Jongen overwint stotteren & (Straat)Kunst in zes minuten


Musharaf stottert. Hij krijgt bij de eerste zin al vaak niet de woorden over zijn lippen, zoals in het begin van het filmpje te zien is.
Stotteren moet u veelal zien als een ijsberg; dat wat u bij iemand over de lippen hoort komen is slechts het topje ervan, het kleine deel dat zichtbaar is. Want wat er onder de oppervlakte ligt is het vermijden van moeilijke woorden, de spreekangst en de minderwaarheidsgevoelens die daaruit kunnen voortvloeien.
In de film de King’s Speech zien we hoe de eerst prins en later koning Albert George, in tijden van de geweldige redenaar Hitler, het door stotteren niet lukt om een vurige speech te houden voor zijn landgenoten. Uiteindelijk slaagt hij erin om de speech te houden, met behulp van bijzondere en onorthodoxe lesmethodes.
Terug naar Musharaf, die, door een attente leraar en de juiste begeleiding, aan de hand van soortgelijke methodes, zijn gestotter overwint.

De man in onderstaande video weet een kunstwerk te produceren in zes minuten. Mocht u geinteresseerd zijn in zijn werk, u kunt hem vinden ergens op de straten van New York. Street art in zes minuten:

Hypehijgers en trendterroristen


Nederland is een land vol idioten.

U wist dat waarschijnlijk ook wel. U bent er, uiteraard, geen, maar u ziet ze, net als ik, overal om u heen.

De meest recente oprisping van de onderbuik van Nederland was de discussie over zwarte piet (niet sinterklaas, daarin zien wij de bevestiging van de blanke suprematie). Zodra bekend werd dat een consulent van de VN onderzoek wilde doen naar zwarte piet, spuwde onnadenkend Nederland zijn gal.

onderbuik1

Ons kikkerlandje was te klein. ‘Of ze wel helemaal lekker zijn’, ‘Van ons volksfeest blijven ze af’ en ‘VN, rot op naar je eigen land’ waren slechts enkele van de reacties. Het is typerend voor de groep mensen die bij elke hype over elkaar heen buitelen om maar de eerste met ondoordachte en ongefundeerde reacties te kunnen zijn. Zo ook met mijn Facebook vrienden.

Kritische noot…
Er was echter niemand die vroeg naar wie Verene Shepherd nu precies was. Niemand vroeg zich af welk traject zulk een bezwaar van de VN moest afleggen voordat een eventueel verbod werd aangenomen. En niemand stelde zich de vraag of zo’n verbod dan bindend, of slechts adviserend zou zijn.

Niemand. Ook niet van mijn Facebook vrienden.

Wel werden er Facebook profielfoto’s veranderd naar die van zwarte piet (alsof dat ook maar enig verschil maakt), boze statusupdates werden wereldkundig gemaakt (alsof dat ook maar enig verschil maakt, afgezien van het uiten van woede) en men ging massaal de pagina Pietitie ‘liken’ (alsof de VN een bestuursorgaan is dat zich daar ook maar iets van aantrekt).

onderbuik2

Niemand van mijn Facebook-vrienden nam de moeite om na te denken waarom er gekleurde medemensen zijn die wellicht aanstoot nemen aan, op zijn minst, de rolverdeling van sinterklaas en zwarte piet. Nee, er werd direct geconcludeerd dat mensen van Afrikaanse of, bijvoorbeeld, Surinaamse komaf, gezien de slavernij die een behoorlijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van ons land, zwarte piet maar moeten accepteren en anders ‘rotten ze maar op naar hun eigen land’.

Niemand van mijn Facebook-vrienden vroeg zich af wie achter de Pietitie pagina zaten,of wat er met die likes zou gebeuren (die petitie is opgezet door twee jongens, 23 en 25 jaar oud, die zelf nog in sinterklaas geloven en de petitie is overhandigd aan een PVV’er, voor wie het ook maar iets interesseert).

Niemand vroeg me überhaupt of ik voor of tegen zwarte piet was; omdat ik een kritische noot plaatste nam iedereen aan dat ik tegen was. Nog steeds heeft niemand me gevraagd wat mijn mening is, overigens. Maar dat terzijde.

Dit maakt dat we des te meer moeten zorgen dat mensen echt weer zelf na gaan denken, omdat dit anders makkelijk uitmondt in geweld.

Ik raakte op Facebook in een aantal verhitte discussies met mensen. Maar telkens als ik met rationele argumenten mijn ‘vrienden’  probeerde te overtuigen om eerst nog eens na te denken, kreeg ik steevast hetzelfde antwoord: “Ja maar hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik vind dat ze met hun fikken van ons volksfeest moeten afblijven!!”

