen. Op een briefhoofd van de Taliban is te lezen dat hij schriftelijke toestemming heeft om deze actie te vervolmaken.

“Hierbij meld ik aan alle Mujahidin in dit gebied, dat deze man met ons samenwerkt ten einde onze martelaren weer naar huis te brengen. Als u een probleem met hem heeft, neemt u contact met ons op”, zo staat er in de brief. De brief is ondertekend door Jabar Agha, de vertegenwoordiger van de Taliban voor het Zhari gebied in Kandahar. In de brief wordt er naar Hakim verwezen als taxichauffeur.

Als de vechters dan eindelijk in hun graven worden geplaatst, kunnen de families afscheid nemen. Soms doen ze dat door de dode te verwijten dat hij verkeerde keuzes heeft gemaakt. Soms doen ze dat door hun toewijding te eren en te vieren.

Hakim, 65-jaar oud met diepe groeven in zijn voorhoofd, een lange witte baard en een litteken onder zijn rechteroog, probeert nog voor de begrafenisceremonie begint te vertrekken. De oorlog heeft hem een persoonlijke tragedie gebracht en hij wil er alles aan doen om die pijn van vroeger niet weer op te rakelen. Maar de meeste families klampen hem aan voordat hij kan vertrekken, om hem te bedanken voor de mogelijkheid tot afscheid nemen van hun overleden geliefde.

“Toen we mijn broers lichaam zagen, met kogelgaten in zijn borstkas, was dat een verschrikkelijk moment. Maar we konden zijn gezicht nog zien. Dat zag er nog hetzelfde als altijd uit. We hebben hem gedag kunnen zeggen”, zegt Ahmad, wiens broer jaren terug zich bij de Taliban voegde. Ahmads broer werd gedood in een vuurgevecht met de Afghaanse politie. Het was Hakim die het lichaam terug bracht.

Niet alle lichamen die Hakim vervoert zijn van de Taliban. Sterker nog, ongeveer twee derde van de slachtoffers zijn burgers en overheidspersoneel (lees: politieagenten). Hakim vervoert ze allemaal: 107 overheidsfunctionarissen in de afgelopen drie jaar en 28 burgers, naast de 127 Taliban strijders. Hij krijgt een getekende brief van locale leiders met toestemming om de lijken op te pikken; hij slaat de kopieën van die brieven op in een zwarte tas die hij thuis heeft staan. Zodoende kan hij precies bijhouden hoeveel lichamen hij al heeft opgehaald.

Door heel Afghanistan werken Hakim en anderen die hetzelfde werk doen als hij om lichamen op te halen. Soms glippen ze de grens over naar Pakistan. Maar het heeft effect gehad, want het aantal ongeïdentificeerde lichamen is afgelopen jaren in Afghanistan terug gelopen met meer dan 50%.

Tragedie dichtbij huis
Vorig jaar was het bijna zover dat Hakim het wereldje vaarwel zei. Iedereen had ook niet anders verwacht van hem.

Twee van zijn vier zonen waren vorig jaar onderweg naar een picknick. Sluipschutters van de Taliban kregen de auto in het vizier en identificeerden de chauffeur vervolgens als een doelwit. Ze schoten meerdere malen op de auto. Hakims beide zonen waren op slag dood.

“Ik hielp deze mensen. Ik deed iets voor ze, waarvoor ze mij nodig hadden. Ik vroeg hen dan ook: Waarom hebben jullie dit gedaan?”, vertelt Hakim met zichtbare moeite.

Hakim kreeg nooit een duidelijk antwoord. Hij haalde de lichamen van zijn zonen op in dezelfde gele taxi die hij gebruikt voor alle andere overledenen. Hij begroef ze, en hij rouwde twee dagen achter elkaar. Daarna nam hij weer telefoontjes van de Taliban aan. Hij ging gewoon weer aan het werk.

“Dit is hoe ik mijn land help”, zegt hij, nadat hij even tijd nodig heeft om op de juiste woorden te komen. “En daarnaast, wie gaat dit werk doen als ik het niet meer doe?”

De directeur van het mortuarium was onaangenaam verrast toen hij Hakim voor het eerst weer zag na het incident. “Het is ons totaal onduidelijk waarom hij dit blijft doen”, aldus de directeur.

De moeilijkste telefoontjes, zo zegt Hakim, zijn die als je de familie van een overledene niet kan vinden en je de lokale mullah (geestelijke) moet verwittigen. Als er namelijk geen familie te vinden is, dan is het Hakim die de begrafenis moet regelen. De mullahs komen dan naar een speciaal stuk land, ingericht voor de begrafenis van de vechters zonder familie. De mullahs zeggen een gebed, roepen dan vier keer dat ‘God groot is’ (‘Allah ackbar’) terwijl ze hun handen dan steeds op hun oren leggen.

Hakim helpt om het lichaam te wassen, te kleden in een wit gewaad en om het in de grond te tillen.

Hakim weet exact waar ieder lichaam is begraven. Hij neemt foto’s van de lijken met zijn mobiele telefoon, voor als er jaren later een familie komt om te zoeken naar hun overleden familielid. Zo kan Hakim direct aanwijzen waar iemand begraven ligt.

Een paar maanden terug kwam een man uit de Paktia provincie, zo’n driehonderd kilometer van Hakim vandaan. Hij zocht zijn vermiste broer. Hakim toonde de man een korrelige foto op zijn telefoon, waarna hij de man het graf aanwees. Samen knielden ze voor het graf en beden voor de overledene.

De grote vraag die blijft, is wat Hakim denkt van de oorlog. Over dat onderwerp laat Hakim zich nauwelijks uit. “Net als iedereen wil ik alleen maar vrede.”, zegt hij. “Ik heb respect voor beide kanten en ik wil dat mijn land gewoon weer één geheel is. Maar op dit moment is er oorlog. Mensen sterven iedere dag, en daar moeten we iets mee doen.”

Bron: The Washington Post

Boekenplank porno (5)


Mijns inziens is deze foto hét voorbeeld van hoe je je boekenkast in moet richten. Dat is, als je een interieurverzorg(st)er (gadverdamme, alleen het woord bezorgt me al kriebels) bent die de boeken alleen ter decoratie heeft aangeschaft.
Want bij deze indeling komt het eerste probleem toch al snel om de hoek kijken. Hoe weet je nog welk welke kleur had? Ik weet dat van mijn favoriete schrijvers, maar sommige boeken krijgen door de jaren meer dan vijf verschillende kaften. Hoe moet je dan nog onthouden welke schrijver waar staat?

Er is me nog iets dat me tegen staat wat betreft het ordenen van boeken op kleur. Natuurlijk, de gasten die je thuis ontvangt zullen onder de indruk zijn. Maar is het daar om te doen? Gaat het dan enkel om wat anderen denken van jouw collectie? Want denk niet, mocht u hier op een idee zijn gekomen om uw boekenkast ook zo in te richten, dat iedere bezoeker niet weet dat u nog geen vijf procent van die boeken ook daadwerkelijk heeft gelezen. En als een van de gasten dan vraagt: “Maar Ewald, vertel me, heb je ook Tractatus Logico-Philosophicus?”
En u zegt: “Ja die heb ik, die moet hier ergens staan….”
Als uw vrouw, zoals het een goede gastvrouw betaamt, het avondeten opdient, bent u nog druk zoekende naar dat filosofische meesterwerk van Wittgenstein.

Nu, mijn editie van Tractatus Logico-Philosophicus heeft de groene omslag. Een felgroene omslag. Dus als ik die zou moeten zoeken, dan zou ik die mijn gast binnen een minuut kunnen overhandigen. Maar dat zou betekenen dat ik alle kaften van alle boeken zou moeten onthouden. Daar heb ik ten eerste geen zin in, en ten tweede onthoud ik alleen de kaften van de boeken die ik werkelijk goed vind, of die ik met plezier heb gelezen.

Dus nogmaals: deze foto is geenszins een voorbeeld van hoe het moet. Tenzij u Jan des Bouvries heet, of zijn wijze van interieur verzorgen aanhangt, dan moet u wel zo’n zwaktebod doen. Maar in ieder ander geval: de boekenkast, dames en heren, staat er toch vooral voor uzelf. In mijn geval ook een beetje voor mijn vriendin, omdat ze anders tien minuten nodig heeft om, slalommend tussen de boeken, tijdschriften en kranten die ik door de jaren heen heb verzameld, ’s ochtends vroeg naar de badkamer te lopen. Maar ga niet pronken met uw boekenkast.
Bedenk zo: al die kennis die in die kast staat, is kennis die u zelf hebt vergaard. U hebt de moeite genomen om naar de boekenwinkel te gaan (of de boekenwebsite), u heeft het geld overhandigd aan de winkelbediende (of overhandigd aan de bezorger, of overgemaakt via Paypal) en u heeft daarna de moeite genomen om het boek te lezen (en wellicht zelfs om er daarna, als u het uit had, er nog eens, op een moment dat u wordt overvallen door melancholisch-filosofische gedachten, stevig over na gedacht.
Om dat moment van geestelijke triomf en intellectueel opportunisme te vieren zet u daarna het boek op een voor u prominente plaats in de boekenkast.
En u zet niet ongelezen boeken in de boekenkast in de hoop dat u daarmee uw gasten een reactie ontlokt. Dat is geen boekenplank porno meer, dat is zeer foute jaren zeventig boekenplank porno, waarbij het duidelijk wordt, als je de beelden goed bekijkt, dat de boekenlegger helemaal niet in het boek gaat maar er van onder een beetje slap tegen aan tikt.

Chad Harbach – De Kunst van het Veldspel


Omslag van De Kunst van het Veldspel

De totstandkoming van het boek De Kunst van het Veldspel in minstens zo bijzonder als het boek zelf. Chad Harbach kreeg, na jaren van schrijven, ploeteren en proberen het duizelingwekkende bedrag van 665.000 dollar voor zijn boek, en op dit moment is hij de hottest kid in literature.

Het ontstaan van het boek begon bij de oprichting van het literaire tijdschrift N+1. Het was een aanklacht tegen de heersende literaire tijdschriften die op dat moment op de markt werden aangeboden. N+1 wilde vernieuwen, wilde schrijvers alle ruimte geven om zich te ontwikkelen en wilde de ruimte bieden aan talenten zodat ze op het platform dat N+1 hen bood konden laten zien wat ze nu werkelijk konden.

Harbach richtte het tijdschrift op met twee andere vrienden, Keith Gessen en Mark Greif. Samen besloten ze om niet alleen een revolutionair tijdschrift te starten, maar ook om de toegangswegen tot de literatuur daadwerkelijk met eigen voeten te betreden. Al snel hadden Harbachs vrienden succes: Gessen en Greif mochten allebei na enkele jaren hun eerste boek publiceren.

In die tijd was Harbach al begonnen aan wat later De Kunst van het Veldspel zou worden. Maar het lukte Harbach op de een of andere manier maar niet om de woorden en de zinnen zoals hij het voor zich zag op papier te krijgen. Het zou hem uiteindelijk bijna tien jaar kosten om het boek af te ronden.

Maar toen de doorbraak eenmaal kwam met zijn debuutroman was het succes vele malen groter dan hij verwacht had. Hij werd bij alle talkshows (radio en televisie) uitgenodigd en in tientallen landen verscheen zijn boek op 1 van de literatuurlijsten (of zou die plek binnen een week na uitgifte innemen).

Maar is het boek nu werkelijk zo goed als de hype die erom heen hangt?

Chad Harbach is momenteel de literaire sensatie van Amerika en het is duidelijk waarom. Zijn debuutroman De Kunst van het Veldspel (The Art of Fielding) is een echt meesterwerk, en deze combinatie –van debuut en meesterwerk – is zeldzaam. Honkbal speelt een belangrijke rol in de roman, is en toch is het geen honkbalroman. Je hoeft dan ook geen enkele affiniteit te hebben met honkbal om uren te kunnen genieten van dit boek.

Met grote sprongen karakteriseert Hadbach de belangrijkste personages en hun onderlinge spanningen. Dit is echter geen punt van kritiek: de eerste pagina’s zijn een uitstekende inleiding op de problematiek van de hoofdpersonen later in het verhaal. Die problematiek wordt later uitgewerkt, waardoor de personages diepte krijgen. De wisselingen van perspectief zijn bijzonder goed geschreven, waardoor je niet steeds weer terug hoeft te bladeren om te kijken wie wat zei en wie wat dacht.

En dat is de kracht van Harbach. Hij weet de personages zo levendig en zo echt te maken, dat je intens met ze gaat meeleven. Doordat de personages zo’n diepgang krijgen, leest dit boek veel sneller weg dan je op voorhand had gedacht van de lijvige roman. Waar, bijvoorbeeld, Dan Brown er meester in is om goedkope, simpele boeken te schrijven die met een sneltreinvaart twee uur uit je leven halen, zo heeft Harbach een debuutroman geschreven die ook enkele uren uit je leven haalt. Maar die uren waren zo goed, dat je blijft verlangen naar meer van hetzelfde. Op het moment dat je het boek dicht doet voelt het alsof je uit een wereld wordt gerukt die de jouwe is geworden.

Dat is werkelijk het enige minpunt dat ik kon bedenken aangaande dit boek: er zal een moment komen dat je het dicht moet doen. En als dat het enige kritiekpunt is dat ik kan aandragen, dan kan ik met recht zeggen: Harbach heeft een debuutroman geschreven die zonder twijfel de tand des tijds zal doorstaan.

Op het einde schrijft Harbach het volgende met betrekking tot zijn vijf hoofdpersonages, die allen grote veranderingen in hun leven tegemoet zien: “Everbody suffered. The key was to choose the form of your suffering.” Onze vorm van lijden, is dat we toch echt dit boek een keer dicht moeten doen.

Het verhaal
Westish College, een kleinschalige universiteit aan de oever van Lake Michigan. De jonge, getalenteerde honkballer Henry Skrimshander is voorbestemd om een ster te worden. Maar wanneer tijdens een wedstrijd een routineworp van zijn hand verkeerd uitvalt, nemen vijf levens een andere wending. Henry’s groeiende gebrek aan zelfvertrouwen lijkt zijn veelbelovende toekomst te ruïneren. Het hoofd van de universiteit, de eeuwige vrijgezel Guert Affenlight, wordt onverwacht verliefd. Owen Dunne, Henry’s homoseksuele kamergenoot, raakt verwikkeld in een gevaarlijke affaire. Mike Schwartz, de aanvoerder van het honkbalteam en Henry’s beste vriend, beseft dat zijn carrière in gevaar komt als hij Henry blijft steunen. En Pella Affenlight, Guerts dochter, keert na een mislukt huwelijk terug naar Westish, vastberaden een nieuw leven te beginnen.
Tijdens het honkbalseizoen ontstaan nieuwe relaties tussen deze vijf onvergetelijke personages die elkaar uiteindelijk helpen hun weg te vinden. De kunst van het veldspel is een intelligente, warme roman over ambitie, familie, vriendschap en liefde en is de gedroomde entree van een groot schrijver.