PSYCHE |Zorg dat jouw kinderen niet jouw angsten overnemen


Nerveuze, angstige of paniekerige ouders laten gemakkelijk angsten overgaan op hun kinderen – ook al kan dat makkelijk voorkomen worden. Een nieuwe studie wijst uit dat bijvoorbeeld familietherapie al kan helpen om ervoor te zorgen dat de angsten en nervositeit van ouders niet worden doorgegeven aan hun kinderen.

Voor de studie werden 136 families, waarvan tenminste één ouder last van regelmatige paniekaanvallen had, onderzocht. Deze 136 families werden verdeeld in drie groepen. De eerste groep kreeg een jaar lang familietherapie. De tweede groep kreeg een set instructies om de negatieve angstcyclus te doorbreken. De laatste groep moest zelf een oplossing zien te vinden.

Na slechts een jaar bleek dat maar liefst 31% van de kinderen uit groep drie al angsten en paniekaanvallen van hun ouders had overgenomen.

Dr. Golda Ginsburg, psychiatrist en een van de auteurs van de studie, zegt hierover:

“De bevindingen benadrukken de kwetsbaarheid van kinderen ten opzichte van angstige of paniekerige ouders.

Als het mogelijk is om kinderen die risico lopen te identificeren, dan moeten we dat zeker doen om dit fenomeen te voorkomen.”

En het verschil met de eerste groep is groot. Zo nam slechts 9% van de kinderen de angst van de ouders over. In groep twee bleek 21% van de kinderen na een jaar de angsten of paniekaanvallen van ouders te hebben overgenomen.

Succesfactor
Wat maakte de familietherapie nu zo succesvol in het terugdringen van ongewenste angstovername? De families kregen een duidelijk zicht op de tekenen en uitingen van angst en paniekaanvallen. Daarbij werd hen verteld hoe zij hiermee om kunnen gaan.

Een van die manieren om daarmee om te gaan, is de ‘werkelijkheidscontrole’.  Het gaat er dan om dat zowel ouders als kinderen leren in te schatten of een angst of paniekaanval werkelijk aandacht verdient, zo legt Dr. Ginsburg uit:

“We leren kinderen hoe zij enge gedachten kunnen herkennen, en hoe zij deze kinderen ombuigen in iets vrolijks of positiefs. Bijvoorbeeld: als een bang is voor katten en een kat op straat tegenkomt, kan de eerste gedachte zijn die opkomt dat de kat het kind pijn zal doen. Het kind kan dan de gedachte controleren: hoe reëel is het dat de kat me pijn zal doen?
De kat ziet er bijvoorbeeld niet boos uit. De kat blaast niet en haalt niet uit. De kat zit rustig op straat. Dat betekent dat ik gewoon langs de kat zal lopen en dat er niets zal gebeuren. Zo kan een kind angsten overkomen.”

De familietherapie bestond uit acht sessies van één uur, al trekt Dr. Ginsburg deze duur in twijfel. Wellicht is het beter om, net zoals met een medische check, regelmatige terug te keren voor de psychologische check. Dr. Ginsburg:

“Ik ben voorstander van een regelmatige psychologische check. Alsof je iedere zes maanden na de tandarts gaat. Goed om te weten dat er niets aan de hand is, en is er wel iets aan de hand ben je er zeker op tijd bij.”

Het onderzoek werd gepubliceerd in het American Journal of Psychiatry (Ginsburg et al., 2015).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s