Niet alleen kunnen de meeste mensen niet of nauwelijks redeneren of argumenteren, daarnaast reageren ze voornamelijk op emoties, en niet met hun verstand.

Wat ik ook veel hoorde: “Vond jij als kind sinterklaas niet geweldig dan?”. Een argument dat ab-so-luut geen steek houdt, omdat het niet ter zake doende is. Of ik als kind een leuke tijd had met sinterklaas heeft niets te maken met een eventuele aanstoot die andere mensen er aan nemen. Men stapt steevast over de zaken heen die er wel te doen, maar waarbij ze waarschijnlijk gedwongen worden na te denken (of gedwongen worden de geschiedenis in te duiken voor context).

Niemand plaatste een kritische noot bij deze discussie, en niemand heeft zich ook maar twee minuten geinteresseerd in het tegenargument voor sinterklaas. Dom natuurlijk, want het kritisch bekijken van tegenargumenten maken dat je jouw eigen argumenten nog sterker kan maken. Maar dat hoef je de schreeuwers niet uit te leggen, die luisteren toch niet.

Oorverdovende stilte
Nadat bekend werd in diverse media dat mevrouw Shepherd eigenlijk niets met de VN te maken en dat zij op persoonlijke titel heeft gesproken werd het oorverdovend stil in de discussie. De schreeuwers waren uitgeschreeuwd. Ik dacht nog: omdat iedereen zich nu schaamt. Ik weet wel beter.

Profielfoto’s werden weer terug veranderd, en in statusupdates ging men weer over op de dagelijkse onzin: ‘Mijn kind heeft net een appel op’, ‘Ik heb net koffie gedronken bij de buurvrouw’ en ‘Ik wil vanavond stappen, wie gaat er mee?’

Ik ontving drie privé-berichten, waarin enkele van mijn vrienden hun excuses aanboden. Zij hadden mij ofwel aangevallen, of zij hadden ingezien dat ik gelijk had.

Maar daar ging het me, gaat het me nog steeds, niet om. Het ging niet om gelijk hebben. Want die mensen, en alle andere schreeuwers, maken dezelfde fout de volgende keer weer, en daar gaat het me om.

De onderbuik van Nederland is een groep mensen die vooraan wil staan bij de eerste de beste hype. Zij zijn de mensen die de kopschoppers van Eindhoven met naam, toenaam en telefoonnummer benoemden. Zij zijn de mensen die, zodra ze weten dat er een pedofiel bij hen in de wijk woont, een stoeptegel door de raam gooien, terwijl ze niet eens het verschil weten tussen een pedofiel en een pedoseksueel (pedofiel kan, eenvoudig gezegd, zijn gevoelens bedwingen, een pedoseksueel kan dat niet).

Zij zijn ook de mensen die zonder na te denken direct angstig en agressief geraken als iemand een onderzoek aankondigt over een volksfeest.

Die groep is, mede dankzij internet en social media, niets meer dan hypehijgers en trendterroristen. De ware kritische noot en zelfreflectie ontbreekt, wat maakt dat het slechts een kwestie van tijd is voordat er geweldsuitbarstingen plaatsvinden.

Gisteren protesteerde een vrouw op het Malieveld in Den Haag tegen het geweld tegen Papoea’s. Even verderop protesteerden mensen voor zwarte piet. Deze mensen dachten dat de vrouw protesteerde tegen zwarte piet en zonder te vragen of na te denken begon de groep de vrouw lastig te vallen.

Exemplarisch voor hoe het gros der Nederlanders zich deze week heeft gedragen.

Het maakt ook dat ik me vanaf deze week niet langer Nederlander voel.

Ik ben sinds deze week wereldburger.

Het Grote Debat: de verhalende wetenschap


Ik maak niet graag helden van mensen. Maar de wetenschappers en vrijdenkers die u in dit debat ziet, zijn stuk voor stuk mensen waar ik tegen opkijk. Omdat ze nadenken, omdat ze niet blind volgen, en omdat ze briljante geesten hebben en zijn.
Neil deGrasse Tyson, Lawrence Krauss en Richard Dawkins zijn al vaste gasten op dit blog. Bill Nye en Brian Greene vullen die drie namen feilloos aan.
Verder zien we Ira Flatow (‘Science Friday’), de populaire science fiction schrijver Neal Stephenson en Tracy Day, directeur van de World Science Festival Tracy Day.
De enige die ik dit rijtje nog mis, en wat dus ook mijn enige punt van kritiek behelst, is de afwezigheid van Dr. Michio Kaku.
Geniet van dit intellectuele hoogtepunt:

Vragen uit het publiek: